In november 2026 verschijnt Steentijdvervalsingen onderschat van Frans de Vries, Marcel Niekus, Hans de Kruijk, Jan Timmner en Jean Pierre de Warrimont. Het boek is een vervolg op Valsheid in gesteente uit 2022, waarin onderzoek werd gedaan naar de steentijdvervalsingen van Tjerk Vermaning en Ad Wouters. Aanleiding voor het nieuwe boek zijn vragen die na deze publicatie zijn blijven bestaan, maar ook de kritiek die op het eerdere onderzoek is geuit. Volgens de auteurs wordt de omvang en invloed van steentijdvervalsingen in Nederland nog altijd onderschat.
Het boek dat in november verschijnt, behandelt de Danseres van Geldrop en de Danser van Wanssum. Deze bijzondere gravures worden beschouwd als Nederlandse steentijdvoorstellingen van menselijke figuren en zijn ook in de internationale wetenschappelijke literatuur terechtgekomen. De auteurs onderzoeken opnieuw of deze objecten werkelijk uit de steentijd stammen. Daarbij kijken zij onder andere naar de patina, microscopische kenmerken en de vermeende overeenkomsten met prehistorische afbeeldingen uit andere delen van Europa.
Het tweede hoofdstuk gaat over Siegerswoude II, een omstreden vindplaats waarvan de authenticiteit al langere tijd ter discussie staat. De auteurs bekijken opnieuw wat technisch en microscopisch onderzoek van de artefacten kan zeggen over hun echtheid. Ook reageren zij uitgebreid op de kritiek van geoloog Hans Huisman op de eerdere valsverklaring van Siegerswoude II.
Het derde hoofdstuk behandelt de vervalsingen van Ad Wouters en de wetenschappelijke zelfcorrectie. Wouters vervaardigde volgens de auteurs, gedurende tientallen jaren vervalste artefacten, waarvan een deel in Nederlandse collecties terechtkwam. Volgens de auteurs is nog altijd niet duidelijk hoeveel van deze objecten niet als vervalsing zijn herkend. Dit roept de vraag op hoe de archeologie moet omgaan met oude collecties en vondsten waarvan de herkomst of authenticiteit onzeker is.
In het hoofdstuk ‘Collateral damage? – De blinde vlekken in Hans Huismans kritiek op de valsverklaring van Siegerswoude II’ komt onder meer het onderzoek naar de slijpplaatjes aan bod. Dit is bijzonder interessant, omdat juist over de vervaardiging en dikte van deze slijpplaatjes discussie is ontstaan en dit gevolgen kan hebben voor de interpretatie van de microscopische onderzoeksresultaten.
Een belangrijk doel van het boek is, aandacht te vragen voor de moeilijkheid om goede archeologische vervalsingen te herkennen. Typologische beoordeling alleen is volgens de auteurs niet altijd voldoende. Microscopisch en technisch onderzoek kan aanvullende sporen zichtbaar maken. Steentijdvervalsingen onderschat gaat daarmee niet alleen over enkele omstreden vondsten, maar vooral over een bredere vraag: hoe betrouwbaar kunnen we echt van vals onderscheiden, en in hoeverre is de archeologie bereid eerder getrokken conclusies opnieuw kritisch te onderzoeken?
Welke antwoorden zal het nieuwe boek geven?
We zijn bij Steentijdvondsten.nl benieuwd naar de nieuwe argumenten, nieuwe bevindingen en conclusies in Steentijdvervalsingen onderschat.
Waarom nieuw onderzoek uitvoeren als hier al eerder onderzoek naar is gedaan?
Geldrop en Wanssum: onderzoek naar de echtheid
De Danseres van Geldrop uit 1961 is lange tijd omstreden geweest. In 1989 maakte archeoloog L. Verhart een vergelijkbare vondst uit Wanssum bekend: een steen met een gegraveerde menselijke figuur.
Onderzoek Verhart
Verhart onderzocht de gravure van Wanssum onder een binoculaire microscoop. Volgens hem waren de gegraveerde lijnen oud en verweerd. Ook beschouwde hij de oorspronkelijke vondstomstandigheden als betrouwbaar. De sterke stilistische overeenkomst met Geldrop zag hij als aanvullende steun voor de echtheid van beide vondsten.
Onderzoek Verhart en Francesco d’Errico
Bij later microscopisch sporenonderzoek in Bordeaux werd vooral gekeken naar verwering en gebruikssporen. Daarbij werd een volgorde vastgesteld van gebruik → graveren → opnieuw gebruiken. Dit werd als argument voor een oude en authentieke gravure aangevoerd.
Onderzoek Dijkstra en Groels
Dijkstra en Groels onderzochten de Wanssumse steen met binoculaire microscopie, macrofotografie en stereofotografie. Zij constateerden onder meer oude bodemresten in de groeven, afgeronde en aangetaste groefranden en een lichte silica-coating. Volgens hen wijzen deze kenmerken op langdurig bodemverblijf en zijn ze moeilijk te verenigen met een recente gravure.
Conclusie: de microscopische en fysische kenmerken ondersteunen volgens deze onderzoeken de authenticiteit van zowel Wanssum als Geldrop. Voor Geldrop is de bewijspositie sterker door de goed gedocumenteerde archeologische en stratigrafische context. Bij Wanssum blijft vooral de precieze datering in het Jong-Paleolithicum minder zeker.
Kritiek van Hans Huisman op de slijpplaatjes
Een tweede onderwerp betreft de kritiek van Hans Huisman op het gesteenteonderzoek van De Vries en collega’s.
Kritiek Huisman
Volgens Huisman zijn de gebruikte slijpplaatjes niet volgens de gebruikelijke standaard vervaardigd. De dikte zou uiteenlopen van ongeveer 30 tot 200 micrometer.
Dat is belangrijk omdat de kleuren die onder de microscoop zichtbaar zijn niet alleen door de mineralen worden bepaald, maar ook door de dikte van het slijpplaatje. Grote dikteverschillen kunnen daardoor de mineralogische interpretatie beïnvloeden.
Conclusie: als de door Huisman genoemde dikteverschillen kloppen, roept dit vragen op over de betrouwbaarheid van conclusies die op de microscopisch waargenomen kleuren zijn gebaseerd.
Daarmee liggen er voor Steentijdvervalsingen onderschat twee duidelijke vragen: hoe beoordelen de auteurs het eerdere microscopische bewijs voor de echtheid van Geldrop en Wanssum, en welk antwoord geven zij op de kritiek van Huisman op het slijpplaatjesonderzoek?
Het boek, dat in november 2026 verschijnt, zal deze vragen hopelijk beantwoorden. Tot die tijd is het afwachten.
Bron:
Archeologie Totaal 1 Op deze website in de Archeotheek te lezen
en hier te bestellen: STEENTIJDVERVALSINGEN ONDERSCHAT
Artikel in het kort
Een belangrijk doel van het boek is, aandacht te vragen voor de moeilijkheid om goede archeologische vervalsingen te herkennen. Steentijdvervalsingen onderschat gaat daarmee niet alleen over enkele omstreden vondsten, maar vooral over een bredere vraag: hoe betrouwbaar kunnen we echt van vals onderscheiden, en in hoeverre is de archeologie bereid eerder getrokken conclusies opnieuw kritisch te onderzoeken?

Wat ik daarnaast interessant vind is de vraag; Op basis van wat heeft Hans Huisman dan toch doen besluiten om de vermeende vervalsingen van Tjerk Vermaning als vals te verklaren? Is dat dan een soort ‘ in blind vertrouwen’ volgen van een eindconclusie door de auteurs Valsheid in gesteente? Auteurs die in feite ook zijn wetenschappelijke vrienden zijn omdat ze toch onder de familie en vriendentak wetenschap behoren..
Of is het het totaal aan argumenten wat dan doorslag geeft tot vals verklaren?
‘Het totaal aan argumenten of andere argumenten naast de slijpplaatjes ‘ het klinkt heel fair en overtuigend, maar inhoudelijk zegt het niets m.i.
Ik kan natuurlijk een mail schrijven naar Hans Huisman, maar dat heb ik al zo vaak gedaan richting wetenschap of auteurs in archeologie en blijft het onbeantwoord.
Leo Verhart, de archeoloog die de betrokkenheid van Ad Wouters bij vermeende vervalste Vermaning artefacten , geconcludeerd en besproken en/of geinsunieerd in het boek Valsheid in gesteente, niet aanwezig acht.
Is daarom nu gekozen voor een object dat door Leo Verhart als onvervalst beoordeeld? Om Leo toch nog even een klap terug te geven? Zo van; hier zit Leo dus ook verkeerd..( en dan de invulling bij lezers en de hoop daartoe dat de lezers van Steentijdvervalsingen omderschat dan ook wel gaan denken dat wat Leo Verhart zei over niet-betrokkenheid van Ad Wouters bij vermeende Vermaning vervalsingen dat dat ook flauwekul is?
Was er bij Siegerswoude niet een archeoloog Evert Kramer? Die is ook niet overtuigd van vermeende vervalsingen of bewijs daartoe van de Vermaningstukken, moet Evert Kramer nu ook het stempel krijgen; die is er ingestonken, dus ga ook maar niet uit van zijn oordeel of opvatting inzake de Vermaning stukken?
Ik filosofeer hardop..