De term dageraadstenen wordt niet zo vaak gebruikt in de archeologie, maar is een informele term die soms wordt gebruikt om vroege vuurstenen te beschrijven die lijken op werktuigen, maar waarvan de oorsprong vaak onduidelijk is. De termen pseudoartefacten, geoartefacten en eoliet worden vaker gebruikt.
- Pseudoartefacten lijken op werktuigen door natuurlijke krachten (zoals vorstsplijting), maar missen de bewuste menselijke bewerking.
- Geoartefacten lijken op werktuigen door geologische processen (zoals erosie of slijtage), maar zijn ook niet door mensen bewerkt.
Eolieten
De term eoliet (letterlijk ‘dageraadstenen’) is wat minder gebruikelijk in de vakliteratuur, maar in sommige contexten wordt het gebruikt om objecten te beschrijven die door natuurlijke processen een “geschraapte” of “gespleten” uitstraling hebben. Eolieten kunnen ontstaan door bijvoorbeeld het breken van vuursteen door vorstsplijting de druk van gletsjers en door aardverschuiving en bodemdruk, wat de steen in een vorm brengt die lijkt op een door mensen gemaakte werktuig, maar waarvan het heel duidelijk is dat dit een natuurlijke oorzaak heeft. Eolieten worden vaak geassocieerd met gesteenten die door glaciale druk in een bepaalde richting gebroken zijn, wat voor oppervlakken kan zorgen die eruitzien alsof ze menselijke bewerking vertonen.

In 1905 was de Franse archeoloog Marcellin Boule de eerste die betoogde dat eolieten in feite voorbeelden van natuurlijke breuk zijn. Kort daarna volgde soortgelijke kritiek van Samuel Hazzledine Warren, die tot in de jaren 1910 doorging. Warrens studies zijn van bijzonder belang voor de geschiedenis van de studie van stenen artefacten – en de archeologie in het algemeen – omdat hij een van de eersten was die experimenten en de wetenschappelijke methode van hypothesetoetsing toepaste om een vraag over de prehistorie op te lossen. Hij verbond de resultaten van zijn experimenten ook met waarnemingen van natuurlijke breuk in het veld. Het ontwerp en de resultaten van die vroege experimenten verklaren de natuurlijke krachten die opzettelijke afbladdering van steen kunnen nabootsen, en dit wordt door archeologen geaccepteerd als de meest zuinige verklaring voor eolieten.
Het belang van het herkennen van deze verschijnselen
Het herkennen van pseudoartefacten, geoartefacten of eolieten is van groot belang voor archeologen, omdat een verkeerd geclassificeerd object kan leiden tot misinterpretaties van prehistorische culturen. Bij het bestuderen van vuursteen werktuigen moet er altijd zorgvuldig worden gekeken naar de slijtagepatronen en de manier waarop het object breuken vertoont. Dit helpt om onderscheid te maken tussen echte menselijke artefacten en natuurlijke vormen die toevallig op menselijke werken lijken.
Vorstsplijting (Frost Cracking)
Vorstsplijting is een geologisch proces waarbij stenen door herhaalde bevriezing en ontdooiing van water in spleten breken. Dit kan leiden tot scheuren en schilferingen die oppervlakkig lijken op de bewerking door mensen, maar in werkelijkheid zijn ze het gevolg van natuurkrachten. Eoliths vertonen soms zogenaamde “vorstsplijt-ringen” — concentrische breuken of ringen die lijken op de resultaten van opzettelijke afschilfering, maar die eigenlijk veroorzaakt zijn door de expansie van bevroren water binnenin de steen. Een fossiele rest zoals van schelpen of fossiele flora in het vuursteen kan de breuk beïnvloeden, doordat het een andere hardheid heeft dan het omliggende vuursteen, wat leidt tot concentrische breuken. Dit verklaart waarom sommige eoliths (vuurstenen) ronde ringstructuur vertonen. Hierdoor lijkt het op een doelbewuste bewerking. Archeologen moeten voorzichtig zijn met de interpretatie van dergelijke vondsten en rekening houden met geologische processen die mogelijk zulke “midden-ringen” vormen.

In tegenstelling tot menselijke bewerkingen, waarbij een slagbult of slagkant zichtbaar is, met slaggolven door gecontroleerde percussie, ontbreekt dit bij vorstsplijting en is soms een drukkant of rand zichtbaar zonder duidelijk slagkant negatief.
Kenmerken van vorstsplijting kunnen heel regelmatig zijn en vormen vaak ronde cirkelvormige patronen, vooral bij stenen die uit koudere klimaten of seizoenen gevonden zijn. Dit kan verwarrend zijn, omdat deze verschijnselen oppervlakkig lijken op menselijke bewerkingen die vaak ook cirkelvormige of concentrische patronen vertonen, zoals bij het verwijderen van schilfers om een werktuig te vormen.

Deze op het oog lijkende vuistbijl is in werkelijkheid geen vuistbijl, door mensen gemaakt. De pijltjes geven de fossiele resten aan met de cirkelvormige vorstsplijting ringen er omheen. De randen laten inkepingen zien die niet zijn geslagen maar door botsing en bodemdruk zijn ontstaan.
Onregelmatige Retouche
Retouche verwijst naar het proces waarbij scherpe randen of schilfers van een vuursteen worden verwijderd om gereedschappen te maken, zoals bijlen, messen of pijlpunten. Bij eoliths zien we echter vaak onregelmatige druk retouche: schilferverwijderingen die geen patroon vertonen en meer chaotisch of toevallig lijken. Dit kan ontstaan door natuurlijke krachten van druk en botsing, erosie of vorstsplijting.

Op beide foto’s is onregelmatige druk retouche zichtbaar aan de rand, dit is veroorzaakt door natuurlijke druk.
Bij menselijke bewerking is er meestal meer zorg voor symmetrie en doelgerichtheid, terwijl onregelmatige retouche vaak het resultaat is van een minder bekwame bewerking of natuurlijke factoren. Bijvoorbeeld, een stenen object met scherpe randen kan eruit zien als een bewerkt mes of werktuig, maar als er geen sporen van slijtage of andere bewuste bewerking zijn, kan het waarschijnlijk het resultaat zijn van een natuurlijke breuk en retouche.

Deze geretoucheerde vuurstenen eoliet is afkomstig van een oude grindlaag in Kent, Engeland. Men dacht ooit dat deze eolieten stenen werktuigen waren, maar nu weten we dat het natuurlijk gebroken stenen zijn.
Vuurstenen zijn bedekt met een zogenaamde cortex, die verwijderd moet worden om toegang te krijgen tot de bruikbare kern. Het verwijderen van deze cortex gebeurt niet willekeurig. Het vereist aanzienlijke fysieke inspanning en technische kennis. Veel vuursteenvondsten vertonen herhalende patronen, symmetrie en parallelle kenmerken – sterke aanwijzingen voor opzettelijk ontwerp. De afschilfering van de steen gebeurt met gecontroleerde kracht en met een duidelijk doel: het creëren van een scherpere rand of een specifiek figuur. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat natuurkrachten zulke regelmatige en doelgerichte patronen zouden produceren.
Het idee van “bewijs van cognitie” komt tot uiting wanneer we kijken naar de symmetrie in vuurstenen gereedschappen. Wanneer we bijvoorbeeld spreken over “bewijs van cognitie” in vuurstenen werktuigen, bedoelen we dat de vormen, patronen of technieken die in deze objecten zijn waargenomen, wijzen op opzettelijk, doordacht handelen.
Een eolith kan zowel natuurlijke breuken vertonen als tekenen van cognitieve vaardigheden. Dit is een van de redenen waarom het identificeren van eoliths vaak zo complex en controversieel is in de archeologie. De twijfel over het bewijs van cognitie en de oorsprong van bepaalde vuursteen objecten afhangt af van de ervaring van de onderzoeker en de context waar het artefact is gevonden. Het is belangrijk om niet alleen op intuïtie of de eerste indruk af te gaan van deze dageraadstenen, maar ook om open te staan voor herinterpretatie van objecten naarmate nieuwe technieken en inzichten beschikbaar komen. Zelfs als iets er in eerste instantie niet als een bewerkt werktuig uitziet, kan het uiteindelijk blijken dat het door mensen is gevormd, bijvoorbeeld als het wordt gevonden in een context die in de toekomst menselijke activiteit suggereert als een paleolithische-vindplaats.

Interessante uitleg. Echter hierdoor kun je ook authentieke artefacten onterecht afwijzen, de druk op de randen van de ‘ vuistbijl’ kan ook ontstaan zijn door druk met druksteen, of bi polair zijn afgeslagen door mens. Een authentiek artefact , ooit scherp, zou ook door bodemwerking aan randen zo zijn gevormd na duizenden jaren , en dan lijkt het geofact, of dageraad De ‘ steen’ op onderstaande foto zou met deze definities hierboven afgekeurd worden. En dan ga je de mist in, dan ga je nat..en ben je ‘m.i.’ bezig met onvolledigheid creëren in de steentijd. En ongemerkt kun je afzakken naar het wegzetten van artefacten naar etiket geofact of zelfs vervalsingen
https://scontent-ams2-1.xx.fbcdn.net/v/t39.30808-6/594356394_3244222312418675_829675975822507386_n.jpg?_nc_cat=103&ccb=1-7&_nc_sid=127cfc&_nc_ohc=1yu_nbkqlKsQ7kNvwGlNGDt&_nc_oc=AdmRzMyoYZgV_hGP-oV4qhWM4tjfqsLIaaSXCp3OQPObSzuFS4YADOA8j0usHgQMhDgBgwoJBNN0hMRAaHae2eiz&_nc_zt=23&_nc_ht=scontent-ams2-1.xx&_nc_gid=CIzp6phsUtIAiS_gOod7AA&oh=00_AfkNLozXrHmocfkVAb_eRqsuqoZMMOeI2e0iWzQwQ87YRA&oe=69398F3D
Het voorbeeld met de foto’s in het artikel gaat over een object dat door de natuur is gevormd, maar dat eruitziet als een werktuig. Het artikel bespreekt dit onderwerp verder. Onderaan het artikel staat ook dat een eolith zowel natuurlijke bewerking kan vertonen, als tekenen van bewerking door mensen, wat wijst op tekenen van cognitieve vaardigheden. Dat is meteen interessante aan deze discussie. Omdat er archeologen zijn die losse vondsten afwijzen als pseudo terwijl ze wel menselijke bewerking kunnen hebben. Onderin het artikel is dat kort genoemd maar blijkbaar niet duidelijk genoeg.
Bipolair laat een andere afslag negatief achter dan natuurlijke botsingdruk ontstaan in en/of op de bodem. Het verschil is dat het Bipolair een gestructureerde keuze is door de vuursteenbewerker met een herkenbare gestructureerd percussie slag resultaat. Wel vraag ik me af of de bipolaire slag genoeg bewijs is bij een eolieth. De natuur kan ons soms voor de gek houden.
Zo kun je het zien. Ik denk bijvoorbeeld aan schaven. Iemand naakt heel mooi retouche uit de vakboekjes. Hij of zij gaat dit gebruiken, bij schaven gaat het mooie eraf, er knappen dingen af, slijten af, op gegeven moment zijn de tandjes weg, het ziet er eolithisch uit, hij gooit het weg, er komen duizenden jaren overheen. Ik vind het knap dat iemand dan nog ziet dat het een geofact is. Ik houd andere mogelijkheid open..Het aparte is dat men het bewijshier nooit voor kan hebben, want dit duizenden jaren experiment is niet herhaalbaar. Of het ooit gebruikt is voor schaven is ook niet meer te zien met microscopen, zeker bij 10 duizenden jaren
Je zou voor de aardigheid eens 500 steentijdartefact archeologen moeten vragen bij die afbeelding met 9 eolieten, vul de enquête in, of kom ze op de hand bekijken en stel iedere archeoloog de vraag welke stukken zijn eoliet en welke niet…? Welke zijn artefacten? Ik ga er niet vanuit dat alle 500 hetzelfde antwoord geven..en dan valt deze wetenschap al door de mand..als het wetenschap zou zijn, dan zou iedereen van die 500 hetzelfde antwoord geven, dat mag je dan verwachten als het wetenschap is..is het dus niet, niet puur, maar men komt wel met stelligheden..en natuurlijk willen archeologen onderling de groepscohesie niet ver reken op de unie, in het groepje, men wil het leuk houden en misschien nog hypotheek op woning, je wilt de laan ook niet uit toch? Je blijft dan wel mak in de archeologische bubbel…steentjezoekers hebben dit gelukkig niet, die zijn vrij, puur..
Ik vind dit ook..wat ik vind ontbreken bij archeologen en in dit geval Noord Nederland, men schrijft een boek, men komt met het betoog dat de verschillen geofact, eoliet, versus artefact te zien is, maar de uitleg ontbreekt., men slaat ook de hele tussenliggende fases over..je maakt iets, maar zo komt het niet altijd in de bodem..bij gebruik wordt het al lelijk, geofactisch, dan komt het nog in de elementen water, aarde wind lucht te liggen, na duizenden jaren zeg ik: het blijft bij bepaalde stukken een slag in de lucht, dat mag, maar schrijf het als mogelijkheid er ook bij..het wordt stellig gebracht, maar de uitleg ontbreekt..een archeoloog kan wel iets vinden of zien, maar dat zijn zijn ogen, het is subjectief oordeel. Ik ben ook subjectief, maar ik erken dit ook.., maar archeologen willen gelijk hebben, ookal is dat m.i. niet terecht zeker in bepaalde gevallen.Hun oordeel is heilig, gaat zo’n oordeel op veto manier of met vingertjes opsteken? Of unanimiteit..Van de politiek weten we dat dat zo idioot gaat…maar van wetenschap verlang ik meer dan dat..
Maar nog iets anders ..bij APAN las ik iets over sculpturen. Dat lag moeilijk , men twijfelde eraan..? Twijfel is op zich goed om de geest op andere visies te zetten..
Welke traditie had de capaciteit om in vuursteen, in reliëf dierenkopjes te fabriceren , op dit artefact zie ik wel weer iets wat het zou kunnen zijn..zeg niet te meteen pareidolie gevalletje, want je kan dan veel missen..De combinatie artefact en afbeelding , of artefact in vorm sculptuur daar sla ik op aan..meer aandacht hiervoor mag er wel eens komen..
https://www.facebook.com/photo/?fbid=3245683215605918&set=a.142815692559368
Ik vind maar 1 boek interessant en dat is van Jaap Beuker, omdat het iets dieper op deze materie ingaat. Het is een goed boek, diplomatiek kan ik ook zeggen: het minst slechte boek van allemaal..dit is een goed startersboek. Maar denk ook ruimer in verloop van tijdEn ook na wat langer steentjes te hebben bekeken, zie ik daar nog wel een aantal stenen staan die als geofact worden gezien , zelfs een vervalsings stelligheid op steen, waarvan ik zeg: Nee, ik zie dat anders, dat zijn artefacten. Maar nogmaals : tot op heden heeft niemand Jaap Beuker overtroffen qua diepgang..vind ik,..maar ben het niet met alles eens. Ik zie/voel ( gutfeeling) in zijn geofact etiketten toch artefacten. En ook: een artefact kan ook deels geofact zijn en artefact tegelijkertijd, net als wij deels neanderthaler zijn als ook homo sapiens sapiens, dat laatste zien we ook niet meer en toch is het zo
https://encrypted-tbn1.gstatic.com/images?q=tbn:ANd9GcQTIyOMQuXH11-bHKkNAF6KFsIL27_RzMH1VkexCBnP2g04412t
Dit boek is mijn startersboek..maar zelf ervaren en denken en filosoferen is noodzakelijk..ruimer denken..want anders mis je veel uit de steentijd..