De amateurarcheoloog Tjerk Vermaning ontdekte drie prehistorische Neanderthaler kampementen in noord-Nederland.
De controverse over Tjerk Vermaning en zijn vondsten van steentijdartefacten en neanderthaler-kampementen is een belangrijk onderwerp binnen de steentijdarcheologie van Nederland. Deze zaak heeft geleid tot een nog altijd voortdurende polarisatie tussen een aantal beroepsarcheologen en een groep amateurarcheologen. Weinig beroepsarcheologen zijn bij deze discussie betrokken, maar over het algemeen steunen zij het idee dat de artefacten en kampementen van Vermaning vervalst zijn. Er bestond geen website die uitsluitend aan dit onderwerp was gewijd. Met deze website is daar verandering in gekomen.


In eerdere bijdragen (onder de post over de vuistbijl van Wijnjeterp) heb ik al een aantal punten m.b.t. de website naar voren gebracht, naast overigens het taalgebruik, die niet correct zijn. Het gaat onder meer om het feit dat het wel degelijk heeft geregend tijdens de opgraving te Hoogersmilde, dat Stapert wel op de juiste locatie te Hijken heeft gegraven, en dat de pingo-ruines niets van doen hebben met de vindplaats Hijken.
Een ander punt verdient ook verduidelijking en correctie, namelijk in het stuk over Eemster, de rol van Harry Huisman en het al dan niet voorkomen van zuidelijk vuursteen.
In ons artikel in de Nieuwe Drentse Volksalmanak (NDV) over Eemster (Roebroeks et al.) van 2004 schrijven wij dat de Eemster-vuursteen sterk afwijkt van noordelijk vuursteen en dat dit materiaal doet denken aan bijv. vuursteen uit de Formatie van Urk (rivierafzettingen). Een aantal stukken, dof en zwartgroen van kleur konden wij niet plaatsen en hebben wij gedetermineerd als vermoedelijk exotisch. Dit zijn echter uitzonderingen in het materiaal, de rest is vnl. beige-bruin.
Deze conclusie is met name door Geertsma (KG) bestreden en hij heeft hiervoor contact gezocht met Harry Huisman. Een paar eigenaardigheden:
1. Dijkstra & Musch (Archaeologische Berichten 17) schrijven zelf dat het vuursteengebruik van Eemster afwijkt, en dat een vrij groot aandeel van de artefacten is geslagen van erratische rivierknollen. Ze noemen zelfs de Formatie van Urk (zie p. 80-81). Onze conclusie in de NDV onderschrijft dus de mening van Dijkstra & Musch! Ik heb dan ook nooit begrepen waarom onze conclusie niet werd geaccepteerd. Blijkbaar heeft KG de monografie nooit of althans niet goed gelezen.
2. Huisman heeft naar het zich laat aanzien maar weinig materiaal van Eemster gezien, behoudens de blauwgrijze (in onze beschrijving zijn dit de zwartgroene) vuurstenen. En laten dit nu net afwijkende stukken zijn die wij als vermoedelijk exotisch hebben aangemerkt. Een paar stukken die niet eens representatief voor de assemblage zijn! Zijn deze noordelijk? Dat zou kunnen. Ik twijfel want ik heb dergelijk vuursteen nimmer in Noord-Nederland gezien. Huisman trekt dus de conclusie ‘noordelijk’ op basis van een paar niet-representatieve artefacten! En nogmaals, wij bevestigen de eerdere conclusie van Dijkstra & Musch. Het heeft er alle schijn van dat KG doelbewust alleen de blauwgrijze stukken heeft laten zien, en de rest achterwege heeft gelaten.
3. Dat Huisman de artefacten van Eemster ‘echt’ heeft verklaard zegt mij niets. Hij heeft weinig kennis van artefacten en evenmin heeft hij uitgebreid onderzoek naar de vuurstenen gedaan. Om hen als ‘hoofdrolspeler’ in de affaire Vermaning te betitelen is op z’n zachtst gezegd merkwaardig.
4. M.b.t. de opmerking van Huisman dat hem niet verteld is in welke context hem werd gevraagd naar de Eemster-vuursteen. Dit is incorrect. Vorige week heb ik mijn map met Eemster-documentatie teruggevonden met daarin een mailwisseling die ik in mei 2004 met Huisman heb gevoerd. Dit naar aanleiding van ons veldbezoek aan Eemster (met Roebroeks et al.). In de mail heb ik Huisman heel duidelijk gemeld dat we bezig zijn met onderzoek naar de stenen van Vermaning uit Eemster. Het kan natuurlijk zijn dat hem dit is ontschoten (het NDV-artikel is in december 2004 gepubliceerd, de mailwisseling dateert van mei van dat jaar), maar feit is dat Vermaning en Eemster door mij wel zijn genoemd.
In zijn reactie op mijn vraag of zuidelijk vuursteen in Noord-Nederland voorkomt schrijft hij: “… vindplaatsen van zuidelijk vuursteen in Noord-Nederland ken ik niet, en zijn bij mijn weten ook nog nooit in publicaties gerapporteerd’ (d.d. mei 2004).
Verder staat er op de Vermaning-website het volgende:
“Hoewel zeldzaam, komt zuidelijk vuursteen ook voor in Noord-Nederland, verklaart Huisman impliciet in het interview.”
Ook dit is incorrect, dat zegt Huisman helemaal niet! Ook niet impliciet. Die ‘blauwgrijze’ vuurstenen (waarvan wij vermoedden dat ze zuidelijk van origine zijn) zijn volgens Huisman wel noordelijk. Hij zegt helemaal niet dat zuidelijk vuursteen hier voorkomt. Interessante verdraaiing.
En door dit soort slordigheden en verdraaiingen krijgt de lezer dus een onjuist beeld voorgeschoteld.
Zoals we weten is er onlangs een nieuwe APAN/Extern20 gepubliceerd. De inhoud bestaat voor een groot deel uit herhaling van eerder verschenen APAN-publicaties van de APAN leden, en biedt weinig nieuwe argumenten. Een sterk punt was wel de verwisseling van Liesegangen met ijzerinfiltratie, zoals getoond in het boek Valsheid in gesteente. Ook dit soort slordigheden en verdraaiingen in het Boek Valsheid van mede auteur Marcel Niekus, krijgt de lezer dus een onjuist beeld voorgeschoteld. 😉 Waar zijn die APANers op dit blog gebleven???
Het antwoord op jou bericht over de Vermaning website die komt nog. Jou argumenten zijn goed onderbouwd maar er zitten wel een paar vragen in verborgen die twijfels oproepen. Het antwoord waarom komt nog.
Nee hoor, er is geen verwisseling. In het boek maken we duidelijk dat ijzerinfiltratie (van buitenaf) iets anders is dan Liesegangen (zit er al in). Liesegangen zijn banden, soms grillig, die door verschillende oorzaken ontstaan kunnen zijn. Een daarvan is het neerslaan van ijzer in discrete banden. Ons punt was (en is) dat die Liesegangen ook aan het oppervlak van de vuursteen terecht kunnen komen (bijv. door het bewerken van vuursteen, waardoor de Liesegangen vrij komen te liggen) en daar verward kunnen worden met ijzerinfiltratie. Het lijkt dan alsof een artefact is gepatineerd (infiltratie), maar dat is niet zo: oud neergeslagen ijzer is aan het oppervlak terecht gekomen. Enige dat we anders hadden kunnen formuleren is dat er meerdere oorzaken voor de vorming van Liesegangen kunnen zijn. In het geheel van de argumentatie die voor vervalsing pleiten zijn Liesegangen nauwelijks van belang. Het is een klein detail in een hele serie argumenten waar door Klaas zwaar de nadruk op wordt gelegd.
Vuursteen (flint) is een silicaatgesteente dat zich in lagen vormt door chemische reacties tussen organisch materiaal en minerale stoffen. Het ontstaan van patronen zoals banden en ringen in vuursteen kan worden toegeschreven aan diffusiemechanismen, waarbij moleculen zich verspreiden van hoge naar lage concentratie. Dit gebeurt door de interactie van silicaatmineralen met opgeloste mineralen in water, wat leidt tot concentrische patronen. Deze variaties ontstaan door veranderingen in chemische concentraties, temperatuur en druk over geologische tijdsperioden. Liesegangen ontstaan dus gelijktijdig met de vorming van vuursteen. Daarentegen verwijst ijzerinfiltratie zoals in het boek Valsheid de afbeelding aantoonde naar het proces waarbij ijzerdeeltjes binnendringen in een materiaal, zoals bijvoorbeeld bij vuursteen dat in keizand ligt. Hoewel beide processen worden gekenmerkt door het ontstaan van patronen, zijn Liesegang en ijzerinfiltratie fundamenteel verschillend. Die twee als synoniemen gebruiken is niet juist en daar had Klaas Geertsma een punt. En klopt het enige dat jullie anders hadden kunnen formuleren is dat er meerdere oorzaken voor de vorming van infiltratie zijn maar dan zijn dat geen liesegangen zoals die in de petrologie worden bedoeld maar ijzerinfiltratie ringen of banden.
Met je eens het zijn kleine details en foutjes die in het boek zijn gemaakt. In de context van het aantonen van vervalsingen had dat zorgvuldiger overwogen mogen worden. Maar wat zijn dan wel die hele sterke punten die aantonen dat de vondsten van Vermaning vals zijn? En pak daar nu eens de meest sterke argument uit om niet in een circle argument te verstande over infiltratie, slijpplaatjes of de historische context wanneer en wel en niet contact had plaats gevonden tussen de vermoedelijke verdachte volgens valsheid? Een Winkler Prins Encyclopedie in twintig delen, leest makkelijker weg dan al die verwijzingen van pagina naar pagina in Valsheid. Kom boekenleggers tekort om de draad nog op te pakken tijdens het lezen.
Nee, Klaas heeft geen punt. Er staat duidelijk in het boek (meerdere keren zelfs!) dat Liesegangen iets anders zijn dan ijzerinfiltratie. We gebruiken beide woorden helemaal niet als synoniem. Wel goed lezen Ton! IJzerinfiltatie in vuursteen resulteert vaak in patinavormig, een postdepo proces. Liesegangen zijn ten tijde van de vorming van de vuursteen ontstaan. Een van de ontstaanswijzen hangt eveneens samen met ijzerinfiltratie (vandaar dat die Liesegangen vaak bruining zijn), maar er zijn ook Liesegangen gevormd door processen waarin ijzer geen of nauwelijks waarneembaar een rol heeft gespeeld. Dat laatste hadden we nog kunnen noemen, maar doet niets af aan het verhaal en de consequenties. Kortom, geen post-depo ijzerinfiltratie in de Vermaning-artefacten, in een paar gevallen waar wel patina aanwezig lijkt te zijn is dit het gevolg van het feit dat Liesegangen worden aangesneden in de afslagnegatieven e.a. bewerkte vlakken.
De kern van het betoog (refererend aan je tweede post) is het totaal ontbreken van welke natuurlijke postdepo oppervlakteveranderingen dan ook op de Vermaning-stenen in combinatie met het voorkomen van sporen die je niet zou mogen verwachten gezien de geologische inbedding. Het gaat om het geheel, niet om losse ‘stukjes’. Daarbij nog een hele serie andere argumenten zoals de gebruikte vuursteensoorten, het geheel ontbreken van direct vergelijkbare vondsten door anderen niet gerelateerd aan Vermaning, het feit dat er sindsdien ook nooit iets vergelijkbaars is bijgekomen enz enz.
Je draait er wel weer leuk omheen Marcel, maar om toch nog even op die liesegangen terug te komen. Voor de lezers van dit blog die toevallig het boek Valsheid in Gesteente in hun bezit hebben kunnen op pagina 217 afbeeldingen zien en die worden toch echt omschreven als vuursteen met liesegangen. De afbeelding is een vuursteenknol met ijzer infiltratie. Deze infiltratie is niet ontstaan tijdens de vorming van vuursteen waar in het vormingsproces van vuursteen zeer complexe en mooie herhalingen van patronen in de vuursteen ontstaan. Je kunt op die afbeelding niet de verschillende liesegang lagen en patronen in herhaling in het gesteente zien.
Ijzerinfiltratie, zoals op de afbeelding pagina 217, laat een meer willekeurige, vaak vlekkerige verspreiding van ijzerhoudende mineralen zien die zich in het gesteente verspreiden. Het ziet er uit als bruine of roestkleurige vlekken die zijn veroorzaakt door ijzerverbindingen (zoals hematiet of limoniet) die door het gesteente zijn geïnfiltreerd. Dit komt vaak voor wanneer ijzerhoudende vloeistoffen of mineralen door het vuursteen stromen, maar het laat geen concentrische of geordende structuur achter zoals lissegangen dat doen. Daar is een zichtbaar verschil in.
Het hoofdverschil is dus dat lissegangen een meer gelaagde herhaalde en vaak geordende vorm van mineralenafzetting zijn die zijn ontstaan tijdens de vorming van het vuursteen, terwijl ijzerinfiltratie zoals de afbeeldingen in het boek, onregelmatig zijn en meer verspreid is, zonder dat het concentrische patronen van herhaalde ringen of banden laat zien dat typisch is voor liesegangen.
De ijzerkleuring zoals in het boek zijn te zien zijn vermoedelijk ontstaan in de zand, rivierafzetting of de keizandbodem, waar de ondergrond mogelijk rijk was aan ijzerverbindingen in het grondwater, dit kan de oorzaak zijn van de ijzerinfiltratie die je ziet in het vuursteen op pagina 217 en 216. Dit proces met ijzer in de vorm van ijzerhydroxiden of andere mineralen zoals hematiet of limoniet afzetten kan jaren duren, afhankelijk van de stroming van het water, de chemie van het grondwater en de eigenschappen van de vuursteen zelf. Dat kan ook patronen geven, maar nogmaals zijn niet zo als de herkenbare liesegang patronen. Dan zal je het toch met me eens zijn dat Klaas Geertsma een punt heeft als bij de beschrijving op pagina 217 de tekst staat, twee onbewerkte vuursteenknollen beide met Liesegangen, en dat die omschrijving niet klopt? Je kan ook zeggen ja foutje dat hebben we verkeerd omschreven in het boek.
Ik heb al gezegd dat we e.e.a. scherper hadden kunnen formuleren, daarbij refererend aan een van de stellingen van Stapert. De omschrijving klopt wel want het zijn wel degelijk Liesegangen, geen gewone ijzerinfiltratie. Daar mag je over van mening verschillen, prima. De essentie (en daar gaat het om) is dat er in de Vermaningstukken geen sprake is van postdepo ijzerinfiltratie.
In APAN-EXTERN 20/2025 staan wel degelijk een aantal nieuwe visies betreffende de vuistbijlen van Vermaning. Het gaat dan om het artikel ‘De meest logische vergelijking verworpen. ‘Eemster ook in Frankrijk’ (blz. 168-171). In dit artikel worden vuistbijlen van de vindplaats Boussay in Frankrijk vergeleken met enkele vuistbijlen van Eemster. De overeenkomsten zijn frappant. Dan nog het artikel: ‘Een bijzondere vondst in Engeland en betekenis ervan voor ons archeologisch erfgoed’ (blz. 172-179). Over een vuistbijl van het type ‘Ficron’ zoals bekend uit Engelse context van de vindplaats Medway, maar ook aanwezig in de collectie Hijken van Vermaning. Beide artikelen onderstrepen nogmaals de authenticiteit van de Vermaning-artefacten. Door Klaas Geertsma.
Ik heb alle tijd, zie de vragen over de twijfels wel komen. Btw, het zou wel handig zijn om een melding te krijgen als er een reactie is gekomen op een bepaald topic, kun je dat instellen?
Ik ga uitzoeken of ik dat voor jou kan instellen.
Het script van deze blog biedt helaas geen mogelijkheid om automatisch een mail te sturen als iemand heeft gereageerd op een reactie.
Ik herinner mij opeens een stelling die Stapert in zijn proefschrift heeft opgenomen, namelijk (vrij vertaald): ‘dat het onmogelijk is om iets op een dusdanige manier op te schrijven dat iedereen je zal begrijpen, er zal altijd iemand zijn die het niet begrijpt’. Wel toepasselijk, refererend aan de Liesegangen (e.a.) discussies.
Een belangrijk verschil tussen ‘ons’ en de ‘APAN’ om het even zwart-wit te maken is dat wij uitgaan van waarnemingen die repliceerbaar zijn, en dat de APAN reactionair is, d.w.z. telkens op ‘onze’ waarnemingen, metingen en publicaties reageert. En dat ook het uitgangspunt verschilt. Voor de APAN is het materiaal van Vermaning het echte MP in Noord-Nederland, met als gevolg dat de ‘glimmers’ weggeredeneerd moeten worden want twee soorten MP in Noord-Nederland, uit vergelijkbare contexten en met totaal verschillende uiterlijkheden kan natuurlijk niet. Daarom zijn ook de driftartefacten- en hyaliet-hypotheses in het leven geroepen. Alles in een poging om de ‘glimmers’ maar weg te redeneren. En wat krijg je dan, dat de APAN vastloopt in ad hoc hypotheses, kromme redeneringen enzovoorts.
Mooi voorbeeld zijn onze metingen van de hoeken van de vuistbijlen van HSM en Hijken. Deze wijken totaal af van het beeld van alle authentieke vuistbijlen in Noord-Nederland. Van der Drift schrijft de stompe hoeken van de Vermaning-vuistbijlen aan kryoturbatie. Makkelijk weerlegbaar. Ten eerste, waarom vertonen dan de andere artefacten van Hoogersmilde en Hijken geen vergelijkbare gebutste randen? Kryoturbatie is geen zelfdenkend proces dat alleen invloed heeft op vuistbijlen toch? Ten tweede, ook onze vuistbijlen (e.a. exemplaren uit Noord-Nederland), of het nou om driftartefacten gaat of niet, moeten de kryoturbatiefase hebben meegemaakt. Waarom worden alle, niet door Vermaning-gevonden, vuistbijlen niet gekenmerkt door gebutste randen resulterend in stompe hoeken? Van der Drift doet duidelijk aan doelredeneren, maar gaat daar grandioos de mist mee in.
Even je naar boven scrollen w.b.t de liesegang discussie dan begrijp je wat ik bedoel met de omschrijving in Valsheid over liesegangen.
In APAN-EXTERN 20/2025 staan wel degelijk een aantal nieuwe visies betreffende de vuistbijlen van Vermaning. Het gaat dan om het artikel ‘De meest logische vergelijking verworpen. ‘Eemster ook in Frankrijk’ (blz. 168-171). In dit artikel worden vuistbijlen van de vindplaats Boussay in Frankrijk vergeleken met enkele vuistbijlen van Eemster. De overeenkomsten zijn frappant. Dan nog het artikel: ‘Een bijzondere vondst in Engeland en de betekenis ervan voor ons archeologisch erfgoed’ (blz. 172-179). Over een vuistbijl van het type ‘Ficron’ zoals bekend uit Engelse context van de vindplaats Medway, maar ook aanwezig in de collectie Hijken van Vermaning. Beide artikelen onderstrepen nogmaals de authenticiteit van de Vermaning-artefacten. Door Klaas Geertsma. Hier de link naar het artikel over de Ficron van Hijken: https://www.apanarcheo.nl/ficronhijken.pdf En hier de link naar de verhandeling over het fenomeen Liesegangen: https://www.apanarcheo.nl/afgang%20met%20liesegang%202.pdf
In mijn discussies geef ik aan dat er geen duidelijke beekdalen te zien zijn op Hijken, zoals van der Drift in zijn theorie suggereerde voor de Vermaning vindplaatsen met kryoturbatie naar dekzand. Vindplaats Hijken daar zouden mogelijk wel beekdalen geweest kunnen zijn, maar het gebied is zo vlak geworden door ruilverkaveling en intensieve akkerbouw vermengd dat het aan de oppervlakte niet aantoonbaar zal zijn. En de glooiende heuvels van Stapert bij Hijken, die kan je alleen zien als je met een verrekijker kijkt. Tenzij we de pingoruïne buiten beschouwing laten. Het is een maat voor de algemene betrouwbaarheid. Je weet het wel weer leuk als een brei bij elkaar te mengen met de liesgangen.
Waar komen de beekdalen nu opeens vandaan? Als we het dan toch over een brei hebben … Mijn bijdrage over de hypothese van Van der Drift was een voorbeeld van een ad hoc hypothese. Helaas lopen de bijdragen door elkaar.
Maar even voor mijn beeld. Jij hebt de Vermaning-website gemaakt. Je was er eerst van overtuigd dat de Vermaning-vondsten vals zijn, later heb je je mening bijgesteld en bent nu van mening dat ze authentiek zijn. Als ik goed ben geïnformeerd ben je geen APAN-lid, maar zit je wel in het ‘kamp’ van het afgezette bestuur. Dat meen ik ten minste op te maken uit de bijdrage over de APAN-vergadering die je vrij snel hebt verwijderd. Zit ik een beetje in de goede richting? Overigens heb ik met dit alles geen enkel probleem hoor, dat moet iedereen zelf weten.
Ja de goede richting.
Top, dank voor de duidelijkheid.
Het bestuur is niet afgezet. In de statuten van de APAN staat dat om de vier jaar een nieuw bestuur gekozen kan worden. Omdat er leden waren die zich kandidaat hadden gesteld, heeft er een bestuurswissel plaatsgevonden om het oude bestuur te ontlasten. Klaas Geertsma had zich niet opnieuw kandidaat gesteld en is daarom niet meer in het bestuur. Hij en de ander bestuursleden zijn niet afgezet. Zo heb ik het vernomen.
De website Vermaning biedt een tegenwicht tegen de vele publicaties die over Vermaning zijn verschenen, om het onderwerp vanuit een ander perspectief te belichten. Over die inhoud kunnen meningen verschillen maar dat is wederzijds.
Ik ben geen lid van de APAN.
Om de discussie gefocust te houden op het onderwerp was het geen relevante bericht. Ik was van mening dat mijn bericht niet volledig was, daarom heb ik het onderwerp de zoals jij het beschrijft, de bijdrage over de APAN-vergadering verwijderd. Ook om misverstanden te voorkomen, zoals hierboven in jou reactie.
Prima, dan niet afgezet. Ik heb wel vernomen dat de leden zat waren van het Vermaning-gedoe en dat er een nieuwe website komt. Je verwijst niet voor niets naar de ‘website van Klaas Geertsma’ ipv naar de APAN-website, dus toch een soort revolutie. Heeft langer geduurd dan ik had gedacht, maar zat er een keer aan te komen.
Kaas Geertsma heeft die site gebouwd daarom op deze website zo genoemd. apanarcheo.nl is online te bezoeken. Je trekt conclusies die ik er nog niet uit kan halen. Het lijkt de vindplaats Peest wel.
Natuurlijk. Dat laatste ligt aan jezelf Ton, misschien moet je wat beter verdiepen in de materie en niet alleen achter de Geertsma, Van der Drift en Van Noort aanhobbelen.
Nu Marcel, ik ben van mening dat de afwijzing van de Vermaning vindplaatsen (MP) te snel heeft plaatsgevonden. De werktuigen uit Drenthe die aan de MP worden toegeschreven, zijn immers niet allemaal tegelijkertijd achtergelaten op een moment en verschillen van elkaar. De klimaatomstandigheden tijdens de periode van hun achterlating, evenals seizoensgebonden variaties en de tijdsspanne, maken het voor mij, althans, moeilijk om het geheel als zwart-wit te beschouwen, zoals wordt voorgesteld door de APAN en jou.
Het is goed mogelijk dat sommige artefacten onder omstandigheden zijn achtergelaten die hen in staat stelden snel in het keizand te worden ingebed, waar ze compact goed bewaard zijn bleven en vers van uiterlijk. (kyroturbatie). Ik kanme ook voorstellen dat verspoeling (beekdalen) en (solicucatie) hierbij een rol heeft gespeeld, gezien het feit dat veel van deze losse MP glimmer vondsten in Drenthe zich in de nabijheid van de beekdalen bevonden. Daarnaast is het mogelijk dat bepaalde artefacten door verspoeling niet dieper in de compacte keizand bodem meer konden doordringen, maar dit kan ook te maken hebben met onderliggende verkneeding van de bodem door oudere kyroturbatie-processen, waardoor ze niet verder in het keizand konden weg zaken of doordringen als gevolg van kyroturbatie en daarom kandidaat werden om wel in contact te komen met het dekzand lagen. Dit zou een situatie kunnen hebben gecreëerd waarin de artefacten wel met het dekzand in aanraking kwamen voor windlak of chemische afzetlaagjes (vocht bodem), wat de vorming van windlak of chemielaag zou kunnen verklaren. Onder de juiste omstandigheden van kyroturbatie zouden de artefacten mogelijk zelfs een ‘frissere’ uitstraling kunnen en niet uit te sluiten, hebben behouden diep op 60cm meer of minder, in de bodem. In andere gevallen zou het kunnen zijn dat ze oppervlakkig oorzaken net boven of in het keizand en een chemisch patina gunstig was om te ontwikkelen wel of niet in het dekzand gekomen. Dit is geen zwart-wit benadering, maar eerder het aangeven van verschillende mogelijke scenario’s.
In dit licht zou het niet ondenkbaar zijn dat er een meer genuanceerde verklaringen bestaan voor de verspreiding en staat van de MP artefacten in Noord-Nederland, afhankelijk van de dynamische interacties tussen bodemlagen, erosieprocessen en de natuurverschijnselen door klimaat periode van de betreffende tijdsperiode.
Er zijn in theorie dus, verschillende scenario’s denkbaar die verklaren waarom wel of geen diepe infiltratie van ijzer in de artefacten heeft plaatsgevonden in de Mp van Noord-Nederland. Gezien de geologische variëteit en de complexe bodemgeschiedenis van dat gebied, is het cruciaal om alle relevante factoren die de bewaring en verspreiding van artefacten beïnvloeden in overweging te nemen. En dan de oude rivierafzettingen en het gunstige materiaal dat beschikbaarheid om grote knollen op te rapen laat het dan ook zuidelijke rivier zijn Urk.
Die Neanderthalers waren niet gek, ze zochten waarschijnlijk gunstige overlevingsgebieden tijdens hun nomadische tochten achter het wild aan. De Noord Amerikaanse indianen in 1800 deden dat ook met hun Bizon jacht. Ze volgde de migratie patronen van het wild dat ze achter na jaagde om te kunnen overleven. Klimaat dat was niet leuk maar een bijzaak het eten was nodig dus dan maar het koude noorden in.
Zo ook die Neanderthalers. Ik zit op die publicatie te wachten waarom was Drenthe voor Neanderthalers interessant om het wild na te jagen? En mogelijk geeft dat ook de verklaring in de toekomst waar om Peest en Hoogersmilde een aantrekkelijke kamp kon zijn met hun artefacten!
Nee daar gaat het momenteel niet meer over het moet gaan over vals of niet. Ja sorry hier is de wetenschap op zijn einde gekomen met zin vals verklaringen wel of niet.
Ga dan bezig met met migratie patronen en niet mij Klaas of de APAN serieus te nemen maar neem je zelf eens serieus Niekus? Of heb je niets meer behalve Doggerland en Peest als handvat. Het eist een zeldzaam vermogen in de MP wereld van Nederland. In dat opzicht kan je hier nog flink los op Klaas die dat ook doet met een te kort lontje op deze blog.
Nee,we hebben geen droog gelegde Doggerland met botjes? En ja we hebben Drenthe en Peest zonder organisch materiaal wat wil je daar mee? Zonder Pollen? Pfff kom op Niekus? Ik ben een simpel amateur (Archeoloog) en ik weet niet alles over MP van Nederland, en weet je me ook nog zover te krijgen dat zelfs ik de Vermaning artefacten als vals ga verklaren? Maar dan moet je wel met wat beters komen dan tot nu toe!
Hoewel ik de vermaning vindplaatsen en die van Peest niet direct afwijs als MP, wil ik wel aangeven dat de mogelijkheid van diepere bewaring van artefacten in deze gebieden mogelijk niet altijd voldoende is onderzocht. Oppervlaktevondsten en glans-raapsels hebben naar mijn mening misschien te snel geleid tot conclusies over de omstandigheden en processen die zich in deze regio’s hebben afgespeeld. De geologische geschiedenis van Noord-Nederland kent immers een aanzienlijke variatie aan klimaat-, bodem- en erosieprocessen, die allemaal invloed kunnen hebben gehad op de wijze waarop artefacten zijn bewaard of verplaatst.
Ik vind het belangrijk om de interpretatie van de Vermaning vindplaatsen in een breder en gedetailleerder kader te plaatsen, waarin we verschillende geologische en klimatologische factoren in overweging nemen. Het afwijzen van deze locaties zonder grondige analyse van alle relevante variabelen doet mogelijk te kort aan de complexiteit van de MP vindplaatsen in Drenthe. Dit geldt zowel voor de Peest-locatie als de Vermaning vindplaatsen. Hoewel ik het niet eens ben met de opvatting van sommige leden van de APAN die stellen dat Peest geen Neanderthaler verblijfplaats zou zijn, ben ik evenmin voor het afwijzen van de MP vindplaatsen in Vermaning zonder gedegen wetenschappelijke onderbouwing. Zeker als we rekening houden met de klimaatperiodes uit die tijd, waar we eigenlijk nog maar weinig van weten, vooral als het gaat om de fluctuaties in temperatuur en andere natuurverschijnselen. Zelfs hedendaagse weer prognoses zijn vaak nog onvoorspelbaar, laat staan de omstandigheden uit het verre verleden.
Ik volg niet blindelings de theorieën van anderen, zoals die van Noord, Klaas of Van der Drift. Texel en Drenthe zijn geologisch gezien namelijk twee totaal verschillende gebieden. De bevindingen in de Vermaning vindplaatsen, met name de beekdalen, zijn niet overal even duidelijk. De drie publicaties van Van der Drift over glanspatine en windlak, waarvan er twee op de Vermaning-website te vinden zijn, illustreren de complexiteit van de geologische processen in Nederland. MOet ik daar mee eens zijn? Nee maar geeft wel stof tot denken. Dit benadrukt hoe het geologische verleden invloed heeft gehad op de bewaring van de MP artefacten. Hoewel dergelijke situaties zich in theorie kunnen voordoen, is het duidelijk dat de geologische variabiliteit een belangrijke rol speelt in de wijze waarop artefacten worden bewaard en dat dit sterk kan variëren.
De diversiteit aan vuursteensoorten, bodem-infiltraties en de omstandigheden in de bodem maken het voor mij lastig om definitieve conclusies te trekken, zeker met de huidige empirische gegevens. Het is voor mij nog te vroeg om een oordeel te vellen over de juistheid of onjuistheid van de bevindingen. Daarom ben ik terughoudend in mijn oordeel en wil ik Peest niet afwijzen, maar evenmin de Vermaning vindplaatsen uitsluiten zonder verdere grondige wetenschappelijke verkenning. Ik geef de archeologen van de toekomst meer geloofwaardigheid dan de APAN of Niekus en zijn mede auteurs over valsheden.
Ik merk dat de discussie over de MP van Noord-Nederland vaak gepaard gaat met sterke emoties, wat het debat soms bemoeilijkt. Ik denk dat het goed zou zijn als jij en Klaas daarin wat meer afstand zouden nemen of met elkaar in gesprek gaan. Gelijk hebben en gelijk krijgen, zijn twee verschillende zaken. Het is prima om elkaar te proberen te overtuigen, maar het lijkt erop dat de situatie soms ook persoonlijk knelt tussen Marcel en Klaas. Kunnen jullie dat samen niet eff oplossen hoe moeilijk moet dat zijn?
Ik ga niet reageren op je lap tekst hierboven. Je laat zo duidelijk merken dat je nauwelijks kennis hebt van de geologie, verweringsverschijnselen, de wetenschappelijke potentie van ‘glimmervindplaatsen’ enz dat het onbegonnen werk is voor mij om dat allemaal recht te zetten en te corrigeren. Heb ik geen tijd voor en geen zin in. En dat je van mening bent dat er nog grondiger onderzoek gedaan moet worden naar de Vermaning-vindplaatsen zegt ook al genoeg. Ook voor de APAN was het nooit genoeg. Lag niet aan ons, maar als ze onze conclusies zouden accepteren hadden ze de vereniging wel kunnen opdoeken, was 40 jaar ‘strijd’ voor niets geweest en konden tientallen publicaties rechtstreeks de prullenbak in. Telkens doelpalen verzetten. Prima hoor, maar niet aan mij besteed.
Zeg gewoon dat je het niet weet hoe je inhoudelijk er op moet reageren.
Wat een onzin Ton, ik heb er gewoon geen zin in. Ik kan wel bezig blijven. Voordat ik er erg in heb, ben ik weer uren bezig. En waarom eigenlijk, jij hebt je mening toch al klaar. Net als Klaas denk je dat je alles beter weet en mij even moet vertellen hoe ik mijn onderzoek moet doen en hoe het MP in Noord-Nederland in elkaar steekt. Daar pas ik voor. Ik werk samen met een groep kwartair-geologen, Paleo-collega’s uit den lande en een aantal andere specialisten (OSL, TL, pollen, use-wear specialisten enz) en ik kan mij niet herinneren dat heren Geertsma en Schadron op die lijst staan. Ik hecht geen waarde aan jullie mening.
Verdraait als het niet waar is;
over zuidelijk vuursteen en Harry Huisman, een geoloog die zijn huiswerk beter doet dan archeoloog Marcel Niekus.
Op 8 oktober 2005 zond RTV Drenthe een nieuwsitem van mij uit waarin geoloog en petroloog Harry Huisman van het toen met opheffing bedreigde Natuurmuseum Groningen, Klaas Geertsma en zijn broer Henk aan het woord komen. Dit item staat op tjerkvermaning.nl aan het slot van het deel Eerherstel. In de bewuste paragraaf staat dat Klaas Geertsma in die jaren zijn best deed de Eemster-collectie van Vermaning opnieuw onder de aandacht van de wetenschap te brengen. En er staat ook een krantenartikel afgebeeld met de koptekst ‘Eemster kan wel degelijk Drents zijn’ uit de Telegraaf van 15 januari 2005. Daarin beklaagt Huisman zich over de rol die hij ongewenst speelde bij de onderbouwing van een betoog van onder andere Marcel Niekus tegen de echtheid van de Eemster-collectie van Vermaning.
Mooi dat Niekus deze discussie nu opnieuw oprakelt met zijn inmiddels 17 gedachten (het aantal neemt hand over hand toe) over tjerkvermaning.nl. Ik steek de hand in eigen boezem als het gaat om niet eenduidige formuleringen op de site. Waar nodig wil ik die graag aanscherpen. Maar als het gaat om het handelen van Niekus zelf, dan mag hij ook wel eens in de spiegel kijken. Er komen namelijk geregeld twijfelachtige of zelfs foutieve opmerkingen van zijn kant.
Marcel Niekus beweerde in de Drentse Volksalmanak van december 2004 samen met professor Wil Roebroeks et al dat de Eemster-collectie van Vermaning bestaat uit valse (want afgeronde ribben) werktuigen waarvan de steensoort in sommige gevallen in Noord Nederland helemaal niet voorkomt. Harry Huisman zou dat laatste in het voorjaar van 2004 bevestigd hebben. Klaas Geertsma heeft op APANArcheo al kritisch bericht over de conclusies. En Huisman? Huisman wilde destijds wel meewerken aan het nieuwsitem, want hij wilde graag een en ander rechtzetten. Huisman zei door de wetenschappers op een verkeerd spoor te zijn gezet en niet te hebben geweten dat het om de Eemster-collectie ging toen hem om commentaar werd verzocht door Roebroeks ea. Want om welke stenen ging het eigenlijk die Huisman niet echt onder ogen kreeg, maar waar Roebroeks cs het over hadden en Niekus het nu opnieuw over heeft?
Omdat Roebroeks en consorten niets doen met de klacht van Huisman zoals de Telegraaf optekende in januari 2005 ben ook ik, het is dan inmiddels oktober 2005, welkom in het Natuurmuseum. Huisman krijgt daar een grijsbruine vuistbijl uit de Eemstercollectie van Vermaning voor de camera in handen, zo is te zien in het item. Klaas Geertsma heeft die vuistbijl, eigenlijk is het een zogenaamde limande, aan mij meegegeven. Huisman verklaart in het item dat hij geen enkel probleem in het werktuig ziet als het om de bewerkingen gaat. De vraag of het zuidelijk of noordelijk vuursteen is heb ik misschien niet letterlijk gesteld en is in elk geval niet uitgezonden. Het belang van die discussie ontging mij destijds waarschijnlijk. Maar misschien heb ik ook wel besloten dat dit een te gecompliceerde en vakinhoudelijke discussie is voor een nieuwsitem voor de hele goegemeente. Het is in elk geval te lang geleden om me precies te herinneren. Maar de essentie blijft duidelijk en die is dat Huisman als geoloog geen probleem in dit vuurstenen werktuig ziet. Het is één van de twee redenen waarom ik op tjerkvermaning.nl zeg dat Huisman ‘impliciet’ stelt dat deze vuursteensoort in Noord Nederland gewoon voorkomt. Waar heeft een geoloog verstand van, zeg ik met Niekus.
Henk toont in het tv-item even later een verzameling van door hem in dat jaar bij Assen gevonden werktuigen, waaronder een rugmes-schaaf. Een ander werktuig van Henk, zo te zien een forse schrabber, is de tweede steen die ik in het item vervolgens toon aan Harry Huisman. En hij zegt dat dit werktuig overeenkomt met de vuistbijl van Vermaning die hij in het begin van het item in handen had. Als dat ergens over gaat, dan is dat niet de werktuigsoort, want die is niet dezelfde. Het gaat om de vuursteensoort mag dan opnieuw impliciet duidelijk zijn.
Henk Geertsma vindt dus jaren na Vermaning op een totaal andere plek in Drenthe dan Eemster werktuigen van dezelfde grijs-bruine vuursteensteensoort als die Vermaning in Eemster heeft gevonden. Dat is geen zuidelijke vuursteensoort. Waarom wordt dan als één van de hoofdargumenten voor de vervalsingstheorie gezegd dat de Vermaning-collectie zuidelijk vuursteen bevat? Dat geldt misschien voor enkele stenen, waarna de discussie kan doorgaan of die ook in Noord Nederland voorkomen of door Neanderthalers naar toe kunnen zijn gebracht als werktuig of als een zwaardere vuursteenknol.
Wat overblijft is onduidelijkheid over de steensoort waar Huisman een mening om werd gevraagd door iemand van de club Roebroeks. En zeg nou zelf Niekus, hoe kun je zwartgroene vuursteen gelijk schakelen met blauwgrijze vuursteen, zoals jij doet in je commentaar op tjerkvermaning.nl? Hoe kun je een archeologisch onderzoeksverslag laten stutten door een geoloog die je vraagt of zuidelijk vuursteen in Noord Nederland voorkomt zonder duidelijk te maken om wat voor steensoort het concreet gaat? Door dit soort werkwijzen ontstaan misverstanden en zet je het lezerspubliek op een dwaalspoor, om in jouw termen te blijven. Ik concludeer dat het onderzoek in 2004 naar de vuurstenen werktuigen uit Eemster op drijfzand is gebaseerd. Daarbij constateer ik dat er zo langzamerhand zoveel redenaties tegen Vermaning op touw zijn gezet, dat als je de ene bestrijdt, je onmiddellijk de volgende voor de voeten geworpen krijgt. Deze taktiek wordt nu al bijna vijftig jaar toegepast. Om het over de inmiddels verschillende keren bijgestelde complottheorieën tegen Vermaning maar niet te hebben. Ga met elkaar discussiëren over argumenten die ter zake doen, zijn de slotwoorden van Huisman in 2005. Ik sluit me daar bij aan.
Oh ja, afgeronde ribben, evenwijdige krasjes, het zal ook niet. Twaalf, 14, 17, 24 gedachten over tjerkvermaning.nl. Gooi zoveel mogelijk verhalen de lucht in en hoop dat de argeloze lezer bedolven wordt en om genade smeekt.
Hielke Meijer
Assen, 5 oktober 2025
Ten eerste heb ik in een eerdere bijdrage al duidelijk aangegeven dat Huisman wel degelijk op de hoogte is gebracht van het feit dat wij met de Vermaning vindplaats Eemster bezig waren en dat ik een paar vragen voor hem had over de vuursteensoort. Harry kan wel zeggen dat hij niet op de hoogte was, maar ik hem duidelijk geschreven hoe en wat. Het kan natuurlijk zijn dat hij dit is vergeten, maar het staat zwart op wit. Hij antwoordde dat zuidelijk vuursteen niet in onze contreien voorkomt. In Noord-Nederland komen vuursteenvarianten voor die van noordelijke herkomst zijn, maar wel doen denken aan ‘zuidelijk’ materiaal (zoals bijv. Daneflint), maar daar was hier geen sprake van. De cortex van de stukken wijst op een herkomst uit rivierafzettingen zoals we die kennen uit de Formatie van Urk.
Ten tweede onderschrijven wij in de NDV de conclusie uit mid jaren ’80 van Musch en Dijkstra in de Eemster-monografie, nl. dat een groot deel van Eemster bestaat uit ‘exotisch’ materiaal, d.w.z. vuursteen ingebracht op de vindplaats van elders. Zelfs Musch & Dijkstra noemen de Formatie van Urk als potentieel herkomstgebied.
Wij hebben geen typisch noordelijk vuursteen (met bryozoen) gezien tussen de artefacten die Klaas destijds mee heeft genomen naar Assen (ging blijkbaar om een deel van de Eemster-collectie) en we hebben een paar stukken gezien die wij niet konden plaatsen en volgens ons vermoedelijk ook exotisch zijn.
Alles bij elkaar genomen is duidelijk, zowel voor ons als destijds voor Musch & Dijkstra, dat een groot deel van de grondstof niet lokaal is. We vonden op de akker ook geen natuurlijke vuurstenen die er ook maar enigszins op lijken. Het voorkomen van grote stukken zuidelijk vuursteen op een noordelijke vindplaats past ook helemaal niet in het beeld dat we van het transport van grondstoffen van Neanderthalers hebben. Hier is ontzettend veel onderzoek naar gedaan. In het artikel in de NDV verwijzen we naar meerdere publicaties, en er zijn sindsdien nog vele bij gekomen waaruit een consistent beeld naar voren komt. Meeste vuursteen werd lokaal verzameld en bewerkt, slechts een zeer klein deel bestaat uit ‘geïmporteerd’ materiaal (als dit al voorkomt). Hoe verder van een bepaalde bron, hoe minder exotisch materiaal, en dan gaat het ook om specifieke artefacttypen. Neanderthalers sjouwden geen tientallen tot 100 km met zware knollen. En dat naast alle andere argumenten die pleiten voor vervalsing.
De mening van Huisman over de ‘echtheid’ van de Vermaning-stenen vind ik niet relevant. Hij is zeker een groot kenner van stenen, dat betwijfel ik niet, maar van vuursteen en verweringsverschijnselen heeft hij aanzienlijk minder kaas gegeten. En als je stelt dat e.e.a. impliciet duidelijk mag zijn, nou nee.
Ik gooi overigens niet allemaal ‘verhalen’ de lucht in, ik reageer op een aantal zaken op jullie website die aantoonbaar onjuist zijn, zoals de relatie tussen pingo-ruines en Neanderthalers, de neerslag tijdens opgraving Hoogersmilde, kryoturbatie die de gebutste randen van de vuistbijlen van Hoogersmilde (en Hijken) zou moeten verklaren enz.
En wat betreft onderling discussiëren, dat is totaal zinloos. Er zijn meer dan genoeg inhoudelijke argumenten naar voren gebracht die duidelijk maken dat HSM, Hijken en Eemster vervalsingen zijn, zowel van geologische aard, als wat betreft secundaire oppervlakteveranderingen, vuursteensoorten etc. Ik begin er niet meer aan.
Je opmerkingen over drijfzand, dwaalspoor, afgeronde ribben en krasjes etc. Tsja, ik zou zeggen verdiep je zelf eens goed in de materie i.p.v. de Geertsma’s e.a. na te praten. Je laatste alinea spreekt al boekdelen. Je hebt je mening al lang geleden in cement verankerd.
Er staat op de Vermaning website niets over Hijken in de relatie tussen een pingoruine en neanderthalers. Er staat wel de relatie tussen een pingoruine en de glooiende heuvels van Stapert.De pingo heeft niets te maken met de Neanderthalers van toen, maar wel met de glooiende heuvels in het beeld van Stapert, die een vergelijking maakt met de Mander. Volgens hem zouden de vondsten van Hijken verspreid moeten liggen door modderstromingen, maar dat blijkt niet het geval. De artefacten lagen bij elkaar in de slootrand en in de omliggende slootrand omgeving. Deze vondsten hebben dus geen verband met de pingoruïne; ze lagen er al veel eerder dan de pingo.
Foei wat een lelijk antwoord schudt je daar uit je mouw Niekus. Dat je mijn uitleg over het gebruik van het woord impliciet niet begrijpt, dat pleit niet voor je. Voor andere lezers verwijs ik naar mijn reactie van 5 oktober.
Jij schrijft op 30 september over geoloog Harry Huisman:
“ 2. Huisman heeft naar het zich laat aanzien maar weinig materiaal van Eemster gezien, behoudens de blauwgrijze (in onze beschrijving zijn dit de zwartgroene) vuurstenen. En laten dit nu net afwijkende stukken zijn die wij als vermoedelijk exotisch hebben aangemerkt. Een paar stukken die niet eens representatief voor de assemblage zijn! Zijn deze noordelijk? Dat zou kunnen. Ik twijfel want ik heb dergelijk vuursteen nimmer in Noord-Nederland gezien. Huisman trekt dus de conclusie ‘noordelijk’ op basis van een paar niet-representatieve artefacten!”
Hier geef je aan wel erg losjes met de kleur van stenen om te gaan. Ik denk dat je je nader mag verklaren hoe je concludeert dat zwartgroene stenen eigenlijk net zo goed als blauwgrijze kunnen worden omschreven.
Huisman kreeg in de reportage uit 2005 een grijsbruin Neanderthalerartefact uit de Eemstercollectie in handen en eenzelfde kleur artefact van Henk Geertsma. Beide uit Drenthe. Reageer daar dan op.
Verder neemt het aantal gedachten, het zijn er al dertig, dat je hebt bij de site tjerkvermaning.nl zo langzamerhand alarmerende vormen aan. Je verliest je in details en ziet het grote plaatje niet meer. Maar goed, je bent ook van de school van Stapert natuurlijk.
Citaat website: De vuurstenen werktuigen van Hijken zijn tientallen meters naast een pingo in de bodem gekomen. Waarschijnlijk bood de zuidkant van de verdwenen pingoheuvel, die is verdwenen, destijds bescherming tegen weersinvloeden en had de Neanderthaler juist die locatie gekozen voor hun kampement.
De website over Tjerk Vermaning is absoluut indrukwekkend. Hoewel jij hier en daar misschien enkele kleine details kunt vinden die niet perfect zijn, is het duidelijk dat het een zorgvuldig samengestelde en goed doordachte bron van informatie is. Het is niet makkelijk om zo’n uitgebreid verhaal te presenteren zonder af en toe een woord foutje te maken, maar over het algemeen is het werk van Tjerkvermaning.nl duidelijk goed doordacht en overtuigend. Zelfs als je wat van de tekst diagonaal leest, zie je hoe zorgvuldig alles in elkaar steekt.
In vergelijking met jou eigen boek Valsheid, dat veel complexer is, is het werk op deze website veel toegankelijker om de waarheid te begrijpen. Al met al biedt de website Vermaning een indrukwekkend overzicht en een solide bron van kennis.
Citaat uit Catalogus Expeditie Vuistbijl: Pingo’s kunnen daarmee een belangrijke rol hebben gespeeld in het gebruik van het landschap door de neanderthaler, als uitzichtpunt voor wild tijdens de intacte fase, en als drinkwatervoorziening in de ruïnefase. Auteurs: Marc Verhoeven (RAAP), Yannick Raczynski-Henk (haghtanak)en Rob Paulussen (ArcheoPro);van RAAP 2020. En die kletsen dan ook maar wat?
Maar je hebt een punt dat het niet aangetoond is dat bij Hijken de pingo een rol had gespeeld omdat die MP mogelijk ouder is. Ook dat is niet met zekerheid verondersteld. Valsheid in gesteente is ook opgebouwd uit vermoedens. Je probeert nu langs de doelpalen te schieten ook al verzet ik die doelpalen om er wel in te schieten en nog raak je de bal mis.
Ik reageer deze keer op beide bijdragen van Ton en die van Hielke tegelijk. Eerder heb ik al heel duidelijk gesteld dat ik de website niet in detail heb doorgenomen, maar dat er een aantal zaken zijn waar ik op wilde reageren omdat ze onjuist zijn, waaronder pingo’s, al dan niet regen tijdens opgraving Hoogersmilde en de ‘verkeerde’ locatie van de opgraving van Stapert te Hijken. Later is door de kwestie van de ‘zuidelijke’ vuursteen bij gekomen, simpelweg omdat ik de mailwisseling met Harry Huisman kortgeleden ben tegengekomen in mijn archief. En daaruit blijkt dat Harry verkeerd zit.
Ik verlies mij dus helemaal niet in details, maar ga op een aantal specifieke onderwerpen in. Dit zijn onderwerpen waarin mij of collega’s zaken in de schoenen worden geschoven die incorrect zijn; Waterbolk zou liegen, Stapert zou blijkbaar zo stom zijn om op de verkeerde plek te graven en ik zou Harry er in geluisd hebben om het zo maar even te stellen. Noem het maar ‘kleine details’. Samen met insinuerende teksten (waarvan ik al eerder een paar voorbeelden heb genoemd), de gekleurdheid van de inhoud van de site, het nalaten van het bevragen van de ‘andere partij’, de nogal eenzijdige verwijzing naar APAN- of APAN-gerelateerde lectuur, is er geen sprake van een ‘zorgvuldig samengestelde en goed doordachte bron van informatie’ en ‘solide bron van kennis’. Het is in feite niets meer dan een beter gestructureerde (dat geef ik je/jullie zeker na) en minder hallucinerende website dan die van de APAN/Klaas.
Even terug naar een paar details (pingo’s). Wat Verhoeven et al. (publicatie heb ik niet) schrijven is voor hun rekening. Het kan zijn dat in hun gebied (Zuid-Limburg) pingo-ruïnes vroeger voorkomen, dat weet ik niet. Feit is dat de exemplaren in ons gebied worden gedateerd in de periode Laat-Pleniglaciaal tot Laat-Glaciaal, d.w.z. ruim na het uitsterven van de Neanderthaler. Leuk geformuleerd hoor, die zin met die doelpalen en de bal, maar hij zit er wel in.
M.b.t. de vuursteensoorten. Ik begrijp het woord impliciet heel goed Hielke. Je hebt Harry niet gevraagd of het noordelijk of zuidelijk vuursteen betreft (begrijp ik overigens gezien het korte item en het feit dat je toen niet op de hoogte was), maar achteraf ga je er maar vanuit dat hij betreffende steen ziet als ‘noordelijk’ vuursteen. De essentie van de kwestie ‘vuursteensoorten’ (laten we ons niet verliezen in details aangaande een paar stenen) is dat het grootste deel van Eemster van zuidelijk vuursteen is gemaakt. Zoals ik al eerder schreef is dit een breed gedeelde mening, van zowel APAN (Dijkstra & Musch) als Roebroeks et al. En – nog even afgezien van alle andere argumenten die pleiten voor vervalsing – is dit totaal afwijkend van wat we weten van transport van vuursteen door Neanderthalers. Daar ga jij dan weer niet op in, toch wel een essentieel ‘detail’. Het grote plaatje ken ik maar al te goed, maar soms zit de ‘devil in the details’.
Eerdere opmerkingen (dwaalspoor, drijfzand, ‘afgeronde ribben, evenwijdige krasjes, het zal ook niet’, school van Stapert etc etc), ach ja. Dat heb ik vaker gehoord. En het komt altijd van mensen die wel een mening hebben en overtuigd zijn van hun eigen gelijk, maar die onvoldoende inhoudelijke kennis bezitten om een weloverwogen oordeel over de Vermaning-stenen te geven. Veel geschreeuw, weinig wol. Ook Ton (net als Van Noort trouwens) is hiervan een klassiek voorbeeld: lange warrige woordsalades produceren om gebrek aan inhoudelijke kennis te maskeren en interessant over te komen. Doe zelf eens onderzoek zou ik zeggen, zonder anderen na te praten.
Je mag mij van alles en nog wat verwijten en in de schoenen schuiven, maar ik ben wel de enige archeoloog die nog de moeite neemt om een discussie aan te gaan, en zelfs Klaas nog suggesties geeft om met Schuilenburg de hort op te gaan en om Eelde (‘Smildien’) officieel te melden, beide zeer ‘belangrijke’ vindplaatsen in Vermaning-kringen. Gek genoeg blijft het angstvallig stil.
En tot slot, om Ton antwoord te geven op een vraag die hij eerder stelde: ‘Neem je jezelf wel serieus Niekus’? Jazeker Ton, dat doe ik. Ik ben op een serieuze manier bezig met onderzoek naar de Neanderthaler in (Noord-)Nederland, niet alleen met Peest maar ook met andere vindplaatsen. Er komen weer een paar prachtige veldonderzoeken en publicaties aan waar ik mij volledig op ga richten en mij zul je hier niet meer zien. Beide websites dragen niets bij aan wetenschappelijke vooruitgang, voor mij tijdsverspilling en zinloos.
Je kunt in een vicieuze cirkel terechtkomen als elk argument je eerdere beweringen ondermijnt in de affaire Vermaning. In dat geval zou je je ook kunnen beroepen op de RAAP-publicatie. Je antwoord zou dan kunnen zijn: Die publicatie heb ik niet gelezen, dat is voor mijn rekening. Marcel, aan het einde van je betoog zou je beter kunnen zeggen: Ik ga me verdiepen in de relatie tussen de pingoruïne en de Neanderthalers. Wie weet wat dit nog kan opleveren voor Drenthe, met zijn meer dan 2500 pingo overblijfselen. Kom ook met dat dagrapport van Stapert, die je niet wil delen als bewijs dat er regenwater in de kuil Hoogersmilde stond. Dat bewijs heb je blijkbaar niet. Op de Vermaning website staat het KNMI wel als bewijs dat het niet had geregend. Dus geen water in die put. Maar ik ben ook niet de beroerdste om de website aan te passen als dat dagrapport als bewijs kan dienen van jou gelijk. En dat is waar de website tjerkvermaning.nl over gaat n.l. beschuldigingen met tegenstrijdigheden. Die woord salades van van Noord bestaan niet uit een boek met 386 pagina. Ik wil je wel een warm compliment geven je bent inderdaad op dit moment de persoon uit de beroepswereld die wil reageren zelf bij de APAN zitten er flappies die dat niet aan durven. En ik waardeer dat Marcel. Jij bent de gene die wel dit ter discussie wil stellen. Niet ik maar jij bent dus de bruggen bouwer. De felheid in de discussie dat mag van beide kanten zolang we elkaar in de ogen durven te kijken en ik denk dat wij dat prima kunnen. Ik heb persoonlijk niets tegen jou Marcel en met grote respect voor jou deelname aan dit forum.
Ik vind het een over en weer geouwhoer van hoog niveau. Niemand die ook maar een duimbreed wil/gaat toegeven en Marcel je bent wel erg vasthoudend in je berichtgeving die niet ophoud terwijl je enige keren hebt gemeld dat je er wel klaar mee bent. Daar bedoel ik niet mee dat je ermee op zou moeten ophouden, integendeel. Maar houd dan wel op met te zeggen dat het je het nu wel hebt gezien allemaal. Of zoals je meldde, mij zul je hier niet meer zien. Zal me oprecht benieuwen. En ben het met Roel eens, wel een gemis omdat tussen alle regels door best het e.e.a. te lezen is.
Het durven maken van fouten is essentieel voor groei en volwaardig begrip van de archeologie, terwijl respect en zorg voor anderen ons sterker maken. Dat is wat dit blog na streeft. En ben het met Roel eens. Laten we discussies vooral niet uit de weg gaan ook al zijn we het niet altijd eens met elkaar. We hoeven ons gelijk niet te halen op deze web blog maar kunnen wel tussen de regels door veel van elkaar leren.