Onderzoek & wetenschap - Uitgelicht

Neanderthalerartefacten bij Peest: Hoe betrouwbaar is een datering bij een verstoorde bodemcontext?

Neanderthalers mogelijk al meer dan 100.000 jaar geleden actief bij Norg en Donderen

Bij recente archeologische opgravingen op ‘De Akker bij Peest’, tussen Norg en Donderen, zijn bijzondere ontdekkingen gedaan. Mogelijk leefden hier al veel eerder neanderthalers dan tot nu toe werd aangenomen.

Archeologen vonden in twee verschillende grondlagen bewerkte vuurstenen die duidelijk van elkaar verschillen. Dit kan erop wijzen dat neanderthalers het gebied in meerdere perioden bezochten, mogelijk al 70.000 tot zelfs meer dan 100.000 jaar geleden.

Sinds 2007 zijn op deze locatie ruim 750 stenen werktuigen en andere bewerkte vuurstenen gevonden. Tijdens de nieuwste opgraving kwamen daar nog eens 51 bevestigde vondsten bij.

Ook werden kleine vuursteensplinters ontdekt. Deze ondersteunen het vermoeden dat neanderthalers hier vuursteen bewerkten om werktuigen te maken. Op een ander deel van de akker bevond zich vermoedelijk een jachtkamp.

Om de ouderdom van de vondsten nauwkeuriger vast te stellen, zijn bodemmonsters genomen. Voor het dateringsonderzoek moet nog financiering worden gevonden.

De ontdekkingen maken ‘De Akker bij Peest’ tot een belangrijke archeologische vindplaats voor onderzoek naar de vroegste menselijke bewoning van Drenthe. De onderzoekers hopen volgend jaar verder te kunnen graven.

📰 Bron: Dagblad van het Noorden, 17 oktober 2026.

 


Kritische kanttekening bij de ouderdom van de neanderthalerartefacten bij Peest

Archeoloog Marcel Niekus sprak tot nu toe steeds over neanderthalerartefacten met een ouderdom van ongeveer 50.000 tot 55.000 jaar. In het recente artikel in het Dagblad van het Noorden wordt echter gesuggereerd dat sommige vondsten mogelijk 70.000 tot zelfs meer dan 100.000 jaar oud zijn.

Een probleem hierbij is dat de ouderdom van artefacten uit het Midden-Paleolithicum niet altijd met zekerheid kan worden vastgesteld. De belangrijkste oorzaak hiervan is de vaak verstoorde bodemcontext waarin deze vondsten worden aangetroffen. Door natuurlijke geologische processen, zoals bodemverplaatsing, vorstwerking en andere verstoringen, kunnen artefacten uit hun oorspronkelijke positie zijn geraakt.

Volgens het krantenartikel zijn er tien bodemmonsters genomen voor OSL-datering, waarmee men de ouderdom van de sedimentlagen wil bepalen. Voor dit onderzoek moet nog financiering worden gevonden.

Maar hierbij dringt zich bij mij een belangrijke vraag op: hoe betrouwbaar is een OSL-datering wanneer de bodemlagen waarin de artefacten zijn aangetroffen, mogelijk verstoord zijn?

OSL-datering bepaalt namelijk wanneer sedimentkorrels voor het laatst aan daglicht zijn blootgesteld voordat ze werden begraven. Daarmee wordt niet rechtstreeks de ouderdom van de stenen werktuigen vastgesteld. Wanneer artefacten door bodemprocessen zijn verplaatst of verschillende sedimentlagen met elkaar zijn vermengd, hoeft de ouderdom van het sediment niet overeen te komen met de ouderdom van de artefacten.

De cruciale vraag is daarom niet alleen hoe oud de onderzochte bodemlagen zijn, maar vooral of kan worden aangetoond dat de gevonden artefacten nog in hun oorspronkelijke, onverstoorde archeologische context liggen.

Maar hier zit een belangrijk wetenschappelijk probleem.

OSL-datering bepaalt niet rechtstreeks de ouderdom van de vuurstenen werktuigen. De methode bepaalt wanneer de onderzochte sedimentkorrels voor het laatst voldoende aan daglicht zijn blootgesteld. Wanneer een bodem door geologische processen is verstoord, kunnen sedimenten en artefacten zijn verplaatst.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Kryoturbatie: verstoring en vermenging van bodemlagen door herhaaldelijk bevriezen en ontdooien.
  • Solifluctie: het langzaam hellingafwaarts bewegen van met water verzadigd bodemmateriaal.
  • Bioturbatie: verstoring van bodemlagen door plantenwortels en gravende dieren.
  • Erosie en herafzetting: het verplaatsen en opnieuw afzetten van sediment door wind of water.

Kan OSL-datering bij een verstoorde bodem toch betrouwbaar zijn?

Ja, maar er moet een belangrijk onderscheid worden gemaakt.

Ook in een verstoorde bodem kan OSL-datering een betrouwbare ouderdom opleveren voor een specifieke sedimentafzetting. Het probleem is echter dat deze datering niet automatisch iets zegt over de ouderdom van de daarin aangetroffen artefacten. Een vuurstenen werktuig van bijvoorbeeld 50.000 jaar oud kan door bodemprocessen terechtkomen in sediment dat veel ouder is. Omgekeerd kan een veel ouder werktuig terechtkomen in jonger sediment.

 

Niekus et al. (2016) beschrijven dat op de Saali-plateaus warmere perioden bodemvorming kon plaatsvinden, waarna periglaciale processen tijdens latere koude fasen de bovengrond konden verstoren. Dit ondersteunt de mogelijkheid dat ook Weichselien-artefacten met het bodemmateriaal zijn vermengd en hun oorspronkelijke stratigrafische positie hebben verloren. De publicatie noemt bij de vindplaats Assen ook daadwerkelijk cryoturbatie tijdens het Laat-Pleniglaciaal (MIS 2).

Citaat:

Gezien de stratigrafie kan de vindplaats bij Assen niet ouder zijn dan MIS 5e (Eemien), aangezien de vondsten afkomstig zijn uit keienzand, het verweringresidu van glaciale till die tijdens het late Saalien is afgezet. De vorming van windglans (en andere secundaire natuurlijke oppervlakteveranderingen), evenals het feit dat de artefacten tijdens het late Pleniglaciaal (MIS 2) aan cryoturbatie zijn blootgesteld, geeft de bovengrens voor de ouderdom van de vindplaats. Er zijn geen betrouwbare dateringen voor het Midden-Paleolithicum.

Bron: Niekus et al. (2016), Quaternary International, 411, 284–304.

 

Tijdens het Weichselien MIS 5a MIS 5c MIS 3 en tegen het einde van MIS 2 leidde permafrost ertoe dat in Drenthe uitsluitend de actieve toplaag ontdooide in de zomers. Dit periglaciale regime veroorzaakte grootschalige cryoturbatie (vries-dooiverkneding), die de bodem standaard tot 50 à 70 centimeter diep verstoorde, en lokaal zelfs tot 1,5 à 2 meter diepte reikte. Deze diepe post-depositionele processen hebben directe implicaties voor de archeologie: Midden-Paleolithische artefacten (50.000–100.000 jaar oud) zijn mogelijk hierdoor intensief verticaal en horizontaal verplaatst, waardoor ze vrijwel uitsluitend in een secundaire context, en dus niet meer in situ, worden aangetroffen.

Daarnaast kunnen verplaatste zandkorrels bij herafzetting onvoldoende aan daglicht zijn blootgesteld. Dit kan de OSL-datering beïnvloeden. Daarom is het noodzakelijk om de bodemopbouw, eventuele verstoringen en de oorspronkelijke ligging van de artefacten zorgvuldig te onderzoeken.

De toepassing van OSL-datering bij de archeologische vindplaats De Akker bij Peest roept belangrijke vragen op. Hoewel deze methode de ouderdom van sedimentafzettingen kan bepalen, betekent dit niet automatisch dat de daarin aangetroffen vuurstenen artefacten dezelfde ouderdom hebben.

Dan blijft de typologie, waarbij wordt gekeken naar de vorm en bewerkingstechniek van het artefact, als mogelijke methode voor datering over. Ook hierbij is echter voorzichtigheid geboden. De verschillen tussen een artefact uit het Midden-Paleolithicum van 50.000 jaar oud en een exemplaar van 100.000 jaar oud zijn vaak te gering om op basis van typologische kenmerken een betrouwbare datering vast te stellen.

Juist in Drenthe, waar de bodem tijdens de ijstijden op veel plaatsen door periglaciale processen is beïnvloed, is voorzichtigheid geboden bij het koppelen van sedimentdateringen aan archeologische vondsten. Wanneer de oorspronkelijke bodemcontext is verstoord, kan een OSL-datering wel informatie geven over de afzettingsgeschiedenis van het sediment, maar niet zonder meer bewijzen wanneer neanderthalers op die locatie aanwezig waren.

De belangrijkste vraag bij Peest is daarom niet alleen of de bodem 100.000 jaar oud is, maar of de aangetroffen artefacten daadwerkelijk uit die periode stammen.

Zonder overtuigend bewijs voor de oorspronkelijke stratigrafische positie van de artefacten blijft een dergelijke ouderdom onzeker.


 

 

Een belangrijke nuance: OSL-datering kan soms ook bij complexe of gedeeltelijk verstoorde sedimenten bruikbare resultaten opleveren. Met meerdere monsters, zorgvuldig sedimentologisch onderzoek en geschikte statistische analyses kunnen onderzoekers verschillende afzettingsfasen onderscheiden. Een verstoorde bodem maakt OSL-datering dus niet per definitie onbetrouwbaar, maar bemoeilijkt vooral de koppeling tussen de sedimentdatering en de ouderdom van de archeologische vuursteenvondsten in een verstoorde bodem context.


Een wetenschappelijk artikel van G. Di Maida over de paleolithische vindplaats Ochtmissen, in Nedersaksen (Duitsland), gepubliceerd via Wiley Online Library. De vindplaats werd in de winter van 1993–1994 opgegraven in rivierterrassedimenten. De titel A bifacial paradise verwijst naar bewerkte stenen werktuigen zoals vuistbijlen. De vindplaats bevat tweezijdig bewerkte stenen werktuigen (bifaces), die worden toegeschreven aan het Midden-Paleolithicum en waarschijnlijk door neanderthalers zijn vervaardigd. Vroeg-Weichselien, rond de overgang van het einde van MIS 5 naar het begin van MIS 4.

Hoewel de onderzoekers OSL-dateringen verkrijgen van vindplaats Ochtmissen die aansluiten bij de geologische context, blijft het onzeker in hoeverre de bodemverstoringen de resultaten hebben beïnvloed. Het onderzoek toont daarmee aan dat OSL-datering niet zonder meer betrouwbaar is in verstoorde bodems. Het benadrukt juist het belang van een zorgvuldige beoordeling van de bodemopbouw en de verstoringsprocessen die hebben plaatsgevonden.

Dit sluit aan bij het onderzoek van Bateman et al. (2007), waar wordt aangetoond dat sterke sedimentvermenging zelfs bij OSL-metingen individuele korrels tot onjuiste ouderdomsschattingen kan leiden. Kryoturbatie en bioturbatie kunnen beide worden beschouwd als vormen van bodemverstoring. Hoewel de processen verschillen, kunnen ze vergelijkbare gevolgen hebben voor de oorspronkelijke ligging en van archeologische vondsten en de betrouwbaarheid van OSL-dateringen. Na de laatste ijstijd, ongeveer 11.700 jaar geleden, ontstonden in Drenthe bossen. Boomwortels drongen duizenden jaren lang diep door in oudere bodemlagen en veroorzaakten bioturbatie, waardoor jonger organisch materiaal met oudere sedimenten vermengd kon raken. Dit maakt de C14-datering bij de Neanderthalervindplaats Peest mogelijk onbetrouwbaar. Zonder bewijs dat de onderzochte organische resten daadwerkelijk bij de oorspronkelijke Neanderthalerlaag horen, kan C14 geen betrouwbare ouderdom van de vindplaats vaststellen.

Bij Ochtmissen is echter sprake van sedimenten die door rivierprocessen zijn verplaatst en opnieuw afgezet. Ook de stenen artefacten bevinden zich daardoor niet noodzakelijk meer op hun oorspronkelijke plaats (in situ). Hoewel de OSL-dateringen aansluiten bij de geologische context, betekent dit niet automatisch dat de gevonden werktuigen dezelfde ouderdom hebben als de sedimenten waarin ze zijn aangetroffen.

Ochtmissen laat daarmee zien dat OSL-datering ook bij verplaatste sedimenten waardevolle informatie kan opleveren, maar dat de resultaten voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd. Een OSL-datering geeft in de eerste plaats informatie over het moment van sedimentafzetting en vormt niet zonder meer een directe datering van de archeologische vondsten op die vindplaats. Dit is ook relevant voor vindplaats Peest, waar mogelijke bodemverstoringen en verplaatsingen van artefacten eveneens vragen oproepen over de oorspronkelijke vondstcontext en de betrouwbaarheid van de daaraan gekoppelde dateringen.

Bron:

Di Maida et al. (2026). A bifacial paradise – The site of Ochtmissen, Germany. Boreas, Wiley Online Library. Lees het wetenschappelijke artikel (Open Access).

Bateman et al. (2007):
https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1871101406000367

Artikel in het kort

18 oktober 2026

Maar hierbij dringt zich bij mij een belangrijke vraag op: hoe betrouwbaar is een OSL-datering wanneer de bodemlagen waarin de artefacten zijn aangetroffen, mogelijk verstoord zijn? De belangrijkste vraag bij Peest is daarom niet alleen of de bodem 100.000 jaar oud is, maar of de aangetroffen artefacten daadwerkelijk uit die periode stammen.

Gerelateerde artikelen

Deze samenvatting is automatisch samengesteld uit relevante passages van het oorspronkelijke artikel.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *