Onder leiding van beroepsarcheoloog Marcel Niekus ging een groep van meer dan twintig vrijwilligers in december 2025 op zoek naar sporen van Neanderthalers op het Holtingerveld, het “Pompeï van Drenthe”. Starend naar de grond, stapte de groep over het stuifzand van het oerlandschap, op zoek op de plek waar de 12-jarige Tim zijn beroemde vuistbijl had gevonden, een neanderthaler vuistbijl dat naar schatting 50.000 jaar oud is. Elke opvallende vuursteen werd opgepakt, nauwkeurig onderzocht, en vaak weer weggegooid. De zoektocht naar nieuwe vondsten verliep echter zonder succes: alleen enkele afslagsplinters werden ontdekt, maar geen tweede vuistbijl. Het geluk dat Tim had, bleek niet voor de zoekers van die dag weggelegd.
Bron: rtvdrenthe 14 december 2025.
Tim (12) vindt 50.000 jaar oude vuistbijl.
Tijdens een werkweek in augustus 2025 Drenthe heeft de twaalfjarige Tim Kop een uitzonderlijke archeologische vondst gedaan. Waar het zoeken naar vuistbijlen voor basisscholieren meestal bij een wens blijft, stuitte Tim daadwerkelijk op een prehistorisch werktuig op het Holtingerveld.

De plek waar Tim zijn vuistbijl aantrof heet De Baai, een zandvlakte in het Holtingerveld tussen Uffelte, Havelte en Wapserveen. Het gebied ligt bezaaid met vuursteen en heeft door de jaren heen allerlei menselijke resten en artefacten opgeleverd, waardoor lokale kenners het gebied soms het ‘Drents Pompeï’ noemen. Veteranen van het terrein, zoals vrijwilliger en historicus Wim van der Wijk van het OERmuseum, wijzen erop dat militaire voertuigen uit de nabijgelegen Johannes Postkazerne regelmatig nieuwe stenen naar boven brengen; dat maakt zoeken zowel vruchtbaar als chaotisch.
Gewapend met kennis uit zijn werkboekje ging Tim op eigen initiatief buiten de groep op onderzoek uit. Toen hij een opvallend gevormde steen uit de grond trok, herkende hij de vorm meteen. De kampbegeleiding regelde voor Tim het contact met het OERmuseum en nog diezelfde avond ging Tim met zijn vuistbijl naar het OERmuseum in Diever.
Volgens Wim van der Wijk gaat het om een topvondst die grote archeologische betekenis heeft voor Zuidwest-Drenthe. De vuistbijl is de meest bijzondere ontdekking in het gebied in decennia en bevestigt dat het Holtingerveld al in het midden-paleolithicum van de prehistorie werd bezocht. De vuistbijl van Tim draagt sporen van vorstwerking: op het oppervlak zijn schelpvormige breuken zichtbaar, zogenaamde potlids, die tijdens een koude fase van de laatste ijstijd zijn ontstaan.
Wetenschappelijk gezien kan de vondst twee dingen betekenen: het kan een losse vondst zijn, of aanwijzing voor een kampement van neanderthalers op die locatie. Als het laatste het geval is, zouden er in de omgeving meer vuurstenen werktuigen moeten liggen. Eerdere bewijzen voor neanderthalernederzettingen in de buurt bestaan onder meer uit een in 1970 gevonden spits bij Holtingerhoek en grotere vindplaatsen rond Peest. Het Holtingerveld is echter lastig systematisch te doorzoeken: het zand stuift continu in het gebied.
De exacte vindplaats wordt bewust door de archeologen geheimgehouden om graafactiviteiten door schatzoekers te voorkomen. De originele vuistbijl blijft eigendom van Tim, maar is in bruikleen gegeven aan het OERmuseum. In ruil ontvangt hij een replica voor zijn eigen verzameling.
