Geen Concreet Bewijs voor Neanderthaler Kampementen in Noord-Nederland.

De ontdekking van Neanderthalerkampementen in Noord-Nederland blijft grotendeels gebaseerd op indirect bewijs.

Regelmatig verschijnen berichten over vondsten van dergelijke kampementen, maar de concrete bewijzen zijn vaak niet sluitend. In Noord-Nederland, zoals in Drenthe, worden voornamelijk werktuigen en stenen gevonden die lijken op artefacten uit de Mousterien-cultuur, geassocieerd met de Neanderthalers. Deze vondsten bevinden zich aan de oppervlaktelagen van akkers en dekzand, in tegenstelling tot goed bewaarde kampementen in diepere lagen, zoals die in Frankrijk.

Hoewel de datering van deze vondsten belangrijk is, kunnen absolute dateringstechnieken zoals radiokoolstofmethoden ons verder helpen. Maar dit organischmateriaal dat nodig is, zoals botresten worden nog steeds niet gevonden in noord-Nederland in de context van neanderthaler vondsten. In Noord-Nederland hebben we wel bewijs van menselijke activiteit, zoals de Holtingerzand-vuistbijl een vondst uit 2025, maar de context in het dekzand is niet genoeg. Waar zijn dan die gelaagde onderzoeken met goed bewaarde Neanderthalerkampementen en de honderden artefacten met resten zoals vuursteen afval, botresten als organisch materiaal en haard resten in bodemlagen van Drenthe ontdekt?

Dan lees ik in het dag blad van het noorden door journalist Job van Schaik in december 2025. ” Nieuw kampement neanderthalers ontdekt¨. Dat gaat over Holtingerzand met één vuistbijl en wat splinters van vuursteen. Dat is geen bewijs voor een kampement. Veel van de berichtgeving over ‘ontdekte kampementen’ wordt gedreven door sensatiezucht, waarbij de wetenschappelijke context vaak niet volledig wordt weergegeven of zoek is.

In Noord-Nederland zijn we vooral afhankelijk van indirect bewijs, zoals stenen werktuigen en vuursteenfragmenten die worden opgeraapt en soms opgegraven zonder diepgravend onderzoek. Dit maakt het moeilijker om het “echte” bewijs voor georganiseerde Neanderthaler kampementen te vinden, zoals in Zuid-Europa is gevonden. Het betekent niet dat Neanderthalers nooit in Nederland leefden, maar de geologische omstandigheden zijn hier anders om die sporen te ontdekken. De meeste vondsten zijn afkomstig van oppervlakkige lagen, wat het moeilijk maakt om te concluderen dat het daadwerkelijk om een onderliggende Neanderthalerkampement in de bodem gaat. Holtingerzand en Peest zijn hier mooie voorbeelden van.

Het is begrijpelijk dat er bij elke nieuwe vondst, zelfs die van relatief oppervlakkige artefacten, verwachtingen worden gewekt. Toch is het belangrijk om realistisch te blijven over wat daadwerkelijk kan worden bewezen. Dit geldt ook voor de omstreden vondsten van Vermaning, die naar verluidt vervalst zouden zijn, en die we dus gemakshalve maar buiten beschouwing laten.

Om nu meteen te concluderen dat we mogelijk een Neanderthaler kampement hebben gevonden in Drenthe met Peest en Holtingerzand, lijkt me iets te voorbarig. Het wetenschappelijke proces vraagt om geduld en grondig onderzoek, en het zou verstandig zijn om pas een definitieve conclusie te trekken wanneer er echt sluitend bewijs is.

3 gedachten over “Geen Concreet Bewijs voor Neanderthaler Kampementen in Noord-Nederland.

  1. Prima verhaal. Ook de definitie nieuw ontdekt kamp, is al apart, tientallen hebben daar zowiezo wel kamp ontdekt. Die tientallen zullen daar niet mee te koop lopen, ook omdat men niet te stellig wil zijn..Goed verhaal.
    Trouwens op die plek leerde ik weer iets van de groepen die daar door de jaren hebben gezeten. Het was me reeds opgevallen veel verder naar Westen.. Ik miste in het hele steentijdverhaal , naast het ontbreken van de mix der rassen in Noord Nederlandse archeologie boeken, maar ook daarbuiten, het artefacttype : de rasp.. dat vond ik merkwaardig..als ik in mijn gereedschapkistje kijk en ik wil wat met hout doen, dan zie ik boor, schaaf, mes, maar ik zie ook de rasp..Waarom zag ik die nergens…dit kwam omdat ik het nooit zag totdat ik die ene bewerking op bepaalde plaatsen op artefacten, die vaak ook zeer verwerpelijk als geofacten worden gezien, steeds vaker zag terugkomen..ik gaf het de naam boograsp, laat ik in het bovengenoemde veld zo’n boograsp hebben gevonden.. is dit al bekend en erkend? Waar staat dat in archeologische boek? Ik heb het epistel hier geplaatst en wie weet herkent men zelf iets op deze bogen.zeg nu niet: wat een fantasie, of ik heb steenboog zonder de artificieel aangebrachte uitsteekseltjes…! Dat laatste kan halffabrikaat zijn..en dat is zelfs ook te zien
    Neem het eens in overweging. Ook nu nog gebruikt men boograspen, en verhip daar zitten ook omhoogstaande uitsteeksektjes in
    https://www.academia.edu/145526974/Rasp_in_verschillende_soorten_zoals_boograsp

    Het zal wel bekend zijn op de universiteiten, maar ik lees het nergens..in boek van Marcel Niekus over mesolithicum las ik er niks over, masr misschien valt het buiten meso, maar het zal in alle periodes wel voorkomen, en dat mis ik wel wat in de boeken van Noord Nederland..

    3
    1. Moest even zoeken in mijn collectie want zo’n werktuig kwam mij bekend voor. Jaren geleden gevonden op een site waar ik (vuur)stenen aantref vanaf laat Paleo tot de Bronstijd. Ik vond het toen al een merkwaardig werktuig dat totaal afweek van de andere vondsten. Uiteraard heb ik het bewaard.
      Zie: afbeelding 1
      Zie: afbeelding 2

      3
  2. “De ontdekking van Neanderthalerkampementen in Noord-Nederland blijft grotendeels gebaseerd op indirect bewijs”.

    Vaak staan we daar niet bij stil. Maar zo is het natuurlijk wel. Tot nu toe is praktisch alles, wat er na het post Vermaning tijdperk gevonden is, gebaseerd op losse vondsten. Waar dan een heel verhaal van gemaakt wordt over kampementen en zo. Alsof die letterlijk voor het oprapen liggen.
    Wie wel eens een opgraving mee heeft gemaakt weet dat losse vondsten niets zeggen. Het wordt geschouwd als een toevalvondst. De Rijksdienst Cultureel Erfgoed zegt daarover:
    “Een archeologische toevalvondst is een archeologische vondst die niet tijdens een archeologisch onderzoek of opgraving wordt gedaan”.
    Dus kunnen we concluderen dat losse vondsten geen houvast bieden. Immers vergelijkingsmateriaal uit bijvoorbeeld een gesloten vondst ontbreekt tot nu toe in Noord Nederland.
    De determinatie van de gevonden stukken berust enerzijds op ervaring van het jarenlang zoeken en verzamelen, en anderzijds op wat elders gevonden is of wordt. Het is dus best wel lastig om er dan nog een uitspraak over te kunnen doen.
    Maar toch zijn sommige stenenzoekers zeker van hun zaak. Zo zeker zelfs dat ze anderen daarin de maat durven te nemen. Terwijl ze gek genoeg allemaal in dezelfde vijver vissen.
    Je kunt je afvragen hoe dat kan. Hoe kan het zijn dat stenen bij de ene groep wel goed zijn terwijl bij de andere veel wordt afgewezen en zelfs afgekeurd. Terwijl het allemaal stenenzoekers zijn met jarenlange ervaring, grote collecties en voldoende vlieguren. En die ook nog, zoals gezegd, in dezelfde vijver vissen. Geluk? Pech?
    Kan natuurlijk zo zijn dat die op de verkeerde plek zitten te vissen. Of dat ze niet of onvoldoende zoeken op- en naar de goede plekken. Beide acht ik uitgesloten, want zo groot is die vijver nu ook weer niet.
    Het heeft er wel toe geleid dat er een enorme verdeeldheid is ontstaan. Met de daaruit voortvloeiende verwijten over en weer. En dat is jammer. Want het werkt niet alleen belemmerend voor het steentijd-onderzoek, maar zorgt ook voor dat iedereen zich ingraaft. Inclusief de collecties, want die blijven daardoor gesloten.
    Waarom zou je iemand om zijn mening vragen als het antwoord al bekend is. Je kunt je ook afvragen of die mening van de andere wel zo belangrijk is. Nu lijkt het soms zo dat we daar niet zonder kunnen. Terwijl wij dezelfde ervaring, collecties en vlieguren hebben.
    Maar we kunnen ook gewoon de schouders ophalen en verder gaan met waar we mee bezig zijn en waren. Ego’s ego’s laten. Niet meer trekken aan een dood paard. Ieder zijn weegs. Maar wel met de deur op een kleine kier. Voor als het toch nog eens goed mocht komen in de toekomst. De archeologie heeft wel vaker voor verassingen gezorgd.

    Evert Ulrich

    4

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *