Vondsten & artefacten

Als stenen tot discussie leiden

Wie zich bezighoudt met vondsten op het terrein van de steentijdarcheologie en daarmee naar buiten treedt, zal het waarschijnlijk niet ontgaan dat afwijkende hypothesen soms maar weinig ruimte krijgen. Nieuwe ideeën en interpretaties kunnen botsen met bestaande opvattingen. Soms blijft dat bij een gezonde discussie, maar het debat kan ook behoorlijk fel en zelfs persoonlijk worden.

Dat doet mij denken aan de amateurarcheoloog Marcelino Sanz de Sautuola en de beroemde grotschilderingen van Altamira in Spanje. Sautuola kwam in de negentiende eeuw tot de conclusie dat deze schilderingen uit de prehistorie stamden. Een groot deel van de wetenschappelijke wereld geloofde hem niet. Er werd zelfs beweerd dat de schilderingen vervalst waren. Pas later, toen op andere plaatsen vergelijkbare prehistorische kunst werd ontdekt, veranderde het wetenschappelijke oordeel en werd de ouderdom van de schilderingen van Altamira algemeen aanvaard.

Dat betekent natuurlijk niet dat iedere afwijkende hypothese uiteindelijk juist blijkt te zijn. Het voorbeeld van Altamira laat vooral zien dat bestaande opvattingen kunnen veranderen wanneer nieuwe gegevens en ontdekkingen daar aanleiding toe geven.

Kritiek is daarom noodzakelijk, maar kritiek mag onderzoek niet vervangen.

Een soms harde wereld

De wereld van de steentijdarcheologie kan behoorlijk hard zijn wanneer verschillende opvattingen tegenover elkaar komen te staan. Dat is ergens ook begrijpelijk. Bij stenen voorwerpen is het onderscheid tussen menselijke bewerking en natuurlijke beschadiging namelijk niet altijd eenvoudig vast te stellen.

Natuurlijke en mechanische processen kunnen breuken en afslagen veroorzaken die soms verrassend veel lijken op sporen van menselijke bewerking. Daarom is voorzichtigheid noodzakelijk.

Maar die voorzichtigheid zou naar mijn mening twee kanten op moeten werken.

Een steen zou niet zonder voldoende bewijs als artefact moeten worden bestempeld. Tegelijkertijd zou een afwijkend stuk ook niet zonder voldoende onderzoek als natuurproduct of pseudo-artefact moeten worden afgedaan.

Juist daar ontstaat vaak de discussie.

De Eemster discussie

Dat zien we bijvoorbeeld terug in de discussie rond de vondsten van Tjerk Vermaning. De authenticiteit en interpretatie van zijn vondsten hebben jarenlang voor felle discussies gezorgd.

Opvallend is dat de meningsverschillen niet alleen bestaan tussen professionele archeologen en amateurarcheologen. Zelfs amateurarcheologen die ervan overtuigd zijn dat vondsten van Vermaning authentiek zijn, kunnen onderling sterk van mening verschillen over andere stenen die in dezelfde discussie naar voren worden gebracht.

De ene groep vindt bijvoorbeeld dat je voorzichtig moet zijn met het presenteren van twijfelachtige stenen. Zij zijn van mening dat sommige stukken pseudo-artefacten zijn, stenen waarvan de kenmerken door natuurlijke of mechanische processen zijn ontstaan. Door zulke stenen toch als mogelijke artefacten te presenteren, zou volgens hen de discussie worden vertroebeld. Bovendien bestaat het gevaar dat twijfelachtige stukken de argumenten voor overtuigender vondsten juist verzwakken.

Dat is een begrijpelijk standpunt.

Aan de andere kant zijn er mensen die vinden dat bij sommige van deze stenen nog helemaal niet voldoende is bewezen dat ze door natuurlijke processen zijn ontstaan. Zij herkennen kenmerken die volgens hen mogelijk wijzen op menselijke bewerking. Vanuit hun standpunt is het daarom te vroeg om deze voorwerpen definitief als pseudo-artefact te bestempelen.

Ook dat is een begrijpelijk standpunt.

Zo kunnen twee amateurarcheologen die in feite hetzelfde doel hebben, namelijk achterhalen wat een steen werkelijk is, toch lijnrecht tegenover elkaar komen te staan.

Hebben beide partijen gelijk of ongelijk?

Misschien is dat eigenlijk niet de juiste vraag.

Het is namelijk goed mogelijk dat beide partijen voor een deel gelijk hebben.

De kritische partij heeft gelijk wanneer zij erop wijst dat natuurlijke processen soms zeer overtuigende pseudo-artefacten kunnen produceren. Alleen een opvallende vorm is geen bewijs voor menselijke bewerking. Wie iedere steen met een bijzondere vorm als werktuig beschouwt, loopt het gevaar te zien wat hij graag wil zien.

Maar de andere partij heeft ook een belangrijk punt. Iets een pseudo-artefact noemen, is uiteindelijk eveneens een interpretatie wanneer het ontstaan ervan niet overtuigend kan worden verklaard. Wanneer een steen meerdere kenmerken bezit die mogelijk op menselijke bewerking wijzen, lijkt het mij redelijk dat zo’n stuk eerst serieus wordt onderzocht voordat er een definitief oordeel wordt uitgesproken.

Het probleem ontstaat vooral wanneer de woorden artefact en pseudo-artefact niet meer worden gebruikt als conclusies die uit onderzoek voortkomen, maar als etiketten die al vooraf op een vondst worden geplakt.

Een derde mogelijkheid

Misschien ligt daar ook een oplossing voor een deel van de Eemster discussie.

Waarom zouden we een steen direct in één van slechts twee categorieën moeten plaatsen?

In plaats van alleen te kiezen tussen artefact en pseudo-artefact, zou er een derde, neutrale categorie kunnen worden gebruikt:

Object met mogelijke sporen van menselijke bewerking, oorsprong nog onbepaald.

Daarmee beweer je niet dat de steen door een mens is bewerkt. Je beweert echter ook niet dat hij door natuurlijke processen is ontstaan.

Vervolgens kan zo’n vondst systematisch worden onderzocht. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gekeken naar slagvlakken, slagbulten, slaghoeken, negatieven van eerdere afslagen, mogelijke retouche, breukpatronen, grondstof, verwering en natuurlijk de context waarin het voorwerp is gevonden.

Daarnaast moet serieus worden gekeken naar natuurlijke processen die vergelijkbare kenmerken kunnen veroorzaken.

Probeer het na te maken

Een interessante volgende stap zou experimentele archeologie kunnen zijn.

Wanneer iemand beweert dat bepaalde vormen en afslagen door natuurlijke mechanische processen kunnen ontstaan, zou geprobeerd kunnen worden die processen onder gecontroleerde omstandigheden na te bootsen.

Ontstaan daarbij daadwerkelijk dezelfde kenmerken? Hoe vaak gebeurt dat? Welke eigenschappen verschillen van stenen die aantoonbaar door mensen zijn bewerkt?

Andersom kunnen stenen bewust worden bewerkt met technieken die in de steentijd werden toegepast. Vervolgens kunnen de kenmerken daarvan worden vergeleken met de betwiste vondsten.

Dan verandert de discussie.

In plaats van:

“Ik zie menselijke bewerking.”

tegenover:

“Ik zie een natuurproduct.”

wordt de vraag:

“Welke verklaring past het beste bij alle kenmerken die we op deze steen kunnen waarnemen?”

Dat is volgens mij een veel interessantere discussie.

Laat de stenen spreken

Misschien ligt juist daarin een mogelijkheid om een discussie die soms persoonlijk en zelfs toxisch kan worden, weer terug te brengen naar waar het eigenlijk over zou moeten gaan, de archeologie.

Niet de naam of reputatie van degene die een steen heeft gevonden moet bepalen wat die steen is. Ook het kamp waartoe iemand behoort zou geen rol moeten spelen. Een vondst moet uiteindelijk worden beoordeeld op zijn eigenschappen, de vindcontext, vergelijkingsmateriaal en onderzoek.

Dat betekent ook dat iedereen bereid moet zijn om ongelijk te krijgen.

Wie menselijke bewerking vermoedt, moet kunnen accepteren dat verder onderzoek uiteindelijk laat zien dat natuurlijke processen een betere verklaring vormen. Maar iemand die overtuigd is van een natuurlijke oorsprong moet zijn oordeel eveneens durven herzien wanneer onderzoek kenmerken oplevert die daarmee moeilijk te verklaren zijn.

Daarmee komen we weer terug bij Altamira.

De belangrijkste les van Altamira is naar mijn mening niet dat amateurarcheologen altijd gelijk hebben en gevestigde wetenschappers ongelijk. Dat zou veel te eenvoudig zijn.

De werkelijke les is dat wetenschap ruimte moet houden voor twijfel, onderzoek en het herzien van eerdere conclusies.

Misschien geldt dat ook voor de Eemster discussie.

We hoeven daarom niet als eerste de vraag te stellen:

Wie heeft gelijk?

Een betere vraag is:

Wat moeten we onderzoeken om te kunnen bepalen welke verklaring het meest waarschijnlijk is?

Wanneer beide partijen bereid zijn hun overtuigingen als toetsbare hypothesen te behandelen, verandert een conflict in onderzoek.

 

Artikel in het kort

27 september 2026

Sautuola kwam in de negentiende eeuw tot de conclusie dat deze schilderingen uit de prehistorie stamden. De belangrijkste les van Altamira is naar mijn mening niet dat amateurarcheologen altijd gelijk hebben en gevestigde wetenschappers ongelijk.

Gerelateerde artikelen

Deze samenvatting is automatisch samengesteld uit relevante passages van het oorspronkelijke artikel.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *