In een recente ontwikkeling rond de archeologische vondsten op de Uddelerhei is de amateurarcheoloog Lukas Koeliekamp achter de ontdekkingen een stap verder gegaan in de juridische strijd. Vorige week werd uitspraak gedaan in de zaak, waarin het verzamelen van vuurstenen en afslagjes aan de oppervlakte van een zandverstuiving werd beoordeeld als “opgraving”. De betrokken vinder, die benadrukt dat het ging om spontane oppervlaktevondsten en geen graafwerkzaamheden, gaat nu in hoger beroep. Volgens hem raken de huidige regels niet alleen hem persoonlijk, maar zouden ze ook de positie van alle particuliere vinders kunnen ondermijnen, doordat toevalsvondsten steeds sneller eigendom van de overheid zouden worden.
Hieronder het bericht van Lukas.
Beste Paleobroerders en Mesozusters,
Vorige week is er een uitspraak geweest in de Uddelerhei casus, zoals al gedeeld door Niels Stein. Ik was de hele week weg, dus nog niet in de gelegenheid om wat te schrijven. Ik heb daar een aantal werktuigen gevonden, kernen en veel kleine afslagjes. Eigenlijk niet anders als hoe ik wel eens wat vondsten doe op een zandverstuiving.
Er is inmiddels besloten om in hoger beroep te gaan. Niet alleen voor mijzelf, maar omdat dit iedereen kan raken die buiten iets vindt. Ik kan me niet vinden op de op aannames gebaseerde uitspraak.
Het ging hier om vuurstenen die zichtbaar aan de oppervlakte lagen in een gebied waar oa gezinnen liepen toen ik er was.
Geen opgraving, geen graafwerk, maar oppervlakte vondsten zoals wij die als zoekers vaker doen.
Toch wordt nu geoordeeld dat dit onder een “opgraving” valt. In werkelijkheid gaat het om een gebied waar twee jaar eerder afplagwerk is gedaan bij munitieruiming, zonder echte archeologische opgraving of vervolgonderzoek. Het hoofd van de archeologie te Apeldoorn heeft nota bene zelf een stuk geschreven over dat plagwerkzaamheden nooit als archeologische opgraving gezien kunnen worden jaren voor mijn vondst.
De vondst is daarnaast in 2018 niet in Archis vermeld, pas na mijn vondst.
Het begrip opgraving wordt hiermee wel erg ruim geïnterpreteerd en hiermee verdwijnt de rol van de vinder naar de achtergrond.
– Wat wordt gezien als ‘opgraving’ en na hoeveel tijd kan hier dan nog een beroep op gedaan worden? Linten en hekken etc is kraakhelder. Daar moeten we natuurlijk wegblijven.
– Er wordt aangenomen dat de vondst al eerder gedaan was, zonder concreet bewijs dat deze specifieke vondst ooit geregistreerd of onderzocht is. Er is enkel een afgescheurd handgeschreven briefje wat ik te Apeldoorn gezien heb tijdens een eerste kennismaking.
– De regels rond toevalsvondsten worden te strak uitgelegd, waardoor de positie van de vinder vrijwel verdwijnt
-Dat betekent potentieel in de praktijk dat eigendom steeds sneller bij de overheid komt te liggen, wat de PAN ook aangegeven heeft dat dit bij een toevalsvondst niet kan gebeuren.
Wat verder spijtig is:
Ik heb de tijd en ruimte als amateur om vanuit beheer van de vondst expositie ergens te bewerkstelligen en te zorgen dat het rapport een keer openbaar gemaakt kan worden. Hopelijk gaat de Provincie dat dan nu doen, maar die heeft al aangegeven niet geïnteresseerd te zijn in de vondst en heeft het met tegenzin aangenomen in haar depot.
Wat mij betreft mag dit dus opnieuw bekeken geworden en ik hoop dat er dan een uitspraak komt waar ik me bij neer kan leggen, welke kant dat ook op gaat.
Wordt vervolgd.

Enkele van de vondsten van Lukas Koelikamp uit de Laatpaleolithische Hamburgcultuur. Deze cultuur bestond ongeveer 15.500–13.000 jaar geleden
