Onderzoek & wetenschap

Peest wacht een spannende archeologische proef: liggen hier werkelijk sporen van Neanderthalers?

Ā 

Door Klaas Geertsma

Vanaf maandag 14 september gaat op het Noordsche Veld bij Peest de schop de grond in. Archeoloog Marcel Niekus begint daar, samen met archeologen van De Steekproef en Stichting STONE en in opdracht van de provincie Drenthe, aan een twee weken durende proefopgraving. Het doel is ambitieus: meer duidelijkheid krijgen over een vindplaats waar mogelijk Neanderthalers hebben verbleven.

De belangstelling is inmiddels groot. De opgraving wordt nadrukkelijk onder de aandacht gebracht en belangstellenden kunnen, na aanmelding, dagelijks een kijkje nemen. Ook kunnen vrijwilligers onder voorwaarden aan het onderzoek deelnemen.

Persoonlijk heb ik ervoor gekozen mij niet als bezoeker bij de opgraving aan te melden. Dat voelde voor mij niet helemaal passend. Ik volg de zoektocht van Niekus echter met grote belangstelling en heb hem gevraagd ons via zijn Facebookpagina op de hoogte te houden van zijn ervaringen en vooral van de resultaten.

Want spannend is het zonder meer.

 

Ā 

Wat heeft Niekus naar Peest gebracht?

De vraag die mij vooral bezighoudt, is waarom de beroepsarcheoloog Marcel Niekus juist op deze plek de bodem in wil.

Daarvoor moeten we terug naar de jarenlange zoektocht op de akker bij Peest. Niekus heeft daar samen met een legertje vrijwilligers en amateurarcheologen vele zoektochten uitgevoerd. Daarbij kwamen talloze afslagen en moeilijk te definiƫren stukken steen aan het licht, maar ook een aantal vuistbijlen?

En met vuistbijlen komen we in de wereld van de Neanderthalers terecht.

Maar daar zit meteen ook het probleem.

Tot nu toe zijn het voornamelijk oppervlaktevondsten. De stenen zijn over een groot gebied verzameld en hebben daardoor hun oorspronkelijke archeologische context verloren. Een vuistbijl op zichzelf is interessant, maar vertelt ons nog niet waar hij precies is gemaakt of gebruikt, of hij ter plaatse is achtergelaten en of er een verband bestaat met andere menselijke activiteiten.

Niekus denkt desondanks dat er in het gebied zeker drie tot mogelijk vijf concentraties zijn aan te wijzen. EƩn daarvan springt er volgens hem duidelijk uit als de rijkste en meest veelbelovende.

En juist daar gaat hij nu graven.

Vuistbijlen in situ: dƔt is de grote vraag

Voor mij is dat het meest interessante aspect van de hele onderneming.

De komende proefopgraving moet namelijk uitwijzen of de vondsten daadwerkelijk in situ liggen. Met andere woorden: zijn ze nog aanwezig op de plaats waar ze in de prehistorie door mensen zijn achtergelaten?

Als dat zo blijkt te zijn, verandert de betekenis van de vindplaats aanzienlijk.

Dan hebben we niet langer alleen een verzameling bijzondere stenen die ergens aan het oppervlak zijn opgeraapt. Dan kan de bodem zelf informatie geven over de omstandigheden waaronder de artefacten daar terechtkwamen. De ligging van de vondsten, de bodemopbouw en eventuele andere sporen kunnen dan een veel completer beeld geven van wat zich hier duizenden jaren geleden heeft afgespeeld.

Maar er is een belangrijke alternatieve verklaring.

Of heeft het Saale-ijs ze hier gebracht?

Het is namelijk goed mogelijk dat sommige van de gevonden artefacten veel ouder zijn dan de periode waarop Niekus zich momenteel richt.

Wanneer het materiaal door het landijs tijdens de Saale-ijstijd naar deze omgeving is getransporteerd, kan het hier terecht zijn gekomen zonder dat de makers ervan ooit op deze specifieke plek hebben gewoond.

Dan hebben we het bovendien over een heel andere ouderdom.

Het zou in dat geval kunnen gaan om artefacten van minstens 400.000 jaar oud. Dat is aanzienlijk ouder dan de ongeveer 50.000 tot 100.000 jaar waarop de huidige zoektocht naar Neanderthalers zich vooral richt.

Precies daarom vind ik deze proefopgraving zo interessant.

Niet omdat al vaststaat dat hier een Neanderthalerverblijfplaats wordt gevonden , dat staat absoluut niet vast,Ā  maar juist omdat de opgraving eindelijk kan helpen om verschillende mogelijkheden van elkaar te onderscheiden.

De vondsten zijn al te bekijken

Een aantal van de vondsten die op de akker bij Peest aan het oppervlak is verzameld, is inmiddels te zien in het Drents Museum.

Ik heb daar zelf foto’s van gemaakt. De stukken zijn zeker de moeite waard om te bekijken als je er iets in kan herkennen, maar ik miste bij de presentatie wel een deel van de informatie die voor een geĆÆnteresseerde bezoeker juist zo belangrijk is. Vooral de archeologische context blijft onderbelicht.

Volgens Niekus zijn er ongeveer vijftig vuistbijlen gevonden. De stukken die in het museum liggen, vormen daar slechts een deel van. De Vuistbijlen moeten we nog tegoed houden als kers op de taart.

Er is daarbij nog iets opvallends. Naar verluidt bevinden zich tussen de verzamelde objecten ook stukken die door kinderen zijn gemaakt. Welke exemplaren dat zijn, wordt in de presentatie echter niet aangegeven.

Dat maakt het voor een buitenstaander lastig om zelf een oordeel te vormen over de verzameling.

En dat is jammer, want juist de vraag wat wel en wat niet een authentiek prehistorisch werktuig is, is bij oppervlaktevondsten van groot belang.

Geen context, dus nog geen sluitend verhaal

De stukken die in het Drents Museum liggen, zijn zonder twijfel interessant. Maar ze hebben ƩƩn groot nadeel: de context ontbreekt.

Dat is wat mij betreft de kern van het verhaal.

Een vuistbijl kan ons iets vertellen over de technologie en het gedrag van de mens die hem heeft gemaakt. Maar zonder te weten waar en in welke bodemlaag hij lag, blijft een belangrijk deel van het verhaal onverteld.

Daarom ben ik benieuwd wat Niekus vanaf maandag aantreft.

Niet alleen naar de vraag óf er opnieuw artefacten worden gevonden, maar vooral naar de vraag hoe ze worden gevonden.

Liggen er daadwerkelijk meerdere werktuigen bij elkaar? Bevinden ze zich in een onverstoorde bodemlaag? Zijn er aanwijzingen voor menselijke activiteit? Of blijkt juist dat het materiaal door natuurlijke processen is verplaatst?

Dat zijn uiteindelijk de vragen die moeten bepalen hoe belangrijk deze plek werkelijk is.

Afwachten wat de bodem vertelt

De aankondiging van de proefopgraving is daarom spannend, maar ik zou voorzichtig zijn met grote conclusies vooraf.

We hebben interessante oppervlaktevondsten. We hebben aanwijzingen voor meerdere concentraties. We hebben een archeoloog die voldoende aanleiding ziet om op ƩƩn van die plekken gericht te gaan graven.

Maar het echte bewijs moet nog komen.

De komende twee weken zullen moeten uitwijzen of de akker bij Peest inderdaad een plek bewaart waar Neanderthalers duizenden jaren geleden verbleven, of dat we te maken hebben met veel ouder materiaal dat door het Saale-ijs is aangevoerd.

Voor mij is juist die onzekerheid de reden om het onderzoek met grote belangstelling te volgen.

Want als de vuistbijlen straks daadwerkelijk in situ blijken te liggen, kan Peest een heel ander verhaal vertellen dan de losse oppervlaktevondsten tot nu toe doen vermoeden.

En dan wordt de vraag niet meer óf er iets bijzonders op de akker is gevonden, maar vooral wat daar precies heeft plaatsgevonden en wanneer.

Ik ben dan ook benieuwd naar de ervaringen van Marcel Niekus en zijn team. Hopelijk houdt hij ons via zijn Facebookpagina de komende weken op de hoogte.

Vuistbijlen in situ? Vanaf maandag weten we misschien een stukje meer.

 

Afbeeldingen: Collectie Peest in het Drenths museum.

Artikel in het kort

12 september 2026

Als dat zo blijkt te zijn, verandert de betekenis van de vindplaats aanzienlijk. Afwachten wat de bodem vertelt De aankondiging van de proefopgraving is daarom spannend, maar ik zou voorzichtig zijn met grote conclusies vooraf.

Gerelateerde artikelen

Deze samenvatting is automatisch samengesteld uit relevante passages van het oorspronkelijke artikel.

25 Comments on “Peest wacht een spannende archeologische proef: liggen hier werkelijk sporen van Neanderthalers?”

  1. Sorry Marcel, dat je zo negatief zou reageren had ik niet verwacht. Heb ik je in je kuit gebeten of in je kruis getast? Je weet donders goed dat Henk en ik al jaren een eenheid vormen in deze. Dat je mij niet wenst te ontmoeten getuigt van een zekere angst, je hele antwoord wijst daar op. Kom op man, wat heb je te verbergen? Je onkunde op bepaalde gebieden heb je zelf geĆ«taleerd. Dat niemand uit het vakgebied dat is opgevallen kan twee dingen betekenen, of ze lezen je boeken niet, of ze doen er het zwijgen toe omdat je als vakbroeder collega’s niet afvalt. Ik hou het op het laatste. Moet je daar blij mee zijn? Ik denk het niet. Alles staat immers op papier en je boeken zijn gewoon te koop. De toekomst als scheidsrechter ligt op de loer, en wanneer ik een bijdrage kan leveren door je aan te spreken op je onzin determinatie betreffende Liesegangringen dan maak ik daar gebruik van. Het is dan mijn kennis tegenover het jouwe. Maar help mij uit de brand, want ik kan nergens in je heilige boek ā€˜Valsheid in gesteente’ iets vinden waar duidelijk uitgelegd wordt hoe het dan zit met die Liesegangen. Ik heb juist dat deel van het boek uitermate goed gelezen omdat het riekt naar fraude om de V-artefacten maar als vervalsingen te kunnen blijven bestempelen. Ik heb daar een verhandeling van 27 pagina’s over geschreven, getiteld ā€˜Afgang met Liesegang’, het artikel is verluchtigd met vele foto’s en is te vinden op apanarcheo. De meest bijzondere foto’s zijn van een muur in le Grand Pressigny in Frankrijk die volledig is opgebouwd met grote vuursteenknollen waarbinnen Liesegangen aanwezig zijn, en die dus gewoon voor een ieder zichtbaar zijn. Ik kan je aanraden om die muur eens te gaan bekijken. De camping van het dorp ligt praktisch pal achter die muur. Ga eens een keer met je gezin daar kamperen, pluspunt is dat het dorp praktisch midden tussen de paleo-velden ligt. Kan best leerzaam zijn voor je verdere inzichten betreffende wat het ā€˜verse’ mp zoal inhoud. Dat je stelt dat ik sta te jammeren en klagen aan de zijlijn is leuk opgemerkt en mogelijk bedoeld om de lezer er van te overtuigen dan die Geertsma geen enkel steekhoudend argument kan inbrengen in de discussie over het midden paleo van Noord-Nederland, maar dat hij gewoon een vervelende querulant is. Insiders weten echter wel beter, en ik weet zeker jij ook. Zij kennen mijn originele visies betreffende de paleokunst van de venusfiguurtjes bijvoorbeeld. Ze kennen mijn jarenlange onvermoeibare inzet om de amateurarcheologie op een hoger plan te trekken. Dat moet gezien worden als mijn levenswerk En nu wijs je ons voorstel van de hand omdat je mij niet vertrouwt. Dat is in mijn optiek een wetenschapper onwaardig. Een Facebookvriend mailde me een paar dagen geleden dit, hij was er ook klaar mee:
    ā€˜Klaas, ik heb geen zin om naar die zure reacties van hem te luisteren. We plaatsen een paar opmerkingen en hup. daar begint het weer. Je hebt geen verkeerd woord gezegd. En dan zo’n kinderachtige rancuneuze reactie die gelijk naar de persoon gaat. Volgens mij zit het probleem bij hem. Dus Klaas, gewoon geen reactie meer geven’.
    Ik zou die raad graag opvolgen, maar ik heb geen hekel aan jou, waarom zou ik. Het enige wat me stoort is dat jij niet in de gaten hebt dat jij de enige bent die de Zaak Vermaning kan beƫindigen door de vals verklaringen op te heffen. Daar is moed voor nodig, ik weet het. Doe je het niet, dan ga je eens links en rechts worden ingehaald door de nieuwe generatie archeologen die niet alleen in de bodem gaan graven, maar ook in het verleden van jou, Stapert en Waterbolk. Ik geef ze alvast een tip, op apanarcheo is daar al veel over te vinden. Maar goed mijn voorstel geldt nog steeds om eens een ontmoeting te organiseren in het archeologisch depot van Nuis, in het bijzijn van de personen die ik noemde in mijn vorige bericht. Het zou toch een verrijking zijn wanneer meerdere deskundigen er eens naar zouden gaan kijken.
    En dan als laatste nog even iets over een bizarre opmerking van jou. Natuurlijk zouden we geen bezwaar hebben gehad wanneer je enkele door jou uitgekozen stenen mee naar huis zou willen nemen voor nader onderzoek. Onderstaande opmerking van jou slaat dus nergens op maar lijk je te hebben geformuleerd om van ons af te komen: ā€˜Mij eerst allerlei stenen onder de neus duwen en dan bij elke negatieve reactie van mij, word je hoe langer hoe bozer. Met als gevolg dat ik geen enkel stuk dat mij interesseert mag lenen voor nader onderzoek’.
    Poe Marcel kom tot inzicht en wordt de archeoloog die ik ooit in je zag. Het is nooit te laat.

  2. Hahaha daar gaat ie weer. Ik heb al meerdere malen uitgelegd waarom we bepaalde keuzes hebben gemaakt voor het boek, maar dat vergeet je blijkbaar. En lezen kun je ook al niet, in Valsheid staat duidelijk uitgelegd hoe dat zit met die Liesegangen. En als er op mijn kennis wel wat valt af te dingen, waarom zou je dan überhaupt een bijeenkomst willen? Je probeert er weer een soort an cabaretvoorstelling van te maken. En ik weet precies hoe dat gaat. Mij eerst allerlei stenen onder de neus duwen en dan bij elke negatieve reactie van mij, word je hoe langer hoe bozer. Met als gevolg dat ik geen enkel stuk dat mij interesseert mag lenen voor nader onderzoek. Een nutteloze dag dus.Je hebt ook gelezen dat ik contact met Henk wilde opnemen, en daar ga jij je nu weer mee bemoeien. Het is mij wel duidelijk, ik pas daarvoor. Ik realiseer mij heel goed dat ik daardoor vondsten mis die ik graag had opgenomen in mijn catalogus en het daarop gebaseerde onderzoek vervolgonderzoek, maar het zij zo. Gelukkig zijn er meer dan genoeg welwillende amateurs die graag een steentje bijdragen aan kennisvermeerdering over het MP in Noord-Nederland. Ik zou zeggen Klaas, blijf lekker jammeren en klagen aan de zijlijn, je bent er in de afgelopen decennia ook al zoveel mee opgeschoten …..

  3. Het enige waar deze beroepsarcheoloog geen behoefte heeft is ellenlange discussies over Vermaning en Schuilenburg. Daar zou al genoeg over gezegd zijn en bovendien zou de jongere generatie volgens hem niet eens meer weten wie de persoon Vermaning was en welke rol hij heeft gespeeld in het steentijd-wereldje. De herinnering aan hem zit blijkbaar niet heel diep. Met de publicatie van een van de opvallendste werkstukken binnen dit vakgebied, het meer dan 380 pagina’s tellende boek ‘Valsheid in gesteente’, haalt Niekus hem wel even uit de vergetelheid. De jongere generatie zal hem dankbaar zijn, want archeologie gaat over het verleden. In dit boek zou alles verklaard zijn over deze affaire? Daar moeten we het dan maar mee doen? Nou niet dus. Ik wil dan wijzen op het fenomeen ijzerinfiltratie in vuursteen, dit wordt door Niekus en z’n mede auteur Frans de Vries in dit boek gedetermineerd als Liesegangrings. Het voorkomen ervan zou wijzen op vervalsing. We behoren ons nu af te vragen of ze dit met opzet zo hebben gepresenteerd, of weten ze echt niet beter? IJzerinfiltratie is namelijk een verschijnsel wat optreedt na achterlating van vuursteen in een ijzerhoudende bodem. Het is van nature niet in vuursteen aanwezig. Liesegangrings daarentegen behoren tot het ontstaansproces van vuursteen, en zijn dus van een enorme ouderdom. En van ver voor de tijd dat er artefacten van werden gemaakt. Waarom breng ik dit naar voren? Wel hierom, op de kennis van met name Niekus valt dus wel wat af te dingen. Dit ook gelet op de omslag van zijn boek Neanderthalers in Noord Nederland, waarop hij twee Neanderthalers op de toendra op blote voeten in de sneeuw jacht laat maken op een edelhert. Op blote voeten? Op een edelhert? Onmogelijk, want edelherten leven niet op de toendra maar in de warmere zuidelijker gelegen bosgebieden. Over de vraag aan hem waarom ‘blote voeten’, was zijn antwoord dat er immers geen schoeisel uit die tijd terug gevonden was. Fantasie is soms dodelijk. Maar nu over zijn voorstel om mijn broer Henk eens te komen bezoeken om diens collectie midden paleo eens te komen beoordelen. Ik koppel voor het gemak ook mijn collectie daar even aan vast. Henk en ik zijn namelijk al jaren een eenheid in deze. Ons voorstel wordt dan om hem te gaan ontmoeten in het archeologisch depot van Nuis, daar willen we dan wel een selectie een hem tonen. Voorwaarde wordt dan wel dat de beheerder van het depot, Dion Stoop, er ook bij aanwezig zal zijn. Daarnaast zouden we het dan ook op prijs stellen dat de twee bekende noordelijke praktijkarcheologen Anne ten Brink en Jan van Rijn aanwezig zouden zijn. Wij zijn namelijk ook wel benieuwd naar hun mening over onze collecties. We weten dat ze praktisch uitsluitend artefacten met windlak zoeken, gelijk aan de artefacten van Peest bv. Het zou daarom voor hun een opsteker kunnen zijn om ook eens naar andere midden paleolithische varianten te kijken, de categorie zonder windlak. Wij hebben voorbeelden genoeg. Dat kan inspirerend werken. We gaan er vanuit dat Niekus met ons voorstel gaat instemmen. Misschien ontdekt hij er wel een tweede Schuilenburg tussen.

  4. Beste Henk,

    Wat ik al schreef, jullie hadden zelf een mail kunnen sturen en vragen of je langs mocht komen. Dat was geen enkel probleem geweest. Een beetje eigen initiatief had geen kwaad gekund. Er zijn ook meerdere collega’s en amateurs uit den lande op bezoek geweest. Er komt overigens zeker een rapport over afgelopen onderzoek uit en ook een of meerdere publicaties. Maar eerst moeten alle gegevens worden uitgewerkt, dat gaat nog wel een aantal maanden duren.

    Je tweede punt aangaande ‘broeder Arend’. Al tijdens zijn leven waren er aanwijzingen dat er zaken m.b.t. vondsten en vindplaatsen niet in de haak waren. En die voorbeelden zijn alleen maar talrijker geworden. Het was zeker geen ‘heilige’ zullen we maar zeggen. In ons nieuwe boek nemen we een aantal voorbeelden nader onder de loep omdat Ad zijn handelswijze behoorlijk wat schade heeft toegebracht aan de Nederlandse archeologie.

    Over jouw eigen vondsten. Wolvega is m.i. een prima MP-vindplaats en ik heb ook tussen andere vondsten die je hebt gepost meerdere potentiĆ«le MP-artefacten gezien. Ik kon niet alles goed beoordelen op basis van de foto’s. Ongetwijfeld bezit je een rijke en waardevolle collectie die ik graag een keer bekijk zoals ik al eerder heb aangegeven. Ik weet dat wij een verschillende kijk op zaken hebben en dat hoeft helemaal geen probleem te zijn. Jij hebt recht op je eigen mening en dat heb ik ook. Enige waar ik geen behoefte aan heb is ellenlange discussies over Vermaning en Schuilenburg. Over beide is meer dan genoeg gezegd wat mij betreft en het is niet zinvol en productief om daar weer over te bomen.

  5. Okay heb het opgezocht.Marcel goedkoper kan het niet ook nog uit de jas van Frans de Vries uit Friesland Oosterwolde. Dat u een … bent geworden met deze metgezel van u blijkbaar gaat het over de grote pionier Ad Wouters. Om zo’n iemand na zijn overlijden te schijven als vervalser. Kunt u en uw vriend Frans niks anders bedenken na uw waterblok stappert affaire. Belachelijke redenaties ik en vele hebben hier verdriet van u moet zich schamen om hier geld uit te slaan. Een geniale man die de steentijd in Nederland zo ver heet geschopt. Ook prof Roebroeks zijn mentor. Blijkbaar staat hij hier ook achter deze beschuldigingen die jullie zomaar opschrijven. Geen weer woord zo makkelijk om iemand zoals Ad die er niet meer op kan reageren. Wat een geweldig artikel om verder op te bouwen. Wat een verloren tijd wat het gaat inhalen op langere termijn. Wat een vreselijke beschouwing wat jullie ophalen. Wees begaan met deze grote pionier voor jullie geboortedatum. 🄲

  6. Beste Marcel. Ik had al ver van tevoren een uitnodiging verwacht persoonlijk. Dus een inschrijving voor de namen die u noemt zijn best begaan met uw bezigheden. Een inschrijving werkt niet bij ons en zou ook niet zo horen. Dus bij deze ben ik niet gekomen wat u vreemd vind achteraf. Ben wel benieuwd naar uw bevindingen daar. Wat komt er in uw nieuwe boek uit? Heeft dat te maken met Peest opgraving? Dan zit ik daar inderdaad op te wachten. Al weet ik wel dat u niet op de vondsten van mij zit te …..,, mijn inzichten op het zelfde gebieden toelaat.

  7. Tsja, jullie hadden ook gewoon langs kunnen komen tijdens de opgraving. Hetzij als deelnemers aan de excursie, of indien vol, gewoon door het sturen van een mailtje. Dan had je uitgebreid uitleg gekregen over het doel van de opgraving, de methodiek, de stratigrafie en de vondsten. Maar geen Klaas, Henk, Marcel, Hielke of Ton gezien ….

    Mbt het grotere verhaal, ons nieuwe boek verschijnt in november, zie de webshop van Erfgoed Uitgevers.

  8. Marcel Boersma reageert op Henk Geertsma, en daar wil ik ook graag even op inhaken. De archeologie rond Drentse steentijdvondsten kan soms een behoorlijk toxische slangenkuil zijn. Wie het lef heeft om met een vernieuwende hypothese naar voren te komen, loopt het risico van verschillende kanten te worden aangevallen. Het is dan misschien gemakkelijk om te zeggen: ā€žIk leg me er maar bij neer en ga de discussie niet meer aan.ā€ Maar daarmee is de inhoudelijke discussie natuurlijk niet gevoerd.

    Henk Geertsma heeft een groot deel van zijn leven besteed aan het zoeken en bestuderen van vuurstenen werktuigen uit Noord-Nederland. We mogen er dan ook van uitgaan dat hij op dit gebied bepaald niet de minste is. Zijn kennisniveau is hoog en hij heeft in de loop der jaren een reputatie opgebouwd. Zo’n reputatie is iets waard en laat je niet zomaar door enkele beroepsarcheologen terzijde schuiven.

    Als ik de discussie rond Peest volg, word ik daar ook niet bepaald enthousiast van, zeker wanneer we kijken naar wat er tot nu toe uit de bodem is gekomen aan losse vondsten zonder bewoning gelaagde. Daarnaast speelt de vindplaats Schuilenburg een belangrijke rol. Wanneer we bekijken wat op deze website en op de website van de APAN aan artefacten van Schuilenburg wordt getoond, blijft voor mij een belangrijke vraag overeind: kunnen werkelijk zoveel van deze vondsten als geoartefacten worden afgedaan, terwijl ze qua vorm en kenmerken juist binnen het spectrum van door mensen bewerkte artefacten lijken te passen?

    Bovendien weten we dat op de achtergrond Schuilenburg een veel groter verhaal speelt. Daarbij komen niet alleen wetenschappelijke argumenten aan de orde, maar ook de verhouding tussen beroepsarcheologen en amateurarcheologen die er bij betrokken waren. Die verhouding is in het verleden bepaald niet altijd zonder spanningen geweest. Zelfs Ad Wouters moest uiteindelijk het veld ruimen. Daar zijn al meer voorbeelden van inmiddels, wie de gevestigde autoriteiten en hun opvattingen ter discussie stellen, kunnen daarbij als lastig worden ervaren.

    Wie het waagt om tegen de gevestigde opvattingen binnen de steentijdarcheologie in te gaan, merkt al snel dat bepaalde deuren stevig op slot blijven. Kritiek en afwijkende inzichten lijken maar moeilijk door de academische muren heen te komen.

    We mogen inmiddels best de vraag stellen hoeveel de steentijdarcheologie van Noord-Nederland de afgelopen jaren werkelijk is opgeschoten. Naar mijn mening nauwelijks. En zelfs Peest, hoe interessant die vindplaats ook is, dreigt daar weinig aan te veranderen wanneer nieuwe gegevens opnieuw voornamelijk binnen bestaande denkbeelden worden geĆÆnterpreteerd.

    Dat sommige amateurs daar genoegen mee nemen, is hun goed recht. Maar wie kritische vragen stelt, bestaande aannames ter discussie brengt of een andere richting durft te kiezen, kan rekenen op weerstand. Wetenschap hoort juist vooruit te komen door discussie, twijfel en het toetsen van gevestigde ideeƫn, niet doordat iedereen geacht wordt met de neus dezelfde kant op te staan.

  9. @ Henk Geertsma. U wilt goedkeuring hebben van een Marcel Niekus. Waarom? U heeft zelf verstand genoeg, veel gelezen, en langer gezocht. Is zo’n of zijn goedkeuring echt nodig? Weest U blij met alles wat u vond. Schitterende artefacten! Chapeau!
    Is het miskend gevoel of wat weet ik, waarom deze goedkeuring nodig?

  10. Ik plaats deze reactie hier toch ook wel omdat het er best in zou kunnen passen.
    Stel je doet een opgraving daar en je zit in keileem of keizand…en in een vlak vind je in een spoelbak een artefact. Mag je dan nog spreken van in situ, want het lag in spoelbak?
    Ik wens echt dat duidelijk gemaakt wordt bij verslag waarom dit keileem is of keizand, en waarom geen dekzand 1 , 2, 3, 4 ?
    Een van de supervragen van APAN oude stijl m.i.was en is: wat is in situ.
    Wat is onverstoorde grond?
    Ik zie dat op stranden ook..dat zijn korrels en daar stop ik wel eens 60 cm diep een paar stenen in..dat is rul zand, dan graaf ik later dat wel eens op rondom op en dan bekijk ik de laag van zijkant onder, gelijk aan stenen en erboven. Maar dan zie ik geen afscheiding in dat zand waar ik aansneed. Vervolgens heb ik het opnieuw gedaan in verstoorde zandgrond, op dezelfde plek stenen , verticaal geplaatst met 15 cm ertussen, en laten rusten een jaar, nadien opgegraven en er was niets meer te zien van verstoring, het had dezelfde uiterlijk als het omringende zand, alsof het onverstoord was, maar was niet dus niet zo( niet onverstoorde grond, maar leek zo)..vraag ; wat was er vóór de in situ? De stenen waren ook naar elkaar toe gekropen.. toch al 3cm in 1 jaar..

  11. Beste Henk Geertsma,
    Ik snap psychologisch je verhaal helemaal. U verwacht dan dat archeologen naar u toekomen, vaak gaat een persoon dan de redenen invullen. En die hoeven niet eens te kloppen. Ik heb dat zelf ook wel.
    Ik heb tig mails gestuurd naar schrijvers van het Boek Doggerland. Aanleiding was een artefact gevonden te Camperduin, dat stond erin.
    De schrijvers gaan er vanuit dat dat artefact daar gekomen is door zandsuppletie daar voor kust, echter het is van andere zandsuppletie elders. Degene die het raapte, was niet de eerste Homo Sapiens Sapiens die dat artefact opraapte. Ik heb het destijds daar neergelegd, naardat ik het elders verder ervan af het opraapte. Ik zag en herkende dat stuk meteen, net zoals de vuistbijlen in stuk van Klaas Geertsma mij meteen helder waren, dat had ik eerder gezien..Dat stuk van Camperduin heb ik vaak bekeken, maar ik kende dat in begintijd niet, en het klopte ook niet met wat ik las..maar enfin ik denk ik zal het de schrijvers mededelen, want zo kan ik de wetenschap ook nog dienen..ik heb mijn best gedaan, maar reactie nooit gehad ook niet op hun project Doggerland website..ik kan alles invullen qua reden; ze geloven me niet, ze lazen het nooit o.i.d, maar ook dat us invullen,
    Ik heb mijn best gedaan..zelf ben ik dan altijd benieuwd of die andere suppletielaag tot een andere datering zou hebben geleid..
    Ik heb mijn best gedaan om het te laten weten en fijn dat een ander het ook vond,..ik ik werkte toen nog vanuit de leugen of onvolledigheid ; mp is nooit ‘ vers’ en afgeplatte ribben is vervalst, en ik kende de typologie niet..in het boek van Jaap Beuker zag ik deze voorbeelden niet..dus na lang bekijken maar teruggezet..er zit vast nog wel dreft in porien, en mijn dna..wat een schuurpapier gevoel had dat ding..
    In ieder geval: dat reactie tekort of ontbreken ervan dat herken ik wel, maar ik laat het rusten,..het interesseert ze kennelijk geen reet, ( ow sorry vul,ik weer in)

  12. Terechte conclusies van Marcel Boersma.
    Wie op deze website naar de kennisbank gaat en vervolgens naar, Prehistoric Scholar — Paper Search,
    kan in de zoekbalk zoeken op:
    Identifying Heated Rocks Through Feldspar Luminescence Analysis (pIRIR290) and a Critical Evaluation of Macroscopic Assessment.

    Daar is een artikel te vinden van onder anderen W. Roebroeks, waarin thermische veranderingen kritisch wordt onderzocht. Wie wat verder in de beschikbare papers duikt, ziet dat Roebroeks’ eigen onderzoek voorbeelden oplevert waarin natuurwetenschappelijke analyses de eerste archeologische indruk corrigeren. Zo was er een steen die er op basis van uiterlijke kenmerken uitzag alsof hij verhit was, terwijl een onafhankelijke meting dat niet kon bevestigen.

    Windlak en hyaliet kunnen we onder de microscoop onderzoeken, maar daarmee is niet bewezen dat het in de natuur precies zo is gebeurd.

    Over dat Hyaliet is een interessant artikel te vinden door, Glauberman, P.J. & Thorson, R.M. (2012), Flint Patina as an Aspect of ā€œFlaked Stone Taphonomyā€: A Case Study from the Loess Terrain of the Netherlands and Belgium, Journal of Taphonomy.

    Deze is bijzonder interessant als je wilt onderzoeken of de glans misschien niet uitsluitend mechanisch is zoals windlak. De auteurs bespreken chemische verwering van vuursteen, waaronder het oplossen en opnieuw neerslaan van silica. Ze benadrukken dat patinering sterk afhankelijk is van de omgeving waarin het vuursteen ligt. robertthorson.clas.uconn.edu

    De Volledige wetenschappelijke publicatie in PDF is op deze website te vinden via de pagina kennisbank- in de Archeotheek.

  13. In aansluiting op Ton Schadron, Over die glans of niet glans of andere oppervlakteverschijnselen

    Dit geeft men ook vaak aan met tafonomie.

    De heer Wil Roebroeks schrijft
    Door studenten zelf experimenten te laten doen met vuursteen en chemische processen, stimuleert hij een natuurwetenschappelijke en kritische benadering van vondsten binnen de Leidse Faculteit.

    Het onderzoek naar hoe een artefact gepatineerd of veranderd is, valt binnen de archeologie onder de tafonomie (de wetenschap die bestudeert wat er met een object gebeurt nadat het in de bodem terechtkomt) en experimentele archeologie.

    Wil Roebroeks zegt; aan de Universiteit Leiden wordt studenten geleerd om veel verder te kijken dan alleen de vorm van artefact

    Mijn vragen; 1.hoe werkt deze bestudering? 2. Zijn er resultaten uit deze studies gekomen?
    Zelf zou ik ook nog kunnen bedenken; wat is er gebeurt met object voordat het in de bodem kwam ( ?) , want ik lees in boek dat in jong paleo stenen eerst werden verwarmd voordat ze tot object werden gemaakt. Een klein beetje; wat is de oorzaak van de oorzaak? De oorzaak is verwarming steen, dan is het het gevolg na maken :het object, dan komt het in bodem ( maar eerst nog op de bodem in wind, water ,zonlicht etc) dat levert gevolg op ..maar dat noemt de heer Roebroeks dan oorzaak van gevolg, maar dat mag je volgens mij niet los zien van de eerste oorzaak ( de verwarming) Dus de tijd of situatie voordat een object in bodem komt..hij spreekt over na het in bodem komen, maar niemand mieztert zijn artefact zomaar in de bodem toch?, Dat blijft op de bodem vaak eerst, wel, of in blubber, of sneeuw of water, maar in een keer in bodem..? Sorry dat is wel heel snel fases overslaan m.i. ik vind dat er ook weer veel wordt overgeslagen bij zo’n onderzoek..maar wie leest hier wel eens iets over resultaten, hoe boots je trouwens een situatie na in 1 mensenleven, die in de praktijk 10 duizenden of honderdduizenden jaren duurt en verlangt..dat is toch onmogelijk? Zo’n lang experiment overleeft niemand.., maar vertel maar eens dan hoecdat werkt..

  14. Weet dat na alle afkeuringen Marcel Niekus alleen mijn Wolvega vondsten als goed gekeurde Neanderthaler vondsten graag wil onderzoeken. Heel mijn leven heb ik gezocht op de noordelijke gronden. Alle vondsten die in tientallen jaren zijn gedaan kun je wel tellen. Is als spelden in de hooibergen. Dat het in dit programma past van de opgraving van Peest is mij allang duidelijk. Na de film van Hielke Meijer is nog nooit iemand of de moeite heeft genomen om contact op te nemen om stenen te bekijken die er blijkbaar ook kijk op heeft anders dan Marcel N. Het is honderd procent in zijn straatje. Wel mooi dat hij de vuistbijl van mijn opa Hein van der Vliet wel heeft gepromoot en vast heet gehouden. Ook mij vuistbijl uit Vries heeft in het Drenthe museum gelegen. Laat staan dat ik daar meer heb kunnen laten zien. No way dat zou anders een andere weg zijn richting Tjerk Vermaning vondsten. Maar dat heeft niks te maken met de werkelijkheid van andere een deze artefacten die hij nooit heeft aangeraakt. Vele vondsten uit het verleden tot heden hebben alles te maken met waar Marcel Niekus nu mee bezig is. Waarheid en waarom laat zo’n wetenschapper alles zo links liggen naar een amateur die alles wil delen en geen tegenstander is voor de vooruitgang in de archeologische inzichten. Toch hoop ik dat zijn kennis voorspoed opbrengt met zijn opgraving.

  15. Wat ik hier over kwijt kan is wat ik nu lees dat Henk paas de *** is die ik heb omarmend als degene die ik al mijn kennis heb laten vergaren. De Hero van Niekus is geworden. Daar ben ik best wel trots op. Ook kun je dan eenzaam worden in het open veld. Wat betreft de opgraving zie ik weinig naar de oppervlakte verschijnen. Dus blijkbaar is de voorste bodem anders dan beneden. Zo weinig stenen blijkbaar is het niet aan de oppervlakte traceerbaar waar alles vandaan komt. Wel mooi dat zoveel stenen een artificieel karakter hebben. Komen de stenen uit keileem (zand) wel uit zichtbare grond op de akker? Of zijn ze allemaal uit het donkere gronden gevonden? Zonder sporen van keizand. Wel gunstig als het zo is dat er veel is diep geploegd. Veel glimmers en op geduld vers Mp hopelijk naar boven gekomen. Wachten af.

  16. Trouwens, nog niet gezegd, maar ik zie toch echt de vuistbijl van Anreep op foto 4, foto 8 linksonder. Ik zag hem anders nooit van deze kant. Maar met verbeelding kan ik de andere kant wel zien..en voelen ( ! ) Lezers van dit artikel kunnen abusievelijk nu denken dat dit op akker bij Peest is gevonden.
    Dus de namen van vindplaatsen ontbreken. De korrelgrootte van zand rondom, vraag ik maar niet eens meer naar.. die verdieping zou ook nuttig zijn geweest..dus de wereld rondom de ā€˜ steen’
    Als het niet Anreep is, dan zou dit stuk van dezelfde maker kunnen zijn, want dat verzint een ander niet..
    En foto 9 is ā€˜ vuistbijl’ Exloo . Dus dat mensen het niet verwarren met Peest indruk.
    Ik herken het nu . Welke steensoort is het ? Weet ik niet zeker..
    De vorm doet me denken aan Somalische maaksels, van moderne mensen.

    Op foto 4, en foto 8 linksonder, vuistbijl Anreep, vind ik het kuiltje voor de ā€˜ grip’ altijd interessant. Kan een deskundige zien of dat kuiltje is gepeckt ( van Woody Woodpecker’ )of dat het natuurlijk is. Ik vermoed het eerste..
    De achterkant kan ik dromen..
    En op foto 13 rechts
    Ik herken de Krim vuistbijl Overijssel.. hoe kan dit? Het is toch Drenthe?
    Indien niet, dan maakte de maker of maakster deze ook, dat verzin je niet, dat is geen toeval dan..
    Iets anders, wat geeft de manier van fotograferen een vertekenend beeld, de lichtval geeft het vaak totaal ander beeld en indruk..
    Wie maakt het bij zoeken wel mee hij/ zij een steen vindt met bepaalde kleur en na jaren pak je hem uit doos en is de kleur heel anders geworden..vaak lichter qua kleur

    Trouwens dit was ook leuk geweest voor een puzzel met prijsvraag; welke vindplaatsen kun je aan de vuistbijlen koppelen? De winnaar mag in alle vrijheid , een plek opzoeken om zelf opgraving te starten, en wordt niet betutteld ..gratis toegang ( want tankje benzine is al duur) en de selectie doen we niet aan..

    De opstelling in museum zou nu de indruk kunnen geven dat deze vuistbijlen in Peest zijn gevonden..Voor de mensen die het volgen, zal het ook wel zijn opgemerkt, maar kennelijk niet even vermeld of gemeld, maar het gaat mij om de mensen die niet zo thuis zijn in de vormen en maaksels in verleden..

  17. Bij de folder lees ik: voorwaarden om mee te mogen doen als vrijwilliger.
    Welke voorwaarden? Moet je lief zijn? Gedwee? Moet je lid zijn van vereniging? Moet je artefacten kunnen herkennen? Mag je vrijwilliger zijn als je de vuistbijlen door Tjerk Vermaning gevonden, authentiek en onvervalst vindt? Mag je geen vragen kritische vragen stellen? Of mag je niet publiek je ervaringen bespreken of weergeven op fora? De eersten die zich melden krijgen de kans. Kon 1 persoon, de hele vereniging of familie inroosteren op 1 dag? Hoe werkt zoiets?

  18. Zou best kunnen. De artefacten zijn geƫxposeerd zonder plaatsaanduiding van vindplaatsen. Ik nam aan dat ze van Peest afkomstig waren omdat die vindplaats voortdurend in het nieuws was en is. Het blijkt dus hoogstwaarschijnlijk te gaan om Drentse vuistbijlen in het algemeen. Het is en blijft een onduidelijk samenraapsels. Hopelijk levert de opgraving van Peest beter materiaal, homogeen in voorkomen en typologie en dan vooral onbeschadigd.

  19. Fijn dat er onderzoekers zijn die bepaalde vondsten herkennen. Zo herkent Marcel Boersma in zijn reactie van 20 sept 14:16 het voorwerp op foto twee in dit artikel als een vondst uit Meppel. Heeft Klaas misschien de verkeerde vitrine gefotografeerd, of is de collectie onzorgvuldig gepresenteerd in het Drents Museum?

  20. Trouwens die tweede foto, ook zichtbaar op foto 8 ( rechts op foto )die is van Meppel toch!? Die hoort niet thuis bij de opgraving te Peest.

  21. Ik zag via de media 2 stukken, gisteren bij NOS regio. Npo2
    Afbeeldingen kunnen hier niet meer. Je kunt het fragment zien in herhaling.
    Er is veel belangstelling voor.
    Jammer dat de schrijver van dit artikel er niet bij wilde zijn.
    Ik wist helaas niet dat de inschrijving 7 september al was gestart.
    Er komen nog wel rondleidingen ..

  22. Volgens de Province Drenthe dit:

    Archeologisch onderzoek naar neanderthalers bij Norg van start
    Gepubliceerd op 28 augustus 2026

    Op maandag 14 september start bij Norg een bijzonder archeologisch onderzoek naar een neanderthalervindplaats. Twee weken lang onderzoeken archeologen van De Steekproef en Stichting STONE, in opdracht van de provincie Drenthe, de vindplaats en het landschap waarin hier tienduizenden jaren geleden neanderthalers verbleven.

    Over de vindplaats
    Het Noordsche Veld bij Norg is een bijzonder gebied waar verschillende tijdlagen van de Drentse (pre)historie zichtbaar en vindbaar zijn. Bij veel inwoners van Drenthe is de vindplaats waar het nu om gaat ook wel bekend als ā€˜De Akker bij Peest’. Het landschap van het Noordsche Veld vertelt het verhaal van tienduizenden jaren gebruik door mens en dier. Het heideterrein is aangewezen als Rijksmonument vanwege de bijzondere archeologische waarden.

    Meer zichtbaarheid
    De partijen die in het gebied wonen en werken, hebben de handen ineengeslagen onder de naam ā€˜De Akkerdemie’ om deze geschiedenis beter zichtbaar en beleefbaar te maken. Tijdens de onderzoeksweken werken Stichting D:DNA/Donderboerkamp, Natuurplaats, Staatsbosbeheer, De Steekproef, Stichting STONE en de provincie Drenthe samen en organiseren zij verschillende publieksactiviteiten rond het archeologisch onderzoek.

  23. Wat zijn de onderzoeksvragen bij dit onderzoek? En welke antwoorden worden goedgekeurd? En door wie?

  24. Hier mijn reactie op deze vraag van Ton Schadron: Waarom zijn sommige artefacten uit Noord-Nederland dan zo glimmend en sterk verweerd…?’

    Deze glans wordt algemeen ‘windlak genoemd. Dit is echter een foute benaming. Govert van Noort heeft het uitvoerig onderzocht en beschreven. Hieronder in het kort wat hij er over heeft opgemerkt:

    ‘Windlak’ is een op steen afgezet laagje. Het heeft een chemische oorsprong en wordt in de mineralogie ‘hyaliet’ (=glas) genoemd. Het kan alleen in het natte kalrijke milieu tijdens het afsmelten van de Saale landijs gletsjers ontstaan zijn. Artefacten met dit verschijnsel moeten dan ook uit die tijd stammen of ouder zijn. APAN-onderzoeker G.J. van Noort heeft met de ontdekking hiervan aangetoond dat deze glans daarom ten onrechte tegen de echtheid van de Vermaning paleolieten wordt ingezet. Het betekent ook dat een aantal ‘echte’, waaronder de Wijnjeterper en de Anderenbijl, verkeerd gedateerd zijn, met alle gevolgen van dien.

    Dit gaat dus ook op voor voor de artefacten uit Noord-Nederland die ik in het Drenst Museum heb gefotografeerd. Zie voor die foto’s mijn bijdrage hier boven.

  25. Ook Klaas brengt een interessant punt naar voren. Een artefact dat bijvoorbeeld op 50.000 jaar wordt gedateerd, zou volgens het paleoklimaat niet ouder zijn dan ongeveer 116.000 jaar en kan dus uit de laatste ijstijd stammen. De ouderdom van de MP-artefacten blijft echter onzeker. Ik vind daarom dat we niet zonder meer hoeven uit te gaan van het Weichselien.

    Het Drentse landschap is door meerdere ijstijden en bodemprocessen sterk veranderd. Artefacten die in keizand terechtkwamen, kunnen bijvoorbeeld uit het Eemien stammen, circa 129.000–116.000 jaar geleden, dus vóór het Weichselien. De datering van de MP-vondsten uit onder andere Peest is vooral gebaseerd op vergelijkbare vondsten uit Zuid-Europa, met name lithische typologie en bewerkingstechniek. Alleen typologische overeenkomst bewijst echter niet dat ze uit het Weichselien dateren.

    Tijdens het Saalien, ongeveer 190.000–129.000 jaar geleden, bereikte het landijs Drenthe. Het kan materiaal, waaronder artefacten, hebben opgenomen, verplaatst en elders afgezet. Daarna konden periglaciale processen zoals vorstwerking, cryoturbatie en solifluctie het materiaal opnieuw verplaatsen of vermengen. Ook tijdens het Weichselien traden dergelijke processen op.

    Ook bij oppervlaktevondsten blijft de vraag of de artefacten daaronder nog in situ liggen. Verplaatsing door landijs, water, modderstromen, wind, zandtransport en andere bodemprocessen is mogelijk. Daarom kunnen we bij Peest niet zonder meer aannemen dat de artefacten nog op hun oorspronkelijke plek liggen, laat staan dat ze automatisch ongeveer 50.000 jaar oud zijn.

    Tientallen vuurstenen werktuigen zijn voor mij op zichzelf evenmin voldoende om zonder meer van een Neanderthaler-verblijfplaats te spreken. Een goed bewaarde, gelaagde en in situ archeologische context, bijvoorbeeld met haardresten, organisch materiaal of andere sporen van menselijke activiteit, zou veel sterker bewijs vormen. En als artefacten werkelijk in situ liggen, blijft ook de vraag hoe de extreme erosie en windlakverwering zijn ontstaan.

    Juist daarom is het eerlijke antwoord misschien dat we over Neanderthalers in Noord-Nederland nog ontzettend weinig weten. We zouden vondsten, argumenten en verschillende interpretaties daarom zo objectief mogelijk naast elkaar moeten leggen. Kritische vragen en afwijkende inzichten horen daarbij.

    Mogelijk gaat Peest ons straks een deel van deze antwoorden geven.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *