Nieuws

Een miljoen jaar geschiedenis onder vuur: Oekraïense archeologen proberen het verleden te redden

MEDZHYBIZH, Oekraïne — Terwijl raketten Oekraïense steden en musea treffen, proberen archeologen een veel ouder verhaal veilig te stellen. In de bodem rond Medzhybizh, in het westen van Oekraïne, liggen sporen van mensachtigen die hier honderdduizenden tot mogelijk meer dan een miljoen jaar geleden leefden. Stenen werktuigen, botten en resten van oude haardplaatsen vormen een zeldzaam venster op de vroegste menselijke geschiedenis van Oost-Europa.

Nu dreigt ook dat verleden verloren te gaan.

De oorlog heeft in Oekraïne al musea, historische gebouwen en archeologische vindplaatsen beschadigd of vernietigd. Collecties zijn geëvacueerd, beschadigd of geplunderd. Voor archeologen is de dreiging extra groot: wanneer een voorwerp verloren gaat, kan ook de informatie over de vindplaats en de oorspronkelijke context verdwijnen.

Daarom zoeken Oekraïense onderzoekers naar een digitale reddingsboei: driedimensionale modellen van archeologische artefacten.

Sporen van de eerste bewoners

De archeologische vindplaatsen bij Medzhybizh en het nabijgelegen Holovchyntsi behoren tot de belangrijkste vroeg-Paleolithische locaties van Oekraïne. Vier vindplaatsen — Medzhybizh 1, Medzhybizh A, Holovchyntsi-1 en Holovchyntsi-2 — bevatten lagen die dateren van ongeveer 1,2 miljoen tot 400.000 jaar geleden.

De vondsten zijn opmerkelijk. Archeologen hebben duizenden stenen artefacten opgegraven, samen met dierlijke resten en sporen van vuurplaatsen. Sommige van die haardplaatsen behoren tot de oudste die in Oost-Europa bekend zijn.

De vondsten geven een beeld van mensachtigen die hun omgeving benutten met relatief eenvoudige technologie. Ze gebruikten onder meer vuursteen, kwarts, graniet, kalksteen en andere steensoorten. Vaak werden afgeronde rivierkiezels gekozen. Met hamerslagen werden daar scherpe randen uit geslagen.

Op het eerste gezicht lijken veel van de werktuigen weinig spectaculair. Sommige zijn niet meer dan afgeslagen stukken steen of eenvoudige kiezelhakkers. Maar juist die eenvoudige objecten kunnen archeologen vertellen hoe vroege mensachtigen grondstoffen selecteerden, stenen bewerkten en hun werktuigen gebruikten.

Een technologie van slag en aambeeld

Een belangrijke techniek op de vindplaatsen was de zogenoemde bipolaire reductie. Daarbij werd een steen op een harde ondergrond of een aambeeld geplaatst en van bovenaf aangeslagen. Ook werden stenen uit de vrije hand bewerkt.

De resultaten waren vaak onregelmatig. De makers waren niet voortdurend bezig met het produceren van gestandaardiseerde werktuigen. Ze lijken vooral te hebben gezocht naar een praktische oplossing: een steen met een bruikbare, scherpe en duurzame rand.

Onderzoekers proberen die technieken tegenwoordig zelf te reconstrueren. Door vuursteen en kwarts op dezelfde manier te bewerken, kunnen zij beter begrijpen hoe de archeologische vondsten zijn ontstaan.

Sommige objecten uit Medzhybizh zijn nog bijzonderder. In de vindplaats Medzhybizh A werden artefacten gevonden die uit mammoetslagtand zijn vervaardigd. Een kern en een punt tonen aan dat vroege mensachtigen niet alleen steen bewerkten, maar ook andere beschikbare materialen.

Oorlog verandert de archeologie

De wetenschappelijke waarde van de vindplaatsen staat inmiddels tegenover een nieuwe realiteit: oorlog.

Oekraïne heeft de afgelopen eeuw al vaker meegemaakt hoe oorlog en politieke machtswisselingen archeologische collecties kunnen ontwrichten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden collecties verplaatst, geroofd en verspreid. Sommige objecten gingen verloren, terwijl andere pas tientallen jaren later opnieuw konden worden geïdentificeerd.

De huidige oorlog brengt vergelijkbare risico’s met zich mee.

Musea in Oekraïne zijn door beschietingen beschadigd. Het Historisch Museum van Kupiansk werd verwoest, terwijl het Nationaal Literatuur- en Herdenkingsmuseum van Hryhorii Skovoroda zwaar werd getroffen. Ook het Archeologisch Museum van Odessa liep schade op.

In bezette gebieden is bovendien sprake geweest van plundering van musea en het wegvoeren van historische en archeologische collecties.

Voor onderzoekers is vooral het verlies van context problematisch. Een stenen werktuig zonder informatie over de bodemlaag waarin het werd gevonden, de exacte locatie en de andere vondsten eromheen, vertelt aanzienlijk minder dan hetzelfde object binnen zijn oorspronkelijke archeologische context.

Een museum zonder muren

Tegen die achtergrond krijgt het online Museum van Stenen Werktuigen een andere betekenis dan een gewone digitale tentoonstelling.

Onderzoekers maken met fotogrammetrie gedetailleerde 3D-modellen van artefacten. Die modellen kunnen vervolgens digitaal worden opgeslagen, gedeeld en onderzocht. Onderzoekers op verschillende plaatsen kunnen hetzelfde object bekijken zonder dat het origineel hoeft te worden verplaatst.

Een digitale collectie kan bovendien dienen als vergelijkingsmateriaal. Een wetenschapper kan een werktuig uit Oekraïne naast vergelijkbare vondsten uit andere Europese gebieden leggen en de vorm, afmetingen en bewerkingssporen bestuderen.

Ook voor het publiek biedt de techniek nieuwe mogelijkheden. Een virtueel artefact kan vanuit alle richtingen worden bekeken. Met een 3D-printer kan in sommige gevallen zelfs een fysieke replica worden gemaakt.

Maar de technologie heeft grenzen.

Een digitale kopie kan het oorspronkelijke object niet vervangen. Gewicht, materiaal, oppervlaktestructuur en andere fysieke eigenschappen kunnen niet volledig worden gereproduceerd. Nog belangrijker: een 3D-model kan de archeologische context niet herstellen wanneer die eenmaal verloren is gegaan.

Toch kan digitale documentatie voorkomen dat een artefact letterlijk uit het wetenschappelijke geheugen verdwijnt.

Het verleden als slachtoffer

Dat is volgens de onderzoekers de kern van de zaak. Cultureel erfgoed is geen luxe die pas na een oorlog aandacht verdient. Het maakt deel uit van de identiteit en kennis van een samenleving — en archeologisch erfgoed vertelt bovendien een verhaal dat veel verder teruggaat dan moderne landsgrenzen.

De stenen werktuigen van Medzhybizh zijn geen Russische, Oekraïense of Europese uitvinding in moderne politieke zin. Ze behoren tot een periode waarin de huidige staten en grenzen nog niet bestonden.

Ze zijn daarmee onderdeel van een veel ouder menselijk verhaal.

Volgens de Oekraïense onderzoekers is het behoud van dat verhaal een internationale verantwoordelijkheid. De Oekraïense staat staat tijdens de oorlog voor enorme uitdagingen en beschikt slechts over beperkte middelen om alle collecties en vindplaatsen te documenteren en te beschermen.

Meer dan vierhonderd artefacten wachten op digitalisering

Alleen al Medzhybizh 1 heeft volgens de onderzoekers meer dan vierhonderd stenen artefacten en verschillende botobjecten met sporen van menselijke bewerking. Een deel daarvan is inmiddels digitaal vastgelegd.

De ambitie is groter. Er moeten meer artefacten worden gescand en de digitale collectie moet verder worden uitgebouwd.

Dat vraagt financiële steun, technische apparatuur en internationale samenwerking.

Voor archeoloog Oleksandr Naumenko is die samenwerking urgent. De oorlog kan een museum in enkele seconden vernietigen, maar het documenteren van een archeologische collectie kan jaren duren.

Daarom wordt nu geprobeerd om het kwetsbare verleden op zoveel mogelijk plaatsen tegelijk te bewaren.

Een stenen werktuig dat een miljoen jaar geleden door een mensachtige werd vastgepakt, lijkt op het eerste gezicht een klein en stil object. Toch kan het een van de weinige bewijzen zijn die nog bestaan van het leven van die vroege bewoners van Europa.

Juist daarom is de inzet groot.

Als de oorlog het origineel vernietigt, moet in ieder geval het spoor naar het verleden blijven bestaan.

Bron:

Verlies van context en documentatie: In een uitgebreide wetenschappelijke bijdrage op het Museum of Stone Tools leggen onderzoekers uit hoe bombardementen en loopgraven de onvervangbare sedimentlagen van de vroegste menselijke bewoning vernietigen. Ze waarschuwen dat net als in de Tweede Wereldoorlog, kostbare collecties stenen werktuigen dreigen te verdwijnen of hun wetenschappelijke context verliezen.

UNESCO Monitor: De officiële en voortdurend bijgewerkte lijst met geverifieerde schade van UNESCO bevestigt de schade aan honderden historische gebouwen, waaronder minstens 43 musea en verschillende archeologische zones.