Waar gaat het om?
Archeologen in Kent in het zuidoosten van Engeland hebben in een prehistorische setting een bijzondere vuistbijl ontdekt, waarvan vermeld wordt dat die zo groot is dat het bijna onmogelijk zou zijn geweest dat hij als snijgereedschap gebruikt zou kunnen zijn. De vuistbijl is de op twee na grootste die ooit in Engeland is gevonden. Tijdens de opgraving op een heuvel boven de Medway-vallei in Kent, zijn er daarnaast ook nog andere artefacten blootgelegd die bewaard zijn gebleven in sedimenten uit de ijstijd. Er werden in totaal 800 artefacten ontdekt, vermoedelijk meer dan 300.000 jaar oud. Ze werden aangetroffen in een zinkgat dat een oud rivierkanaal vulde.
De onderzoekers van UCL Archaeology South-East hebben verschillende vuistbijltypen opgegraven, twee daarvan waren ‘reuzen’ van het type dat bekend staat als ‘Ficron’, met als kenmerk een afgeronde dikke basis die taps toeloopt naar een lange fijn bewerkte punt. De ene is 22 cm lang maar mist de punt. De andere is 29,5 cm lang en is onbeschadigd gebleven. Het meet 11,3 cm op het breedste punt. Letty Ingrey, van het UCL Institute of Archaeology, zei er dit over: “We beschrijven deze gereedschappen als reuzen wanneer ze meer dan 22 cm lang zijn, en we hebben er twee van dit formaat”.
Het blijkt dat de grootste bijl gebroken is, maar in de publicaties wordt deze breuk niet vermeld, het is dus ook niet bekend of de breuk oudtijds ontstaan is. Maar het is alleszins voor te stellen omdat de lange punt kwetsbaar was bij ruwe werkzaamheden, bij wrikken bijvoorbeeld. De breuk is in het vervolg hieronder echter wel van belang. Op de vindplaats werd ook nog een iets kleinere Ficron opgegraven, met afgebroken punt. Deze Ficron is wat formaat en type betreft in onderstaande verhandeling de ‘eye-openener’.
Wat is een Ficron, en hoe komt dit type in Engeland terecht? De Ficron is een midden-paleolithische vuistbijl die voor het eerst verscheen in Oost-Afrika, in het vroege paleolithicum. Men denkt daarom dan ook dat dit type vanuit Afrika werd uitgevoerd door mensen die richting Europa en Azië trokken. Het werktuig zou dan meegenomen zijn op die reis. Net als andere paleolithische vuistbijlen werden ze gevormd door stukken van een centrale kern af te slaan om een driehoekig tweezijdig puntig mes te vormen. Ficrons zijn meestal aanzienlijk langer en groter dan de meer bekende en gangbare vuistbijlen, wat vragen oproept waarvoor ze werden gebruikt. Hoewel ze het nauwst verbonden zijn met Oost-Afrika en de vroege routes vanuit dat continent, is er een verrassend groot aantal van dit werktuigtype aangetroffen in Groot-Brittannië, wat suggereert dat dit gebied mogelijk belangrijk was voor mensen uit het Midden-Pleistoceen tijdens de vroege warme interglaciale periode, het Holsteinien van ruwweg 400.000 BP. Over het gangbare ‘out of Africa-model’ wordt binnen de APAN door sommige auteurs anders gedacht.
Die gaan uit van het gegeven dat het steentijd gereedschap wat vormgeving betreft altijd behoort bij een bepaalde biotoop. Die zien in de verschillende vuistbijltypen dan ook geen evolutie, maar wel een aanpassing aan de biotoop waarin geleefd werd. Het is dan geen uitvinding die zomaar ergens gedaan werd en daarna overgenomen zou zijn door bewoners elders, levend in een andere biotoop. Het moet dan gezien worden als behorende bij een specifieke biotoop, noodzakelijk ontwikkeld door de mens die daarin vertoefde. Daarbinnen was het blijkbaar onmisbaar. Het is bekend dat biotopen kunnen opschuiven naar gelang het klimaat op aarde verandert, in dit geval naar het noorden. Mensen, dieren en planten die daarin leefden schoven automatisch ook mee op. Ze hadden waarschijnlijk niet eens in de gaten dat hun biotoop zich steeds meer ging uitbreiden naar het noorden. Uiteindelijk kwam die biotoop zo ook in Engeland terecht, waar de mensen van Medway daar de nu bekende Ficrons ook gebruikten en achterlieten. Maar om in Engeland te geraken moest die biotoop, de Ficron biotoop, ook aanwezig geweest zijn in andere delen van West- Europa, bijvoorbeeld in Frankrijk en Spanje, maar ook in Nederland. Zijn daar aanwijzingen voor? Jazeker, want deze vroeg gedateerde Ficrons zijn ook terug gevonden in Spanje en Frankrijk. Dat is nog te begrijpen, daar is veel oude steentijd aangetoond, maar misschien tot ieders verbazing zijn ze ook in Nederland aangetoond, en wel in de collectie Hijken. Hier onder de foto die ik in Nuis maakte van de bifaciale stukken van Hijken. De Hijken-Ficron is de grote donkergrijze bijl in de onderste rij, derde van rechts. Het is de grootste bijl in die collectie.
De Hijken-Ficron, aanzicht 1. Oudtijds gebroken. 22,5cm.
De Hijken-Ficron, aanzicht 2. Oudtijds gebroken. 22,5cm. Met oppassend een afslag.
Op de foto: de kleinere Ficron van Medway, zonder punt, naast de Hijken-Ficron. De overeenkomsten zijn frappant. De Ficron van Medway is in werkelijkheid iets groter dan die van Hijken waarvan de punt wel bewaard is gebleven.
De Hijken-Ficron naast een Ficron uit Spanje, van de vindplaats Porte Maior. Ze komen sterk met elkaar overeen, ook al zit er een tijdsafstand tussen van 250.000 jaar. Het geeft wel aan dat het type Ficron door vele eeuwen heen een bruikbaar werktuig bleef. Het kan natuurlijk wel zo zijn, dat toen op Hijken de Ficron gemaakt werd, de bijbehorende biotoop in Spanje wel weer verdwenen was. Maar deze was uiteindelijk na 250.000 jaar ook in het noorden aanbeland. En zoals omschreven behoorde de Ficron binnen deze warme biotoop en was hij niet tijdgebonden.
De Hijken-Ficron is oudtijds gebroken, echter niet in het puntgedeelte zoals bij de grote Ficron van Medway, maar in het ‘handvat’. Het formaat van de Ficron past binnen wat de Duitsers ‘Massive Faustkeile’ noemen. Hoe de breuk van de Ficron van Hijken ontstaan is kan niet gereconstrueerd worden. Niet door wrikken in ieder geval, wat bij de Ficron van Medway wel het geval geweest kan zijn. Dat de breuk van de Hijken-Ficron oudtijds ontstaan is lijkt gezien de afronding van de breukranden overduidelijk. De glans op de hogere delen van de bijl wijzen ook op een aanzienlijke ouderdom.
Wat is een FICRON ?
Op Wikipedia wordt er een omschrijving van te geven. Dit is wat er daar over geschreven staat: ‘Een Ficron-handbijl is de naam die wordt gegeven aan een soort prehistorische stenen werkbijl met lange gebogen zijden en een spitse goed gemaakte punt. Ze zijn te vinden in de context van het oudere paleolithicum, midden paleolithicum en het Acheuleen, en behoren tot de oudste gereedschappen die ooit door mensen zijn gemaakt. De benaming Ficron werd door de Franse archeoloog François Bordes bedacht. De vorm van dit type vuistbijl deed hem denken aan de schep waarmee zijn opgravers werkten, zij noemden dit graafwerktuig ‘ficron’. Een afbeelding of foto van dat type schep is helaas niet te vinden op het internet, maar gelet op de vorm van de Ficron-biface moet het een lepelachtige vorm hebben gehad. Dit is leuke informatie en nu kan er gekeken worden of dit type vuistbijl binnen de archeologische literatuur altijd al zo werd omschreven. Voor ons is het dan interessant om te weten te komen of dit type ook in Nederland gevonden is, en door wie en waar. En dan wordt het natuurlijk ook interessant om te kijken binnen welke cultuurgroep dit type artefact aangetroffen werd. In Hijken is de Ficron in ieder geval aanwezig zoals aangetoond. En Hijken behoort tot de cultuurgroep die bekend is geworden als het ‘Smildien’. In deze groep zijn meerdere typen vuistbijlen aanwezig waaronder ook de discoïde. De vraag wordt dan of de Ficron en de Discoïde samengaan binnen een specifieke toolkit? Daar zijn sterke aanwijzingen voor, zeker nu de discoïde ook binnen een Ficron-vondstgroep uit Kent is aangetroffen. De discoïde is met name ook voor ons land van belang, want het kan gerekend worden tot een van de gidsartefacten van het Smildien. Het type is echter niet aanwezig in de collectie Hijken, maar wel in de collecties Hoogersmilde en Eemster. Op Eemster werd zelfs door mij een kleine discoïde opgegraven.
Smildien van Hoogersmilde, Concentratie A. discoïde, afgebeeld en beschreven in Palaeohistoria 15
uit 1973. Pl. XIV
De omschrijving van de bijl is als volgt: Elongated pointed asymertric lancéolé du Micoquin á dos, toppart triangulair. Uit Palaeohistoria XV, Pl. 111..
Exemplaar 2 van Hoogersmilde. Omschrijving: Handaxe, biface amygdaloïde. Working edge in one plane. Uit Palaeohistoria XV, Pl. IV..
Maar kloppen deze omschrijvingen wel? Gelet op de afbeeldingen en de omschrijvingen die er nu op Wikipedia van gegeven worden van wat een Ficron is, dan kloppen de bovenstaande omschrijvingen niet, maar gelet op de gangbare benamingen die er begin jaren zestig van de vorige eeuw aan gegeven werden, dan kloppen die benamingen wel. Maar gelet op de huidige beschrijvingen op Wikipedia en elders, dan behoren deze twee bijlen wel tot de Ficrons. Een opvallend kenmerk is dat het bijlen zijn met een verlengde goed gemaakte punt. De twee bijlen van Hoogersmilde voldoen zeker aan deze omschrijving. Wat opvalt bij het ontwerp van de Ficrons is dat vaak in het onderste deel een discoïde aanwijsbaar is. 1 en 2: Hoogersmilde, 3: Kent, 4: Hijken, 5: Porte Maior. Bij de grote Ficron van Medway is dit ook het geval, maar ik kan daar geen foto van laten zien wegens het copyright. Mensen kunnen alleen bij droogligging van de Noordzee in Engeland zijn aanbeland, dat was lange tijd mogelijk via wat tegenwoordig ‘Doggerland’ wordt genoemd. Deze landmassa vormde gedurende bijna een miljoen jaar een uitgestrekt gebied tussen Engeland en continentaal Europa. Menselijke aanwezigheid is er met tussenpozen aangetoond voor de totale droogliggende periode vanaf 950.000 tot 5.800 BP, daarna steeg de zeespiegel drastisch en werd Engeland een Eiland en alleen nog per boot te bereiken. De Ficron behoorde bij een warm klimaat, dat is door de opgraving van Medway duidelijk geworden. De betekenis van de Hijken-Ficron is dat ons landgebied niet geïsoleerd was van de rest van Europa, maar dat het cultuurgebied van het Smildien van Vermaning in eenzelfde soort warme biotoop gelegen moet hebben als ooit Medway in Kent in Engeland, ook al zat er 250.000 jaar tussen.
Van belang in deze hele kwestie is het overzicht van diverse vuistbijltypen uit een publicatie van prof. dr. François Bordes, de man die de Zaak Vermaning op z’n geweten had. Bijna al deze typen zijn aan te wijzen binnen de collecties Hoogersmilde, Hijken en Eemster. Zie voor afbeeldingen ervan bij mijn artikel ‘De meest logische vergelijking verworpen’. elders in deze EXTERN. Het is onbegrijpelijk dat ons paleolithisch erfgoed ten onder is gegaan aan een ordinaire vete op het UNESCO-congres in Parijs in 1969, tussen de wereldberoemde Franse professor Bordes en ‘onze’ internationaal totaal onbekende professor H.T. Waterbolk van het toenmalige BAI in Groningen. En het mag best opvallend genoemd worden dat er tot nu toe geen enkele Nederlandse archeoloog de moed heeft gehad om dat te erkennen en schoon schip is gaan maken. Dat is dus niet gebeurd en zo kon binnen hun wereld het 385 pagina’s tellende gedrocht ‘Valsheid in gesteente’ geproduceerd, gedrukt en ongehinderd verspreid worden. Meer hoef ik er niet over op te merken. Een uitgebreidere versie van dit artikel kunt u vinden op de website van de APAN. Link: ficron apanarcheo.









