 {"id":5855,"date":"2026-03-14T01:45:31","date_gmt":"2026-03-14T01:45:31","guid":{"rendered":"https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/?p=5855"},"modified":"2026-03-14T14:00:53","modified_gmt":"2026-03-14T14:00:53","slug":"vuursteenvondst-op-veluwe-leidt-tot-juridische-strijd-tussen-wandelaar-en-gemeente","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/index.php\/2026\/03\/14\/vuursteenvondst-op-veluwe-leidt-tot-juridische-strijd-tussen-wandelaar-en-gemeente\/","title":{"rendered":"UPDATE! Vuursteenvondst op Veluwe leidt tot juridische strijd tussen wandelaar en gemeente"},"content":{"rendered":"\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een vondst van honderden prehistorische vuurstenen op de Veluwe houdt de rechtbank bezig. De vraag is of Lukas Koelikamp, die het materiaal in 2020 aantrof tijdens een wandeling, recht heeft op de vondst, of dat deze toebehoort aan de overheid.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Koelikamp liep in augustus 2020 over een afgeplagde heide bij Uddel toen hij op grote schaal bewerkt vuursteen aantrof. Het ging om ongeveer 700 splinters en tientallen werktuigen, volgens archeologen afkomstig uit de periode van jagers en verzamelaars, ongeveer <strong>15.500\u201313.000 jaar geleden<\/strong>.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De amateurarcheoloog legde de vindplaats vast met foto\u2019s en gps-co\u00f6rdinaten en nam het materiaal mee. Enige tijd later meldde hij de vondst bij de gemeente Apeldoorn en droeg hij de vuurstenen over voor onderzoek.<\/p>\n\n\n\n<h4 class=\"wp-block-heading\">Gemeente: geen toevalsvondst<\/h4>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Volgens de gemeente Apeldoorn gaat het niet om een nieuwe ontdekking. De locatie was al bekend als archeologische vindplaats en was in 2018 onderzocht tijdens werkzaamheden voor het opsporen van niet-ontplofte munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Daarbij kwam het vuursteenmateriaal aan de oppervlakte te liggen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Dat het materiaal vrij op de grond lag, betekent volgens de gemeente niet dat het mocht worden meegenomen. De vindplaats zou onder bescherming vallen, ook zonder zichtbare afzetting of waarschuwing ter plaatse.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De gemeente stelt dat het bewust afziet van markeringen om te voorkomen dat locaties aantrekkelijk worden voor verzamelaars of nieuwsgierigen.<\/p>\n\n\n\n<h4 class=\"wp-block-heading\">Vinder: geen aanwijzing, geen verbod<\/h4>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Koelikamp betwist dat hij had kunnen weten dat het om een geregistreerde archeologische locatie ging. Door het afplaggen waren paden niet meer herkenbaar en ter plaatse ontbraken borden, linten of andere aanwijzingen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Volgens Koelikamp hoefde hij niet te graven en heeft hij uitsluitend materiaal meegenomen dat los op de grond lag. Daarmee is volgens hem sprake van een toevalsvondst zoals bedoeld in de Erfgoedwet. In dat geval komt het eigendom toe aan de vinder, stelt hij.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De gemeente komt tot een andere uitleg van diezelfde wet en stelt dat de vuurstenen eigendom zijn van de provincie en deel moeten blijven uitmaken van het archeologisch erfgoed.<\/p>\n\n\n\n<h4 class=\"wp-block-heading\">Geen schikking<\/h4>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Hoewel beide partijen benadrukken dat zij het belang van wetenschappelijk onderzoek en publieke toegankelijkheid onderschrijven, is een minnelijke oplossing uitgebleven. De zaak heeft zich ontwikkeld tot een principieel geschil over eigendom en bevoegdheid.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Koelikamp stapte eerder naar de Raad van State, die oordeelde dat het geschil niet thuishoort in het bestuursrecht. De kwestie wordt nu behandeld door de civiele rechter.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Tijdens de zitting werd nog onderzocht of partijen tot een compromis konden komen, maar beide gaven aan een rechterlijke uitspraak te willen. De rechtbank doet naar verwachting in maart uitspraak.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading alignwide has-text-align-center\">UPDATE!<\/h2>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De gelderlander van 13 maart 2026.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Koelikamp stelde dat hij niet kon weten dat het om een beschermde vindplaats ging. Volgens hem lagen de stenen zichtbaar op de grond en was er sprake van een toevalsvondst. In dat geval zou hij recht hebben op de vondst, of in ieder geval op een deel daarvan.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Omdat beide partijen er onderling niet uitkwamen, stapte Koelikamp naar de rechter. Tijdens de zitting begin februari voerde hij aan dat een munitieonderzoek niet gelijkstaat aan een offici\u00eble archeologische opgraving.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De rechtbank ging daar niet in mee. In een gemeentelijk rapport uit 2018 staat al vermeld dat op de locatie vuurstenen zijn aangetroffen. Bovendien heeft Koelikamp zelf verklaard dat de stenen open en bloot op afgeplagde grond lagen. Volgens de rechter ondersteunt dat juist de lezing van de gemeente dat de plek eerder was onderzocht.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De rechtbank concludeert daarom dat er geen sprake is van een toevalsvondst. De vuurstenen blijven in handen van de gemeente Apeldoorn.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Of de zaak daarmee is afgerond, is nog niet duidelijk. De gemeente laat weten te hopen dat er nu duidelijkheid is ontstaan. Koelikamp reageert teleurgesteld en bestudeert met zijn juridisch adviseur de uitspraak. Hij sluit vervolgstappen niet uit.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image size-full\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"800\" height=\"528\" src=\"https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Udel-hei.jpeg\" alt=\"\" class=\"wp-image-7734\" srcset=\"https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Udel-hei.jpeg 800w, https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Udel-hei-300x198.jpeg 300w, https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Udel-hei-768x507.jpeg 768w, https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Udel-hei-500x330.jpeg 500w\" sizes=\"auto, (max-width: 800px) 100vw, 800px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<hr class=\"wp-block-separator has-alpha-channel-opacity\"\/>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading has-text-align-center\">Wat in de krantenartikelen niet terug is te lezen maar minst zo belangrijk!<\/h2>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Als de rechter Lukas Koelikamp gelijk had gegeven, had dat een <strong>precedent (jurisprudentie)<\/strong> kunnen scheppen. Dat betekent dat de uitspraak later als voorbeeld gebruikt kan worden in vergelijkbare zaken. Andere zoekers hadden dan kunnen aanvoeren dat zij ook recht hebben op vondsten die zij <strong>buiten paden of op archeologische locaties<\/strong> hebben meegenomen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Daarom zie je in uitspraken vaak dat de rechter het belang van <strong>bescherming van archeologisch erfgoed<\/strong> zwaarder laat wegen dan het belang van de vinder. De plek was eerder onderzocht, er was een rapport waarin de vuurstenen bekend waren al voor zijn vondst en daarmee geen toevalsvondst. Koelikamp zelf zei dat de stenen op <strong>afgeplagde grond<\/strong> lagen, wat erop wees dat het terrein eerder was bewerkt, daarmee had hij de aanwijzing dat de objecten bekend konden zijn. Daardoor werd het <strong>geen \u201ctoevalsvondst\u201d<\/strong> in juridische zin. <\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het zou niet gaan over een echte <strong>toevalsvondst buiten beschermde vindplaatsen<\/strong> waar het artikel 461 W v Str. niet van toepassing is. Er was ook geen toestemming gevraagd om te mogen zoeken op het Kroondomein. Dit alles elkaar maakt dat het schatvinderrecht: 50% eigendom voor de vinder 50% voor de grondeigenaar niet van toepassing is. In de praktijk betekent schatvindersrecht dit dat je een vuurstenen werktuig na melding en registratie vrijwel altijd gewoon mag bewaren.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De vraag is of deze zaak, waarin uiteindelijk aan beide kanten verliezers lijken te staan, de archeologie werkelijk heeft gediend. De bodem waarin de vondsten zijn gedaan was afgegraven door  afplaggen al verstoord. Bovendien bevonden de objecten zich niet meer in hun oorspronkelijke locatie context, omdat ze waren opgeraapt. Daarmee rijst de vraag wat de archeologische waarde van deze vuurstenen werktuigen nog precies is, met name wanneer het gaat om informatie over bodemcontext en datering en plaatselijke ligging van de stenen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Daarnaast speelt een bredere zorg. Wanneer melders het gevoel krijgen dat er op deze manier met hun vondsten wordt omgegaan, bestaat het risico dat amateurarcheologen of toevallige vinders zich in de toekomst twee keer bedenken voordat zij een vondst melden. Dat zou voor het archeologisch erfgoed juist een ongewenste ontwikkeling zijn.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Tegelijkertijd kan men zich afvragen of een andere oplossing mogelijk was geweest. Had bijvoorbeeld een vorm van gedeelde erkenning of een financi\u00eble tegemoetkoming, bijvoorbeeld een verdeling van de waarde, niet kunnen bijdragen aan een constructievere uitkomst? Zeker omdat het hier om vuurstenen werktuigen gaat waarvan vergelijkbare exemplaren al in grote aantallen in depots aanwezig zijn, zoals in Nuis.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De kernvraag blijft daarom wat in dit specifieke geval de daadwerkelijke toegevoegde waarde is van verdere typologische analyse van bewerking en varianten, wanneer de oorspronkelijke archeologische context is verstoord? Het zijn dit soort afwegingen die een rol hadden kunnen spelen in de besluitvorming van de gemeente Apeldoorn om de vondsten niet toe te eigenen.<\/p>\n\n\n\n<hr class=\"wp-block-separator has-alpha-channel-opacity\"\/>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De vondsten van Lukas Koelikamp komen<strong> uit de Laatpaleolithische Hamburgcultuur<\/strong>. Deze cultuur bestond ongeveer <strong>15.500\u201313.000 jaar geleden<\/strong>, aan het einde van de laatste ijstijd, en wordt meestal geassocieerd met <strong>rendierjagers<\/strong> die langs de rand van de ijskap leefden. In Nederland liggen de meeste vindplaatsen op <strong>dekzandruggen<\/strong>, omdat die in het koude toendralandschap goede kampplaatsen vormden.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>\n\n\n\n<hr class=\"wp-block-separator has-alpha-channel-opacity\"\/>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Bron: rechtszaak,<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Algemeendagblad, 3 februari 2026  <\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De gelderlander van 13 maart 2026.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Een vondst van honderden prehistorische vuurstenen op de Veluwe houdt de rechtbank bezig. De vraag is of Lukas Koelikamp, die het materiaal in 2020 aantrof tijdens een wandeling, recht heeft op de vondst, of dat deze toebehoort aan de overheid. Koelikamp liep in augustus 2020 over een afgeplagde heide bij Uddel toen hij op grote schaal bewerkt vuursteen aantrof. Het ging om ongeveer 700 splinters en tientallen werktuigen, volgens archeologen afkomstig uit de periode van jagers en verzamelaars, ongeveer 15.500\u201313.000 jaar geleden. De amateurarcheoloog legde de vindplaats vast met foto\u2019s en gps-co\u00f6rdinaten en nam het materiaal mee. Enige tijd later meldde hij de vondst bij de gemeente Apeldoorn en droeg hij de vuurstenen over voor onderzoek. Gemeente: geen toevalsvondst Volgens de gemeente Apeldoorn gaat het niet om een nieuwe ontdekking. De locatie was al bekend als archeologische vindplaats en was in 2018 onderzocht tijdens werkzaamheden voor het opsporen van niet-ontplofte munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Daarbij kwam het vuursteenmateriaal aan de oppervlakte te liggen. Dat het materiaal vrij op de grond lag, betekent volgens de gemeente niet dat het mocht worden meegenomen. De vindplaats zou onder bescherming vallen, ook zonder zichtbare afzetting of waarschuwing ter plaatse. De gemeente stelt dat het bewust afziet van markeringen om te voorkomen dat locaties aantrekkelijk worden voor verzamelaars of nieuwsgierigen. Vinder: geen aanwijzing, geen verbod Koelikamp betwist dat hij had kunnen weten dat het om een geregistreerde archeologische locatie ging. Door het afplaggen waren paden niet meer herkenbaar en ter plaatse ontbraken borden, linten of andere aanwijzingen. Volgens Koelikamp hoefde hij niet te graven en heeft hij uitsluitend materiaal meegenomen dat los op de grond lag. Daarmee is volgens hem sprake van een toevalsvondst zoals bedoeld in de Erfgoedwet. In dat geval komt het eigendom toe aan de vinder, stelt hij. De gemeente komt tot een andere uitleg van diezelfde wet en stelt dat de vuurstenen eigendom zijn van de provincie en deel moeten blijven uitmaken van het archeologisch erfgoed. Geen schikking Hoewel beide partijen benadrukken dat zij het belang van wetenschappelijk onderzoek en publieke toegankelijkheid onderschrijven, is een minnelijke oplossing uitgebleven. De zaak heeft zich ontwikkeld tot een principieel geschil over eigendom en bevoegdheid. Koelikamp stapte eerder naar de Raad van State, die oordeelde dat het geschil niet thuishoort in het bestuursrecht. De kwestie wordt nu behandeld door de civiele rechter. Tijdens de zitting werd nog onderzocht of partijen tot een compromis konden komen, maar beide gaven aan een rechterlijke uitspraak te willen. De rechtbank doet naar verwachting in maart uitspraak. UPDATE! De gelderlander van 13 maart 2026. Koelikamp stelde dat hij niet kon weten dat het om een beschermde vindplaats ging. Volgens hem lagen de stenen zichtbaar op de grond en was er sprake van een toevalsvondst. In dat geval zou hij recht hebben op de vondst, of in ieder geval op een deel daarvan. Omdat beide partijen er onderling niet uitkwamen, stapte Koelikamp naar de rechter. Tijdens de zitting begin februari voerde hij aan dat een munitieonderzoek niet gelijkstaat aan een offici\u00eble archeologische opgraving. De rechtbank ging daar niet in mee. In een gemeentelijk rapport uit 2018 staat al vermeld dat op de locatie vuurstenen zijn aangetroffen. Bovendien heeft Koelikamp zelf verklaard dat de stenen open en bloot op afgeplagde grond lagen. Volgens de rechter ondersteunt dat juist de lezing van de gemeente dat de plek eerder was onderzocht. De rechtbank concludeert daarom dat er geen sprake is van een toevalsvondst. De vuurstenen blijven in handen van de gemeente Apeldoorn. Of de zaak daarmee is afgerond, is nog niet duidelijk. De gemeente laat weten te hopen dat er nu duidelijkheid is ontstaan. Koelikamp reageert teleurgesteld en bestudeert met zijn juridisch adviseur de uitspraak. Hij sluit vervolgstappen niet uit. Wat in de krantenartikelen niet terug is te lezen maar minst zo belangrijk! Als de rechter Lukas Koelikamp gelijk had gegeven, had dat een precedent (jurisprudentie) kunnen scheppen. Dat betekent dat de uitspraak later als voorbeeld gebruikt kan worden in vergelijkbare zaken. Andere zoekers hadden dan kunnen aanvoeren dat zij ook recht hebben op vondsten die zij buiten paden of op archeologische locaties hebben meegenomen. Daarom zie je in uitspraken vaak dat de rechter het belang van bescherming van archeologisch erfgoed zwaarder laat wegen dan het belang van de vinder. De plek was eerder onderzocht, er was een rapport waarin de vuurstenen bekend waren al voor zijn vondst en daarmee geen toevalsvondst. Koelikamp zelf zei dat de stenen op afgeplagde grond lagen, wat erop wees dat het terrein eerder was bewerkt, daarmee had hij de aanwijzing dat de objecten bekend konden zijn. Daardoor werd het geen \u201ctoevalsvondst\u201d in juridische zin. Het zou niet gaan over een echte toevalsvondst buiten beschermde vindplaatsen waar het artikel 461 W v Str. niet van toepassing is. Er was ook geen toestemming gevraagd om te mogen zoeken op het Kroondomein. Dit alles elkaar maakt dat het schatvinderrecht: 50% eigendom voor de vinder 50% voor de grondeigenaar niet van toepassing is. In de praktijk betekent schatvindersrecht dit dat je een vuurstenen werktuig na melding en registratie vrijwel altijd gewoon mag bewaren. De vraag is of deze zaak, waarin uiteindelijk aan beide kanten verliezers lijken te staan, de archeologie werkelijk heeft gediend. De bodem waarin de vondsten zijn gedaan was afgegraven door afplaggen al verstoord. Bovendien bevonden de objecten zich niet meer in hun oorspronkelijke locatie context, omdat ze waren opgeraapt. Daarmee rijst de vraag wat de archeologische waarde van deze vuurstenen werktuigen nog precies is, met name wanneer het gaat om informatie over bodemcontext en datering en plaatselijke ligging van de stenen. Daarnaast speelt een bredere zorg. Wanneer melders het gevoel krijgen dat er op deze manier met hun vondsten wordt omgegaan, bestaat het risico dat amateurarcheologen of toevallige vinders zich in de toekomst twee keer bedenken voordat zij een vondst melden. Dat zou voor het archeologisch erfgoed juist een ongewenste ontwikkeling zijn. Tegelijkertijd kan men zich afvragen of een andere oplossing mogelijk was geweest. Had bijvoorbeeld een vorm van gedeelde erkenning of een financi\u00eble tegemoetkoming, bijvoorbeeld een verdeling van de waarde, niet kunnen bijdragen aan een constructievere uitkomst? Zeker omdat het hier om vuurstenen werktuigen gaat waarvan vergelijkbare exemplaren al in grote aantallen in depots aanwezig zijn, zoals in Nuis. De kernvraag blijft daarom wat in dit specifieke geval de daadwerkelijke toegevoegde waarde is van verdere typologische analyse van bewerking en varianten, wanneer de oorspronkelijke archeologische context is verstoord? Het zijn dit soort afwegingen die een rol hadden kunnen spelen in de besluitvorming van de gemeente Apeldoorn om de vondsten niet toe te eigenen. De vondsten van Lukas Koelikamp komen uit de Laatpaleolithische Hamburgcultuur. Deze cultuur bestond ongeveer 15.500\u201313.000 jaar geleden, aan het einde van de laatste ijstijd, en wordt meestal geassocieerd met rendierjagers die langs de rand van de ijskap leefden. In Nederland liggen de meeste vindplaatsen op dekzandruggen, omdat die in het koude toendralandschap goede kampplaatsen vormden. Bron: rechtszaak, Algemeendagblad, 3 februari 2026 De gelderlander van 13 maart 2026.<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":7734,"comment_status":"open","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[26],"tags":[],"class_list":["post-5855","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-weblog-weblog-2"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/5855","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=5855"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/5855\/revisions"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/media\/7734"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=5855"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=5855"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/steentijdvondsten.nl\/post\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=5855"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}