Post-depositionele kenmerken op vuurstenen artefacten

Deze pagina is in aanbouw en niet volledig voor gebruik!

VUURSTEEN / ARTEFACTENATLAS

DRENTHE · GRONINGEN · FRIESLAND

Sporen op vuursteen.

Een veldatlas voor vuurstenen werktuigen uit Drenthe, Groningen en Friesland. Bekijk patina, verwering en beschadiging op menselijke afslagvlakken.

Beoordeel eerst of het stuk door mensen is bewerkt. Patina en beschadiging komen ook op natuurlijke vuursteen voor. Een kenmerk alleen bewijst geen ouderdom of echtheid. Vergelijk bewerkte vlakken met behouden cortex: sporen op de grondstof kunnen ouder zijn dan het werktuig.

35 kenmerken

eemster-kg_1993
Tijdens ontstaan van vuursteen knollen

Cortex

Vaak van wit naar donkerbruin afhankelijk van de infiltratie in de bodem op een artefact.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Cortex

Cortex is de natuurlijke buitenste schil van een vuursteenknol die afkomstig is uit vuursteenlagen of -aders. Deze cortex is meestal (wit) licht van kleur. Wanneer vuursteen lange tijd in de bodem van Noord-Nederland ligt, kan de cortex door infiltratie van ijzerhoudend grondwater verkleuren (vaak van licht tot donker bruin). IJzerverbindingen dringen in de poreuze buitenlaag en kunnen de oorspronkelijk lichte cortex geelbruin tot donkerbruin kleuren.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Cortex, kalk afzetting geharde kalklaag resteren op vuursteen.

Uiterlijk op het werktuig

Vaak van wit naar donkerbruin afhankelijk van de infiltratie in de bodem op een artefact.

Ontstaan

Natuurlijke schil ontstaan bij vorming van vuursteen in kalkrijke bodems.

Waarop letten bij onderzoek

Bij artefacten die bwerekt zijn kunnen deze cortex lagen nog aanwezig zijn.

032.-Bruine-vuursteen-met-witte-kleurpatina-2-Norg-Dr.-768x562
Melkpatina

Melkpatina, ook wel porseleinpatina

Kalkresten kunnen in de poreuze en zwakkere delen van vuursteen oplossen en naar buiten dringen.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Melkpatina, ook wel porseleinpatina

Melkpatina, ook wel porseleinpatina genoemd, is een witte tot melkachtig witte verkleuring aan de buitenkant van een artefact, die aan het oppervlak van vuursteen kan ontstaan. Het is geen oorspronkelijke kleur van de vuursteen, maar het gevolg van langdurige chemische verwering. Water en stoffen uit de bodem tasten het oppervlak aan, waardoor de buitenste laag verandert en haar donkere, vaak doorschijnende karakter verliest. Het oppervlak krijgt daardoor een doffe, krijtachtige of porseleinachtige uitstraling door kalk resten die uit het vuursteen naar buiten toe trekken.

Bij vuurstenen artefacten kan melkpatina aanwijzingen geven over de omstandigheden waarin het artefact heeft gelegen en over verweringsprocessen die na de vervaardiging hebben plaatsgevonden. De aanwezigheid van patina is echter op zichzelf geen betrouwbare methode om een artefact te dateren, omdat de vorming sterk afhankelijk is van lokale bodem- en milieuomstandigheden.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Melkpatina of porseleinpatina wordt aangeduid.

Uiterlijk op het werktuig

Kalkresten kunnen in de poreuze en zwakkere delen van vuursteen oplossen en naar buiten dringen.

Ontstaan

Vuursteen bestaat hoofdzakelijk uit silica (SiO₂), maar kan ook fossiele resten, kalkhoudende bestanddelen bevatten. Deze bestanddelen kunnen plaatselijk geconcentreerd en verspreid in het vuursteen voorkomen, vooral in meer poreuze of minder homogeen verkiezelde zones van de vuursteen. Onder invloed van water en langdurige chemische verwering kunnen kalkhoudende bestanddelen oplossen en zich via poriën en microscheurtjes verplaatsen. Aan of nabij het oppervlak kunnen hierdoor lichte, doffe tot melkachtig witte zones zichtbaar worden. Dergelijke oppervlakkige verweringsverschijnselen kunnen bijdragen aan wat bij vuursteen als melkpatina of porseleinpatina wordt aangeduid.

Waarop letten bij onderzoek

Het ophopen aan het oppervlakte. Door verwering kunnen deze kalkhoudende bestanddelen aan het oppervlak zichtbaar worden als lichte of witachtige verkleuringen.

Detail van putjes in een vuursteenoppervlak; vergelijkingsbeeld van natuurlijke vuursteen.

Detail van putjes in een vuursteenoppervlak; vergelijkingsbeeld van natuurlijke vuursteen.

Wind en abrasie

Windlak / windglans

Lakachtige glans, soms met putjes.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Windlak / windglans

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Eolische glans; geen synoniem voor chemische glanspatina

Uiterlijk op het werktuig

Lakachtige glans, soms met putjes.

Ontstaan

Wind voert zand en stof over het blootliggende artefact. Herhaalde korrelcontacten veranderen het oppervlak. Beschutte of begraven delen kunnen een andere glans houden. Opmerking: Over de oorzaak van glans op vuursteen bestaat discussie. Vaak wordt deze toegeschreven aan windlak, ontstaan door langdurige blootstelling aan wind en zand. Een andere verklaring is dat de glans het gevolg is van chemische processen in de bodem, waarbij opgeloste silica zich opnieuw op het vuursteenoppervlak afzet. Hierdoor kan een dunne, glasachtige glanslaag ontstaan, mogelijk vergelijkbaar met **hyaliet**, een opaalachtige vorm van silica. De glans hoeft daarom niet altijd het gevolg te zijn van mechanische polijsting, maar kan mogelijk ook een chemische oorsprong hebben. Archeologen geven de voorkeur aan de windlak hypothese.

Betekenis en beperkingen

Glans alleen onderscheidt windwerking niet van chemische verandering.

Waarop letten bij onderzoek

Vergelijk beschutte delen met uitstekende ribben.

Bronnen

Vuurstenen windkanter. Natuurlijk vergelijkingsstuk; geen aangetoond werktuig.

Vuurstenen windkanter. Natuurlijk vergelijkingsstuk; geen aangetoond werktuig.

Wind en abrasie

Windkantervorming

Afgesleten vlakken met een kiel of scherpe overgang.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Windkantervorming

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Ventifact; eolische facetten

Uiterlijk op het werktuig

Afgesleten vlakken met een kiel of scherpe overgang.

Ontstaan

Langdurig korreltransport langs een blootliggende steen kan plaatselijke afslijting en facetten veroorzaken. Op een werktuig moet worden bepaald of het facet de menselijke afslagen doorsnijdt of op oudere cortex ligt.

Betekenis en beperkingen

Een facet op cortex kan al vóór bewerking bestaan.

Waarop letten bij onderzoek

Volgt de slijtage een natuurlijk oppervlak of doorsnijdt zij afslagnegatieven?

Bronnen

Detail van putjes in een vuursteenoppervlak; vergelijkingsbeeld van natuurlijke vuursteen.

Detail van putjes in een vuursteenoppervlak; vergelijkingsbeeld van natuurlijke vuursteen.

Wind en abrasie

Eolische putjes

Kleine kuiltjes in een glanzend oppervlak.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Eolische putjes

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Windlakputjes; oppervlaktepitting

Uiterlijk op het werktuig

Kleine kuiltjes in een glanzend oppervlak.

Ontstaan

Kleine zwakke plekken of holten kunnen door korrelcontact worden vergroot. Eerst chemisch opgeloste insluitsels kunnen het beginpunt leveren; putjes hoeven dus niet uitsluitend mechanisch te zijn ontstaan.

Betekenis en beperkingen

Putjes kunnen ook chemisch ontstaan; combinatie en microscopie zijn nodig.

Waarop letten bij onderzoek

Fotografeer oppervlak en putjes met dezelfde verlichting.

Bronnen

inkiezeling
Chemische verwering

Glanspatina inkiezeling en overkiezeling

Vergladding of een dun huidje.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Glanspatina inkiezeling en overkiezeling

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Silica-afzetting in en op het oppervlak

Uiterlijk op het werktuig

Vergladding of een dun huidje.

Ontstaan

Met bodemwater aangevoerde silica kan in open poriën worden afgezet (inkiezeling) of als dunne afzetting op het oppervlak liggen (overkiezeling). Bij inkiezeling worden microscopische oneffenheden/putjes in het vuursteenoppervlak met kiezel (silica) opgevuld. Bij overkiezeling wordt daarnaast een uiterst dun laagje kiezel/opaal óp het oppervlak afgezet. Samen kunnen deze processen het oppervlak opvallend glad en glanzend maken.

Betekenis en beperkingen

Het zichtbare glanseffect bewijst niet welk proces overheerste.

Waarop letten bij onderzoek

Beschrijf eerst het oppervlak; laat een laag mineralogisch toetsen.

Bronnen

Hyaliet-afzetting
Chemische verwering

Hyaliet / opaalcoating overkiezeling

Een glasachtig silicalaagje.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Hyaliet / opaalcoating overkiezeling

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Voorgestelde verklaring voor sommige glanslagen

Uiterlijk op het werktuig

Een glasachtig silicalaagje.

Ontstaan

Onder geschikte chemische omstandigheden kan amorfe silica worden afgezet. Hyaliet is een glasachtige variëteit van opaal. Voor die specifieke mineralogische naam is meer bewijs nodig dan een glanzend oppervlak.

Betekenis en beperkingen

Hyaliet is niet op glans alleen te determineren. De opvatting dat alle windlak hyaliet is en uitsluitend in Saalien-smeltijs ontstond, is omstreden.

Waarop letten bij onderzoek

Gebruik microscopie en materiaalanalyse; noteer voorlopig “mogelijke coating”.

Bronnen

Schema: Oplossing en chemische afronding

Schematische uitleg van Oplossing en chemische afronding. Geen echte vondst en niet op schaal.

Chemische verwering

Oplossing en chemische afronding

Scherpe reliëfdelen worden zachter.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Oplossing en chemische afronding

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Desilicificatie; afronding van rillen, ribben, hoeken en sneden

Uiterlijk op het werktuig

Scherpe reliëfdelen worden zachter.

Ontstaan

Bodemwater kan het silica-oppervlak aantasten. Daardoor kunnen sneden en ribben hun scherpte verliezen. De mate hangt samen met materiaal, vocht, chemie en blootstelling; niet alleen met verstreken tijd.

Betekenis en beperkingen

Afronding kan ook mechanisch zijn.

Cryoturbatie en solifluctie.

Beide processen kunnen bijdragen aan de afronding van ribben op vuurstenen artefacten. Bij cryoturbatie gebeurt dit door herhaaldelijk bevriezen en ontdooien van de bodem. Bij solifluctie zorgt het afsmelten van ijs voor een trage stroming van waterverzadigde grond. Door de beweging en wrijving die hierbij ontstaan, kunnen scherpe ribben en randen van vuursteen geleidelijk afgerond raken.

Waarop letten bij onderzoek

Onderzoek of afslagstructuren vervagen zonder botsbeschadigingen.

Bronnen

Plaatselijke witte patina boven bruin vuursteen; natuurlijk vergelijkingsstuk.

Plaatselijke witte patina boven bruin vuursteen; natuurlijk vergelijkingsstuk.

Chemische verwering

Witte patina / melkpatina

Witte tot crème ondoorzichtige zones.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Witte patina / melkpatina

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Melkwitte patina; krijtachtige patina

Uiterlijk op het werktuig

Witte tot crème ondoorzichtige zones.

Ontstaan

Een veranderde buitenzone met microscopische poriën verstrooit licht en oogt wit. De zone kan dun, vlekkerig of sterk ontwikkeld zijn. Melkpatina beschrijft de melkachtige verschijning en is geen onafhankelijk ontstaansproces.

Betekenis en beperkingen

Wit kan ook door verhitting ontstaan.

Waarop letten bij onderzoek

Controleer barstjes, glans en kleurverdeling onder een loep.

Bronnen

Sterke witte oppervlakteverandering op natuurlijke vuursteen; geen werktuigfoto.

Sterke witte oppervlakteverandering op natuurlijke vuursteen; geen werktuigfoto.

Chemische verwering

Porseleinpatina

Wit en opvallend glad of glanzend.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Porseleinpatina

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Witte glanzende patina

Uiterlijk op het werktuig

Wit en opvallend glad of glanzend.

Ontstaan

Witte oppervlakteverandering kan samengaan met een glad of glanzend oppervlak. “Porselein” beschrijft die combinatie. De term wordt niet overal identiek gebruikt en overlapt met witte patina en glanspatina.

Betekenis en beperkingen

Een beschrijvende variant; geen zelfstandige datering.

Waarop letten bij onderzoek

Noteer kleur en glans afzonderlijk.

Bronnen

Dunne blauwachtige en witte patina op natuurlijke vuursteen. Geen werktuigfoto.

Dunne blauwachtige en witte patina op natuurlijke vuursteen. Geen werktuigfoto.

Chemische verwering

Blauwachtige patina

Blauwe zweem boven donkerder vuursteen.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Blauwachtige patina

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Melkblauwe, blauwgrijze of dunne witte patina

Uiterlijk op het werktuig

Blauwe zweem boven donkerder vuursteen.

Ontstaan

Een dunne veranderde buitenzone kan boven donker materiaal blauwachtig ogen. Kleur wordt mede bepaald door laagdikte, lichtverstrooiing en ondergrond. Een oorspronkelijk blauwgrijze grondstof kan hetzelfde uiterlijk geven.

Betekenis en beperkingen

Blauw kan ook de oorspronkelijke grondstofkleur zijn.

Waarop letten bij onderzoek

Vergelijk kleur onder wisselende belichting en aan bestaande beschadigingen.

Bronnen

Witte patina en contrasterende beschadigingen op natuurlijke vuursteen. Geen werktuigfoto.

Witte patina en contrasterende beschadigingen op natuurlijke vuursteen. Geen werktuigfoto.

Chemische verwering

Plaatselijke witte patina

Vlekken of bleke stroken langs beschadigingen.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Plaatselijke witte patina

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Patinavlekken; witte patinaranden; witte krassen

Uiterlijk op het werktuig

Vlekken of bleke stroken langs beschadigingen.

Ontstaan

Langs microbarsten en op beschadigde delen kan de aantasting anders verlopen dan op intacte vlakken. Verschillende contacten met bodemwater of sediment veroorzaken plaatselijke verschillen in de witte buitenzone.

Betekenis en beperkingen

Verschil in patina hoeft geen verschil in ouderdom te betekenen.

Waarop letten bij onderzoek

Leg de verdeling vast op een tekening of overzichtsfoto.

Bronnen

Wortelpatina op natuurlijke vuursteen. Geen werktuigfoto.

Wortelpatina op natuurlijke vuursteen. Geen werktuigfoto.

Chemische verwering

Wortelpatina / vermiculé

Vertakkende, kronkelende lichte lijnen.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Wortelpatina / vermiculé

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Streperige, dendritische of spaghetti-patina

Uiterlijk op het werktuig

Vertakkende, kronkelende lichte lijnen.

Ontstaan

De chemie aan wortelcontacten verschilt van die van de omringende bodem. Plaatselijke aantasting kan vertakkende etspatronen en witte lijnen achterlaten. De precieze rol van wortelstoffen en bodemchemie moet per situatie worden beoordeeld.

Betekenis en beperkingen

Wortelwerking is een verklaring, geen bewijs uit het patroon alleen.

Waarop letten bij onderzoek

Onderscheid etslijnen van rechte mechanische krassen.

Bronnen

Neolithische vuurstenen bijl, besproken bij bruine moeraspatina.

Neolithische vuurstenen bijl, besproken bij bruine moeraspatina.

Chemische verwering

Bruine ijzerpatina

Gele, oranje tot bruine verkleuring.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Bruine ijzerpatina

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

IJzerimpregnatie; limonietpatina; geel- en roestbruine patina

Uiterlijk op het werktuig

Gele, oranje tot bruine verkleuring.

Ontstaan

Opgelost ijzer kan via poriën en scheuren worden aangevoerd. Bij veranderende zuurstof- en vochtcondities slaan ijzerverbindingen neer. De verkleuring kan een dun oppervlak of een dieper doordrongen zone betreffen.

Betekenis en beperkingen

Dit kan op jonge en oude stukken voorkomen.

Waarop letten bij onderzoek

Controleer verspreiding over afslagvlakken en cortex.

Bronnen

Schema: Roodachtige verkleuring

Schematische uitleg van Roodachtige verkleuring. Geen echte vondst en niet op schaal.

Chemische verwering

Roodachtige verkleuring

Rode of roodbruine zones.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Roodachtige verkleuring

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Rode kleurpatina; roodbruine ijzerverkleuring

Uiterlijk op het werktuig

Rode of roodbruine zones.

Ontstaan

IJzerhoudende bestanddelen kunnen rood kleuren; verhitting is een andere mogelijkheid.

Betekenis en beperkingen

Rode grondstof is niet vanzelf rode patina.

Waarop letten bij onderzoek

Vergelijk de oorspronkelijke kleur met buitenlagen; let op thermische schade.

Bronnen

Gebogen bruine bandering in natuurlijke vuursteen, besproken bij ijzerpatina en Liesegangringen. Geen werktuigfoto.

Gebogen bruine bandering in natuurlijke vuursteen, besproken bij ijzerpatina en Liesegangringen. Geen werktuigfoto.

Chemische verwering

Liesegangringen

Gebogen of concentrische gekleurde banden in het materiaal.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Liesegangringen

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Liesegangbanden; ritmische ijzerbandering

Uiterlijk op het werktuig

Gebogen of concentrische gekleurde banden in het materiaal.

Ontstaan

Reactieve stoffen diffunderen door poreus materiaal en slaan bij bepaalde concentraties neer. Dit kan opeenvolgende neerslagzones veroorzaken. Bij ijzerhoudende ontstaansbodem zijn deze vaak bruin. Liesegangringen zijn concentrische banden in vuursteen die ontstaan door diffusie en ritmische neerslag van mineralen. Ze kunnen al aanwezig zijn voordat de vuursteen tot een werktuig wordt bewerkt.

Betekenis en beperkingen

Banden kunnen al in de grondstof aanwezig zijn. Ze dateren het werktuig niet zonder meer. Niet elke bruine lijn is een Liesegangband.

Waarop letten bij onderzoek

Volgen de banden een oude buitenkant, een scheur of de contour van het bewerkte oppervlak? Binnen de petrologie en geologie worden zogenoemde Liesegang-ringen beschouwd als concentrische of bandvormige patronen die ontstaan door fysisch-chemische processen, waaronder diffusie, reactie en precipitatie van opgeloste mineralen in poreus gesteente of sediment.

Een relevante vraag is of vergelijkbare concentrische ringen, banden of streeppatronen ook **secundair op archeologische artefacten** kunnen ontstaan nadat deze gedurende langere tijd in de bodem hebben verbleven. In dat geval zouden bodemvocht en daarin opgeloste minerale bestanddelen in het materiaal kunnen infiltreren of ermee kunnen reageren, waardoor ruimtelijk geordende verkleurings-, neerslag- of reactiepatronen ontstaan die morfologisch overeenkomsten vertonen met Liesegang-structuren.

Indien dergelijke patronen aantoonbaar pas na de vervaardiging en depositie van een artefactzijn gevormd, betreft het geen oorspronkelijk kenmerk van het gebruikte materiaal of het productieproces, maar een post-depositionele fysisch-chemische verandering. De wetenschappelijke vraag is vervolgens in hoeverre dit verschijnsel reeds als afzonderlijk proces is beschreven en geclassificeerd, en of de term Liesegang-ringen hiervoor strikt toepasbaar is. Mogelijk bestaat hier behoefte aan een specifiekere terminologie voor Liesegang-achtige patronen die door langdurige bodeminteractie in archeologische materialen ontstaan.

Bronnen

ijzer afzeting zwake plekken
Chemische verwering

IJzer langs scheuren en aders

Bruineafzetting langs interne breuken of poriën.

Bekijk kenmerk en ontstaan

IJzer langs scheuren en aders

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Roestaders; ijzerinfiltratie

Uiterlijk op het werktuig

Bruineafzetting langs interne breuken of poriën.

Ontstaan

Water transporteert ijzer langs doorlatende routes.

Betekenis en beperkingen

Geen afzonderlijke datering en niet noodzakelijk Liesegangvorming.

Waarop letten bij onderzoek

Breng scheuren en verkleuring samen in beeld.

Bronnen

Donkere natuurlijke vuursteen, besproken bij zwarte patina. Geen werktuigfoto.

Donkere natuurlijke vuursteen, besproken bij zwarte patina. Geen werktuigfoto.

Chemische verwering

Zwarte patina

Een donkergrijze tot zwarte buitenlaag.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Zwarte patina

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Donkere natte-bodempatina; moeras- of onderwaterpatina

Uiterlijk op het werktuig

Een donkergrijze tot zwarte buitenlaag.

Ontstaan

Een zuurstofarm milieu kan ijzersulfideverkleuring veroorzaken.

Betekenis en beperkingen

Oorspronkelijk zwarte vuursteen en donkere aanslag kunnen erop lijken.

Waarop letten bij onderzoek

Vergelijk buitenlaag met bestaande breukvlakken; bepaal samenstelling bij twijfel.

Bronnen

Sterke witte oppervlakteverandering op natuurlijke vuursteen; geen werktuigfoto.

Sterke witte oppervlakteverandering op natuurlijke vuursteen; geen werktuigfoto.

Chemische verwering

Poreuze of matte buitenlaag

Ruw, dof of fijnporeus oppervlak.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Poreuze of matte buitenlaag

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Krijtige verwering; dof oppervlak; oplossingsputjes

Uiterlijk op het werktuig

Ruw, dof of fijnporeus oppervlak.

Ontstaan

Chemische aantasting verandert de microstructuur.

Betekenis en beperkingen

Ook verse afslagen kunnen weinig glanzen; matheid alleen is geen diagnose.

Waarop letten bij onderzoek

Gebruik strijklicht en microscopie; maak geen nieuwe breuk.

Bronnen

Schema: Vorstscheuren

Schematische uitleg van Vorstscheuren. Geen echte vondst en niet op schaal.

Vorst en spanning

Vorstscheuren

Scheuren die het afslagreliëf kunnen doorsnijden.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Vorstscheuren

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Spanningsbarsten; interne vorstbeschadiging

Uiterlijk op het werktuig

Scheuren die het afslagreliëf kunnen doorsnijden.

Ontstaan

Water in toegankelijke poriën en bestaande scheuren kan bij herhaald bevriezen en ontdooien spanning veroorzaken en scheuren laten groeien. Niet elk type vuursteen reageert gelijk. Een onzichtbaar intern gebrek kan later bij belasting openbreken.

Betekenis en beperkingen

Een scheur alleen bewijst geen vorstwerking; slag en hitte zijn alternatieven.

Waarop letten bij onderzoek

Leg beginpunten, vertakkingen en doorsneden vlakken vast.

Bronnen

elo-1
Vorst en spanning

Vorstsplijting

Afgesprongen delen en onregelmatige of gebogen breukvlakken.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Vorstsplijting

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Natuurlijke spanningsbreuk; vorstafsplijting

Uiterlijk op het werktuig

Afgesprongen delen en onregelmatige of gebogen breukvlakken.

Ontstaan

Wanneer spanning groter wordt dan de lokale sterkte kan een deel van het artefact losspringen. Bestaande scheuren en holten beïnvloeden het verloop. Een schelpvormige breuk is op zichzelf geen menselijke afslag.

Betekenis en beperkingen

Een natuurlijke breuk kan een afslag nabootsen.

Waarop letten bij onderzoek

Zoek samenhang met andere barsten; beoordeel slagkenmerken in combinatie met fossiele resten in het centrum een de breuk.

Bronnen

Door vorst gespleten vuursteen met glanzend oppervlak. Natuurlijk vergelijkingsstuk; geen aangetoond werktuig.

Door vorst gespleten vuursteen met glanzend oppervlak. Natuurlijk vergelijkingsstuk; geen aangetoond werktuig.

Vorst en spanning

Secundaire vorstsplijting

Een natuurlijke breuk onderbreekt eerder gemaakte afslagnegatieven.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Secundaire vorstsplijting

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Vorstschade na vervaardiging

Uiterlijk op het werktuig

Een natuurlijke breuk onderbreekt eerder gemaakte afslagnegatieven.

Ontstaan

Een al vervaardigd artefact wordt later door vorstspanning gebroken. De breuk kan oude afslagnegatieven afsnijden. “Secundair” duidt de volgorde ten opzichte van vervaardiging aan, niet een andere soort vorstwerking.

Betekenis en beperkingen

De volgorde is alleen aantoonbaar als de breuk oude bewerking doorsnijdt.

Waarop letten bij onderzoek

Tekenen welke negatieven worden afgesneden; vergelijk patina op beide generaties.

Bronnen

potlits
Vorst en spanning

Potlid: ronde spanningsafsplintering

Rond of ovaal komvormig litteken; soms een los schijfje.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Potlid: ronde spanningsafsplintering

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Potlid-litteken; schijfvormige afsplintering

Uiterlijk op het werktuig

Rond of ovaal komvormig litteken; soms een los schijfje.

Ontstaan

Spanning concentreert zich rond een zwakke plek binnen de vuursteen (Fossiel rest). Een gebogen scheur loopt naar het vrije oppervlak en kan een rond schijfje losmaken. De vorm beschrijft de breuk; de oorzaak moet afzonderlijk worden onderzocht.

Betekenis en beperkingen

Extreme temperatuur of temperatuurwisseling kan dit veroorzaken. Vorst en verhitting zijn niet op de vorm alleen te scheiden.

Waarop letten bij onderzoek

Bekijk de breukdoorsnede en aanvullende barsten; registreer oorzaak als onzeker.

Bronnen

Witte beschadigingssporen op natuurlijke vuursteen; vergelijkingsbeeld voor krassen en contactschade.

Witte beschadigingssporen op natuurlijke vuursteen; vergelijkingsbeeld voor krassen en contactschade.

Mechanische beschadiging

Gletsjerkrassen en afschuring

Krassen, soms evenwijdig, op een afgesleten oppervlak.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Gletsjerkrassen en afschuring

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Glaciale slijtage; striaties

Uiterlijk op het werktuig

Krassen, soms evenwijdig, op een afgesleten oppervlak.

Ontstaan

Contact met gesteente tijdens ijstransport kan krassen en slijtage veroorzaken.

Betekenis en beperkingen

Op behouden cortex kunnen deze sporen vóór de vervaardiging liggen. Parallelle krassen zijn op zichzelf niet bewijs van een gletsjer.

Waarop letten bij onderzoek

Bepaal of krassen op cortex of op menselijke afslagvlakken liggen.

Bronnen

Witte beschadigingssporen op natuurlijke vuursteen; vergelijkingsbeeld voor krassen en contactschade.

Witte beschadigingssporen op natuurlijke vuursteen; vergelijkingsbeeld voor krassen en contactschade.

Mechanische beschadiging

Paraboolbarstjes en botskringen

Kleine gebogen breukjes, soms in een reeks.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Paraboolbarstjes en botskringen

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Hoefijzerbarstjes; gedeeltelijke drukringen

Uiterlijk op het werktuig

Kleine gebogen breukjes, soms in een reeks.

Ontstaan

Geconcentreerd contact veroorzaakt plaatselijke breukvorming.

Betekenis en beperkingen

Het patroon alleen bepaalt niet of ijs, watertransport of ander contact de oorzaak was.

Waarop letten bij onderzoek

Vergroot individuele boogjes en de richting van een eventuele reeks.

Bronnen

Schema: Drukkegeltjes en stootvlekken

Schematische uitleg van Drukkegeltjes en stootvlekken. Geen echte vondst en niet op schaal.

Mechanische beschadiging

Drukkegeltjes en stootvlekken

Kleine kegelige breukjes of bleke impactvlekken.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Drukkegeltjes en stootvlekken

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Contactkegels; kleine witte kneusplekken

Uiterlijk op het werktuig

Kleine kegelige breukjes of bleke impactvlekken.

Ontstaan

Lokale belasting of botsing breekt de microstructuur.

Betekenis en beperkingen

Ook recente druk of bewerking kan contactschade veroorzaken.

Waarop letten bij onderzoek

Controleer overlap met negatieven en patina; beschrijf maat en spreiding.

Bronnen

Schema: Krassen door bodembeweging

Schematische uitleg van Krassen door bodembeweging. Geen echte vondst en niet op schaal.

Mechanische beschadiging

Krassen door bodembeweging

Losse of kruisende krassen op ribben en vlakken.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Krassen door bodembeweging

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Mogelijke cryoturbatiekrassen; contactkrassen

Uiterlijk op het werktuig

Losse of kruisende krassen op ribben en vlakken.

Ontstaan

Een artefact schuurt tijdens verplaatsing tegen sediment of andere stenen. Vorstgedreven bodemvervorming kan die contacten veroorzaken, maar ook andere verplaatsing en recente landbewerking kunnen vergelijkbare krassen achterlaten.

Betekenis en beperkingen

Krassen bewijzen cryoturbatie niet.

Waarop letten bij onderzoek

Vergelijk oriëntatie, doorsnijding, sediment en slijtage op andere vondsten.

Bronnen

Schema: Natuurlijke randafsplintering

Schematische uitleg van Natuurlijke randafsplintering. Geen echte vondst en niet op schaal.

Mechanische beschadiging

Natuurlijke randafsplintering

Kleine hapjes, onregelmatige retoucheachtige beschadigingen.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Natuurlijke randafsplintering

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Pseudo-retouche; mogelijke cryoturbatie-afsplintering; edge damage

Uiterlijk op het werktuig

Kleine hapjes, onregelmatige retoucheachtige beschadigingen.

Ontstaan

Druk, botsingen of verplaatsing beschadigen dunne randen.

Betekenis en beperkingen

Ook echte retouche en gebruik kunnen vergelijkbare sporen geven.

Waarop letten bij onderzoek

Vergelijk continuïteit, slagoriëntatie en functionele plaats; laat twijfel beoordelen.

Bronnen

DR3
Mechanische beschadiging

Mechanische afronding en afstomping

Afgeronde ribben, stompe sneden en versleten reliëf.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Mechanische afronding en afstomping

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Rolling; snedeslijtage; sedimentabrasie

Uiterlijk op het werktuig

Afgeronde ribben, stompe sneden en versleten reliëf.

Ontstaan

Herhaald contact met sediment verwijdert materiaal aan uitstekende ribben en dunne sneden. Een rollend artefact kan rondom slijten; een deels begraven stuk kan vooral op de blootliggende zijde veranderen.

Betekenis en beperkingen

Niet elke afgeronde rand is verspoeld; chemische verandering kan bijdragen.

Waarop letten bij onderzoek

Beschrijf welke delen zijn afgerond en welke nog scherp zijn.

Bronnen

Schema: Recente rand- en oppervlaktebeschadiging

Schematische uitleg van Recente rand- en oppervlaktebeschadiging. Geen echte vondst en niet op schaal.

Mechanische beschadiging

Recente rand- en oppervlaktebeschadiging

Lokale frisse breuken of krassen op een ouder oppervlak.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Recente rand- en oppervlaktebeschadiging

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Ploegschade; vertrappingsschade; verse krassen

Uiterlijk op het werktuig

Lokale frisse breuken of krassen op een ouder oppervlak.

Ontstaan

Landbewerking, betreding, verplaatsen of verzamelen kan schade veroorzaken.

Betekenis en beperkingen

Een frisse plek geeft geen exacte ouderdom; afwezigheid van patina is niet beslissend.

Waarop letten bij onderzoek

Fotografeer schade vóór schoonmaken en noteer verzameling en opslag.

Bronnen

Schema: Verhittings-potlids

Schematische uitleg van Verhittings-potlids. Geen echte vondst en niet op schaal.

Verhitting

Verhittings-potlids

Schijfvormige afsplinteringen, soms veel bijeen.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Verhittings-potlids

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Hitteafsplintering; thermal potlidding

Uiterlijk op het werktuig

Schijfvormige afsplinteringen, soms veel bijeen.

Ontstaan

Bij voldoende verhitting ontstaan interne spanningen rond zwakke plekken. Gebogen breuken bereiken het oppervlak en laten schijfjes afspringen. De gevoeligheid hangt af van grondstof en het verloop van de verhitting. Niet uitgesloten dat extreem lage temperaturen het zelfde effect hebben.

Betekenis en beperkingen

Potlids alleen bewijzen geen menselijke haard. Combineer met thermische barsten, kleurverandering en context.

Waarop letten bij onderzoek

Registreer aantal, grootte en ligging, plus andere hittesporen.

Bronnen

Schema: Thermische barsten / craquelé

Schematische uitleg van Thermische barsten / craquelé. Geen echte vondst en niet op schaal.

Verhitting

Thermische barsten / craquelé

Een barstennetwerk of uiteengevallen werktuig.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Thermische barsten / craquelé

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Crazing; hittefracturen; thermische fragmentatie

Uiterlijk op het werktuig

Een barstennetwerk of uiteengevallen werktuig.

Ontstaan

Tijdens verhitting en afkoeling kunnen spanning en structurele verandering een netwerk van scheuren opbouwen. Bij verdergaande schade valt het artefact in fragmenten uiteen. Craquelé, potlids en kleurverandering kunnen samen voorkomen.

Betekenis en beperkingen

Niet iedere scheur is een hittespoor.

Waarop letten bij onderzoek

Combineer scheurpatroon, potlids, fragmenten en archeologische context.

Bronnen

Schema: Thermische kleur- en glansverandering

Schematische uitleg van Thermische kleur- en glansverandering. Geen echte vondst en niet op schaal.

Verhitting

Thermische kleur- en glansverandering

Kleur of reflectie verandert; soms glanzender breukvlakken.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Thermische kleur- en glansverandering

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Verbleking; rood/paarse verkleuring; hitteglans

Uiterlijk op het werktuig

Kleur of reflectie verandert; soms glanzender breukvlakken.

Ontstaan

Verhitting kan ijzerhoudende bestanddelen en de microstructuur van vuursteen veranderen. Daardoor kan het materiaal verkleuren of de glans van later gevormde breukvlakken veranderen. Niet elke vuursteen reageert met dezelfde kleur of glans.

Betekenis en beperkingen

Hittesporen zijn afhankelijk van grondstof en temperatuur. Witte patina en chemische glans kunnen erop lijken.

Waarop letten bij onderzoek

Beschrijf kleur en glans apart van barsten; behandel hitteglans niet als hyaliet.

Bronnen

Plaatselijke witte patina boven bruin vuursteen; natuurlijk vergelijkingsstuk.

Plaatselijke witte patina boven bruin vuursteen; natuurlijk vergelijkingsstuk.

Volgorde van veranderingen

Meervoudige en asymmetrische patina

Verschillende kleuren, lagen of patronen op één artefact.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Meervoudige en asymmetrische patina

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Patina-overlap; patinaverschil tussen zijden

Uiterlijk op het werktuig

Verschillende kleuren, lagen of patronen op één artefact.

Ontstaan

Een artefact kan aan weerszijden andere bodemcontacten hebben gehad of achtereenvolgens verschillende milieus hebben doorgemaakt. Daardoor kunnen patronen naast of boven elkaar liggen. Asymmetrie is niet automatisch een opeenvolging van afzonderlijke perioden.

Betekenis en beperkingen

Twee kleuren bewijzen niet automatisch twee perioden.

Waarop letten bij onderzoek

Noteer welke laag of lijn een andere doorsnijdt; beoordeel voor- en achterzijde.

Bronnen

Witte patina en contrasterende beschadigingen op natuurlijke vuursteen. Geen werktuigfoto.

Witte patina en contrasterende beschadigingen op natuurlijke vuursteen. Geen werktuigfoto.

Volgorde van veranderingen

Patinaverschil tussen oude en jonge vlakken

Een beschadiging of nieuw negatief wijkt af van een ouder oppervlak.

Bekijk kenmerk en ontstaan

Patinaverschil tussen oude en jonge vlakken

Registreer dit kenmerk op afzonderlijke bewerkte vlakken, sneden en behouden natuurlijke oppervlakken.

Afbeeldingen

Synoniemen en verwante termen

Relatieve volgorde; patina op herbewerkte vlakken

Uiterlijk op het werktuig

Een beschadiging of nieuw negatief wijkt af van een ouder oppervlak.

Ontstaan

Een nieuwe breuk of afslag ontsluit materiaal dat eerder niet aan dezelfde omstandigheden blootstond. Het nieuwe vlak kan anders veranderen dan de buitenzijde. Ook lokale chemie kan het kleurcontrast beïnvloeden.

Betekenis en beperkingen

Ook plaatselijke bodemverschillen kunnen contrast maken. Alleen duidelijke doorsnijding ondersteunt een volgorde.

Waarop letten bij onderzoek

Leg de snijlijnen vast. Herbewerking moet technologisch worden aangetoond.

Bronnen