Toen ik het wetenschappelijke werk Valsheid in gesteente las, sloeg de twijfel bij mij toe, niet over mijn eigen vondsten op het veld, maar over de stelligheid en de aannames van de auteurs. In het boek wordt geconcludeerd dat de omstreden ‘zuidelijke’ en ‘exotische’ vuursteensoorten van de vindplaats Eemster geologisch onmogelijk op natuurlijke wijze in Drenthe kunnen liggen. Volgens de auteurs zou iemand in de twintigste eeuw tientallen tot honderden kilo’s aan exotische vuursteenknollen kunstmatig uit België en Zuid-Limburg naar Noord-Nederland hebben aangevoerd om er falsificaties van te maken. Op pagina 202 stellen ze bovendien dat grote, geschikte vuursteenknollen in Noord-Nederland nauwelijks voorkomen en dat men daarom wel uit moest wijken naar zuidelijke bronnen.
Een recente, onbevooroordeelde verzameling van het veld schetst echter een heel ander beeld van de werkelijkheid in de Drentse bodem.
Mijn zoon (21) zocht op de akker bij Eemster uitsluitend naar geschikte, visueel aantrekkelijke stenen voor zijn aquarium. Hij raapte zonder enige archeologische voorkennis of vooraf ingestelde selectie op wat hem ter plaatse opviel, waarna de doos met vondsten bij mij terechtkwam omdat ik er al snel enkele bewerkte exemplaren tussen opmerkte. Pas toen ik de verzamelde stenen zorgvuldig ging bekijken en vergeleek met de foto’s en beschrijvingen in het boek (p. 198–203), bleek dat deze willekeurige aquariumverzameling een opmerkelijke doorsnede bevatte van vrijwel alle in de publicatie ‘betwiste’ vuursteensoorten. Onder de vondsten bevond zich een bewerkt stuk dat exact overeenkomt met de afslag van pagina 199 (1967/II/15), inclusief de strakke chocoladebruine zonering en fossiele insluitsels die de auteurs toeschrijven aan de Voerstreek in België. Daarnaast lagen er grijs gespikkelde vuurstenen van het ‘Rijckholt’-type, mat beige-grijze afslagen identiek aan registratienummer 1966/II/17, én massieve, goudbruin verweerde keileemknollen van aanzienlijk formaat. Ook kleinschalig afslagafval (debitage) maakte deel uit van de verzameling. Dat al deze verschillende steensoorten tijdens één middag onbevangen bij elkaar zijn verzameld, toont aan dat het om een samenhangende bodeminhoud op de vindplaats gaat.


Afbeelding 1a en 1b: Veldvondsten van Eemster met opvallende chocoladebruine zonering en lichte binnenmatrix. Dit type vertoont exact dezelfde kenmerken als het materiaal dat op pagina 199 in ‘Valsheid in gesteente’ wordt toegeschreven aan de Voerstreek in België, maar is hier lokaal op de akker aangetroffen.
Geologische blinde vlekken en inhoudelijke tegenstrijdigheden
Dat de publicatie deze variëteit afdoet als een twintigste-eeuwse ‘kunstmatige aanvoer’, een stelling die voortbouwt op eerdere aannames dat de assemblage van Eemster uit ‘exotisch’ gesteente zou bestaan (zoals onder meer aangehaald rond het onderzoek van Roebroeks e.a., negeert twee basale geologische feiten. Ten eerste redeneren de auteurs uitsluitend vanuit de ijsbedekking: wat een zuidelijke herkomst kent, zou volgens hen niet door de natuur in Drenthe kunnen zijn beland. Ze gaan daarbij volledig voorbij aan pre-glaciaal riviertransport.
Vóór de komst van het Scandinavische landijs werd de ondergrond van Noord-Nederland gevormd door drie grote riviersystemen: de Oer-Rijn, de Oer-Maas én het inmiddels verdwenen grote oostelijke riviersysteem (het Eridanos-systeem). Dit machtige oostelijke rivierenstelsel ontstond in het Baltische gebied en voerde gedurende miljoenen jaren enorme hoeveelheden sedimenten, grind en vuursteen aan vanuit het oosten en noordoosten, terwijl de zuidelijke takken materiaal uit Centraal- en West-Europa meebrachten. Samen zetten deze rivieren een dikke, gevarieerde laag afzettingen neer in de Nederlandse ondergrond. Om meer te lezen over de herkomst en het natuurlijke transport van dit materiaal, zie de officiële toelichting over Zuidelijke zwerfstenen op Geologie van Nederland.
Toen het Scandinavische landijs later over Drenthe schoof, heeft het deze reeds aanwezige afzettingen opgeschraapt en vermengd met de noordelijke keileem.Daarnaast bevat het werk opmerkelijke innerlijke tegenstrijdigheden. Op pagina 198 tonen de auteurs een vuistbijl uit Fochtelo (reg. nr. 1967/III/5) waarvan zij claimen dat de aanwezigheid van kwartskorrels bewijst dat de vuursteenknol uit Midden-Nederland of verder zuidelijk afkomstig is. Vervolgens wordt er op pagina 199 een mat beige-grijs vuursteen (1966/II/17) afgeserveerd als ‘exotisch’ en onmogelijk voor Noord-Nederland. Slechts drie pagina’s verder (p. 202) tonen de auteurs echter een vuistbijl uit Peest (A100) als hét voorbeeld van een ‘authentieke vuistbijl van lokale noordelijke vuursteen’. Puur visueel zijn het gesteente van de ‘echte’ bijl uit Peest en het ‘exotische’ stuk van pagina 199 niet van elkaar te onderscheiden. Bovendien wordt het Fochtelo-type, gekenmerkt door een zachte, groenige tot olijfgrijze matrix met een karakteristieke wit-grijze verweringslaag/patina, door onze eigen veldvondsten op de akker bij Eemster exact bevestigd. Ook leunt het onderzoek zwaar op microscopische kwartskorrels als bewijs voor zuidelijke herkomst, terwijl de auteurs op pagina 200 zelf toegeven dat kwartsinsluitsels in zeldzame gevallen ook in noordelijke soorten voorkomen.










Afbeelding 2a en 2b: Detail van de mat beige-grijze vuursteen van Eemster met lichte verwering. Dit materiaal is visueel niet te onderscheiden van de afslag op pagina 199 (reg. nr. 1966/II/17) die in het boek als ‘exotisch/zuidelijk’ wordt bestempeld, maar is eveneens identiek aan de als ‘authentiek noordelijk’ gepresenteerde vuistbijl van Peest op pagina 202. Afbeelding 3: Grijze gespikkelde vuursteenknol van het ‘Rijckholt’-type, eveneens opgeraapt op de akker bij Eemster. In ‘Valsheid in gesteente’ wordt dit type toegeschreven aan Zuid-Limburg en als geologisch onmogelijk voor Drenthe beschouwd, terwijl het lokaal samen met ruwe keileemknollen op de akker ligt. Afbeelding 4a en 4b : Veldvondsten van de akker bij Eemster met een karakteristieke groenige tot olijfgrijze matrix en wit-grijze verweringskorst. Dit materiaal vertoont exact dezelfde steeneigenschappen als de vuistbijl uit Fochtelo (p. 198, reg. nr. 1967/III/5), wat aantoont dat dit specifieke vuursteentype gewoon lokaal in Drenthe aanwezig is. Afbeelding 5a,5b,5c,5d en 5e Massieve, ruwe vuursteenknollen en grote brokken met dikke cortex van de akker bij Eemster. Dit levert het directe bewijs dat grote, hoogwaardige vuursteenbronnen wel degelijk lokaal in de Drentse bodem aanwezig zijn, wat de stelling op pagina 202 weerlegt.
De praktijk van het veld
De conclusie dat al dit materiaal naar Eemster is gebracht om een vindplaats in scène te zetten, staat haaks op de praktijk van het veld. Wie een vindplaats wil vervalsen, legt voltooide werktuigen neer. Niemand haalt vele kilo’s aan waardeloze ruwe knollen, zware brokken en minuscuul afslagafval uit België of Limburg om dat over een Drentse akker uit te strooien. Bovendien zou een oppervlakkige ‘plant’ van vijftig jaar geleden door decennialang intensief diepploegen al lang verdwenen zijn. Dat deze steensoorten vandaag de dag nog steeds samen omhoog komen, bewijst dat het om een diepere bodemlaag gaat.
Onze veldvondsten op Eemster tonen aan dat de variëteit aan vuursteen gewoon in de Drentse bodem aanwezig is. Wanneer een wetenschappelijke publicatie pre-glaciaal riviertransport negeert, haar eigen materiaaldeterminaties tegenspreekt en de feiten op de akker negeert, worden de conclusies wankel. Een eerlijke herbeoordeling van de vindplaats Eemster vraagt om een multidisciplinaire aanpak waarin geologische realiteit en feitelijke veldvondsten centraal staan, in plaats van theoretische veronderstellingen van achter een bureau.


Afbeelding 6a en 6b: Overzicht van de verzamelde vondsten van de akker bij Eemster (site assemblage). De assemblage toont de complete mix van grote ruwe knollen, groenige en beige kernen, zonestukken, bewerkte stenen en kleinschalig afslagafval.
Geraadpleegde bronnen & Referenties:
Geologie van Nederland (Naturalis): Herkomst en transport van Zuidelijke zwerfstenen — geraadpleegd viaGeologie van Nederland
Literatuur: Valsheid in gesteente (specifiek pag. 198–203)
Roebroeks, W., Kars, H., Niekus, M.J.L.Th., & Rensink, E. (2004): Eemster revisited: evaluatie van een controversieel vondstcomplex. Nieuwe Drentse Volksalmanak, 122, pp. 106–113.
Artikel in het kort
Op pagina 202 stellen ze bovendien dat grote, geschikte vuursteenknollen in Noord-Nederland nauwelijks voorkomen en dat men daarom wel uit moest wijken naar zuidelijke bronnen. De praktijk van het veld De conclusie dat al dit materiaal naar Eemster is gebracht om een vindplaats in scène te zetten, staat haaks op de praktijk van het veld.

In het boek Valsheid in Gesteente werd geschreven dat in geval van vermeende vervalsing van de artefacten van Vermaning de vervakser is begonnen met zwerfstenen en niet een bijgewerkt bestaand artefact. Corrigeer me als ik het niet correct zeg, of onvolledig, zeg het gerust.
Ik zou dan zeggen bij onderzoek; er zijn Nederlands Kampioenschap vuistbijlmakers, of 2e plaats, 3e plaats, of de schrijvers/ onderzoekers van boek Vaksheid in gesteente
Ga eens een opzetje maken met opdracht; maken jullie eens de Leemdijkvuistbijl na ( dus de legitieme vorm van vervalsen in feite) dat het identiek is..qua glans, bewerking etc. Doe dit met de middelen, die de steentijdmens had. U krijgt 15 minuten , de tijd waarin het gemaakt wordt volgens literatuur.
Vervolgens gaan dezelfde makers, ook de nk ers naast de onderzoekers V in G, de Leemdijkvuistbijl namaken met datgene waarvan de schrijvers zeggen dat is gebruikt bij vervalsing en dan zien wat er dan voor identieke uitkomt. Dat mag 15 minuten duren.
En dan eens zien wat dat oplevert in beide gevallen, waar is het identiek en waar niet of deels niet, deels wel?
Toitoi!
De vuurstenen bij Peest die zijn vermoed ik van bryozoen Noordelijk vuursteen.
Ik vind de doos met artefacten van Michika daarom al interessant. Ik zie artefacten met bryozoen erin. Ik herken de stekers of boren er in. De bewerking kan ik zien zelfs op foto en opbouw is duidelijk en vorm. Het zijn stukken die ik herken uit zee. Ze hebben ook die licht bruinige advocaat chocolade gelige kleur met glans, lak, of zoals ik het noem droge stenen. En zonder lak maar toch diezelfde bruinig, geelachtige kleur, uit zee zijn ze vaak zwart, blauwgrijs, echter ook wel met deze bruinige kleur. Ik zie in kleur, windlak ook geen chronologie in tijd criterium, of gidshuidje van artefact of voor menssoort. Type van bewerking ook niet meer. Maakcriteria definitie is denk ik ook ontoereikend om iets als niet artefact te bestempelen, als de huidige beroepsarcheologen geen enkel artefact in deze doos zien, dan houd ik mijn hart vast bij onderzoek, zoekwijze in veld en determinatie. Dan is er wat behoorlijk mis, minimaal iets zeer onvolledig gaande ..dat kan nooit goed gaan..
I.p.v. je eerdere bericht te kopiëren, vertel nou eens aan de hand van citaten waarom de website dodelijk voor ons is. Daar ben ik zeer benieuwd naar. Maar, laat me raden, dat gaat niet komen. Jij en Ton jubelen over de bijdrage van Michika, ‘de doos met stenen zegt veel meer dan 300 pagina’s Valsheid’! Jullie beiden geven er blijk van dat jullie geen benul hebben van vuursteensoorten, kenmerken van noordelijk materiaal, bryozoen, kenmerken van cortex etc. Ook bewerkingskenmerken blijft een dingetje, voor Michika trouwens ook. Ondanks het overduidelijke gebrek aan kennis, toch hele grote woorden. Jullie zijn met z’n 3-en de personificatie van het Dunning-Krugereffect. Grappig, ware het niet zo triest. Kom maar weer eens terug wanneer jullie je goed hebben verdiept in het herkennen van artefacten (meer dan het ligt goed in de hand, dus het zal wel bewerkt zijn), de verschillen tussen vuursteensoorten en de geologische mogelijkheden en onmogelijkheden. En verdiep je dan ook even in het transport van vuursteen door Neanderthalers.
Ik zal jullie wel even een handje helpen. Op de pagina ‘zuidelijke zwerfstenen’ van de website Geologie van Nederland’ wordt het woord vuursteen enkele keren genoemd. In deze zin: “Rolstenen zijn afgerond door botsen en schuren langs de rivierbodem. Botskegels ontstaan bij zowel landijs- als riviertransport en zijn vooral te zien in homogeen samengestelde gesteenten zoals vuursteen en kwartsiet.” en in deze zinnen: “De zwerfstenen van de Maas bestaan vooral uit kristallijne en sedimentaire gesteenten uit de Ardennen, Noord-Frankrijk en de Vogezen en omvatten in tegenstelling tot de zwerfstenen van de Rijn veel kalkstenen en vuurstenen. Kenmerkende gesteenten zijn gerolde vuursteen, Burnot Conglomeraat, Révinienkwartsiet, Porfiroïde van Mairus, Vogezengraniet en Kolenkalksteen.” Ja en?
Als je je een beetje verder verdiept in de verschillende rivierafzettingen, dan kun je ook vinden dat de Formaties van Urk en Kreftenheye stroomafwaarts (=/- Noord-Nederland) vooral kleiner materiaal achter hebben gelaten. Je vindt deze afzettingen vooral in Midden-Nederland en verder zuidelijk. En in oudere afzettingen (bijv. van de Eridanos) kom je nu en dan kleine stukjes vuursteen tegen, maar dan van noordelijke herkomst!
Nou nou dodelijk hoor …. jullie zwetsen er behoorlijk op los, ik kan dit niet anders kwalificeren.
Verder denk ik ook wel eens als ik lees in volzin; er is geen zuidelijk vuursteen in Drenthe.
Ja hoor! De deskundigen zagen al die miljarden vuurstenen op de hand. Dat is geloof, dat zag geen enkele deskundige.
Hoe weet men dat Neanderthalers niet met grote brokken steen ( nuance 10cm-15cm, er kan veel in mand of zak op rug of middel) zeulden? Was men erbij? Hoe zeul je dan met kind van kilo’s? In deze fasen wordt een kind zeer frequent opgetild en gedragen.
1 jaar: Ongeveer 9 tot 10 kg. Dit is vaak de meest belastende fase, omdat het kind nog niet (goed) loopt maar wel zwaarder is.
2 jaar: Ongeveer 12 tot 13 kg.
Als het met kind kan dan ook met stenen.
Welke onderzoeken zijn dit? En wat is de doelstelling in zo’n onderzoek? Het bewijzen van datgene wat men vooraf al persoonlijk denkt of alle opties? Of is het slechts het verzamelen van bewijs om aan te tonen dat iets niet kan..of onvolledig bewijs..omdat dat andere nooit is gevonden?
Wie zegt dat wij ( ? ) dwepen met Harry Huisman? Slag in de lucht Wij zijn geen groep hoor! Ik denk vrij op basis van ervaringen
Ik heb wel eens een steen bij hem laten zien, ik hoorde over oorsprong en steensoort.
Ik denk: fijn ! Dat weet ik weer.
Ik heb toen diezelfde steen jaren later weer laten determineren door hem maar door een bekende van mij, ik zei; vraag jij eens aan hem wat voor steensoort het is. Kwam er hele andere steensoort uit.
En ook nog bij andere steen zei hij ; het is die steensoort, toen ben ik daarvoor al bij geologieweekend geweest en toen kreeg ik van andere determinator hele ander steensoort naam. Schiet niet op..
Bij Harry Huisman vind ik op hunebed café ook artikelen, waarbij hij in mijn ogen prima artefacten , het stempel geofact geeft. Alsof zo iemand daar half op klaarkomt. Bij een tafeltje vroeg ik eens; wat voor steensoort is dit. Ik kreeg als antwoord; dit is geen artefact hoor! Potverdorie vroeg ik u of het artefact is, ik vraag naar steensoort. Geologen hebben echt de neiging om alles terug te redeneren naar natuurlijke oorsprong. Dat zit ook wel wat in de hele wetenschap..
Hij weet veel, geen misverstand, maar niet alles..
Hoho, er lopen verschillende zaken door elkaar.
Ten eerste heb ik jaren geleden een mailwisseling met Huisman gehad over zuidelijk vuursteen in Noord-Nederland. Gesprekken die wij afgelopen jaren in het veld met kwartair-geologen hebben gevoerd staan daar los van. Zoals ik al schreef hebben we het toen gehad over voorkomens van vuursteen, met name in de Formatie van Peelo. Dat zit er niet in, en komt hier ook niet voor afgezien van wat kleine stukjes die van grotere diepte zijn opgezogen. Jullie dwepen altijd met Huisman, vandaar mijn opmerking of zijn mening dan niet genoeg is. Ik heb destijds in een discussie over de opmerkingen van Huisman nog een citaat opgenomen uit een van zijn mails.
Vuursteensoort is een van de argumenten die pleiten tegen de Vermaning-vondsten als zijnde authentiek. Zoals ik al schreef kennen we deze typen alleen maar van Vermaning-vindplaatsen, niet van al die andere vindplaatsen in Noord-Nederland. Ten tweede is er geen regionale bron te vinden waarin brokken van formaat voorkomen waarmee vuistbijlen e.d. gemaakt konden worden. En waarom zouden Neanderthalers ook, er was voldoende (noordelijke) vuursteen te vinden. En we weten uit allerlei onderzoeken dat Neanderthalers niet met grote brokken vuursteen op pad gingen. De voorbeelden die Michika laat zien zijn geen zuidelijke vuurstenen, ik ze nota bene meerdere stukken met bryozoen! En laten die nou kenmerkend zijn voor noordelijk vuursteen. Alle stukken in haar bijdrage passen zonder problemen binnen de variatie van noordelijk materiaal (met o.m. gletsjerbeschadigingen) uit keizand/keileem. Ik heb destijds ook rondgelopen op Eemster en daar hebben we toen ook een bak vuursteen verzameld, ook niets wat wijst op zuidelijk materiaal.
Grappig vind ik dan wel weer dat toen wij (Roebroeks et al.) met onze conclusie veel of grotendeels ‘zuidelijk vuursteen’ kwamen, de wereld te klein was. Het mooie is dat wij dezelfde conclusie trokken als Dijkstra en Musch in hun monografie over Eemster. Zij schreven veel artefacten toe aan zuidelijk vuursteen en noemden zelfs (als ik het mij goed herinner) een potentiële herkomst uit de Formatie van Urk.
En kom dan maar met een paar citaten van de website ‘Geologie van Nederland’. Ik heb niets ‘dodelijks’ kunnen vinden. Kom maar door!
Het is hier echt een slachtplaats. Met dit verschi:l de menssoort en het geslachte dier inclusief naam is i.t.t. tot Peest hier wel bewezen
Wat een vreemde redeneerwijze heb je toch Marcel Niekus. Je werpt mist op en biedt geen duidelijkheid. En je spreekt jezelf voor de zoveelste keer tegen. In je uit de hand gelopen schotschrift Valsheid in Gesteente schrijf je dat geoloog Huisman jullie in een persoonlijke mededeling heeft verteld dat zuidelijk vuursteen niet in Noord-Nederland voorkomt. Als ik je erop aanspreek of dit nou je geologische onderbouwing van je stellige bewering is reageer je met: “Maar in het geval van de persoonlijke mededeling is zijn woord niet genoeg? Nu hadden we opeens allerlei geologen moeten raadplegen? Overigens suggereert Hielke dat wij iets bewerken, terwijl ik de mail van Huisman op mijn computer heb staan.” En nu is het: “Nee, ik heb geen mail van de betreffende geologen (staat er ook niet) (…).” Dat je in complottheorieën over Vermaning handelt en ze zelf steeds verder uitbreidt om ze geloofwaardig te houden is al uiterst verwerpelijk. Maar dat je het vreemd vind dat je ‘opeens allerlei geologen’ had moeten raadplegen, maakt je betoog over zuidelijk vuursteen volstrekt ongeloofwaardig. En let wel de vuursteensoort is zo ongeveer het belangrijkste argument tegen Vermaning. Zelfs professor Roebroeks meent daarmee de discussie te kunnen sluiten. Tsja Niekus, je spreekt jezelf tegen en slaat op tilt als iemand je wijst op je voortdurend zwakke bewijsvoering. En dan moet ik me neerleggen bij jouw zogenaamde autoriteit met je studie archeologie in Groningen en een leven lang complot denken? Een archeoloog die in het voorbijgaan in Peest ook wel eens wat geologen spreekt? Kijk dan eens op de site Geologie in Nederland waarnaar Michika in haar artikel verwijst. Daar heb je weinig studievaardigheden voor nodig en het kan op elk moment van de dag. En de uitleg op die site over zuidelijk vuursteen en oostelijke aanvoer daarvan zijn dodelijk voor jou en je fotograaf De Vries en het is mede daarom dat ik jullie boek een schotschrift noem.
Laat Harry Huisman zijn boeken drukken bij Erfgoeduitgevers? Ja!
Mede eigenaar is Frans de Vries. Vertelt Ai me.
Ik vind dit ongezonde verstrengeling
De boeken van Marcel Niekus zitten vol met foto’s van Frans de Vries, er is afhankelijkheid, economisch verdien model. Je gaat niet zomaar iemand afvallen qua visie, die je boeken drukt of je boeken vult.. je wilt nog verder door 1 deur. Het verdienmodel moet wel blijven draaien. De sociale cohesie moet er toch wat blijven.
Het volgende boek, zou daar ook deze verstrengeling weer te zien zijn?
Nee, ik heb geen mail van de betreffende geologen (staat er ook niet), wij hebben geruime tijd geleden gediscussieerd over het voorkomen van allerlei typen vuursteen. Had overigens niets met Vermaning te maken, maar met de Formatie van Peelo zoals ik schreef. Ik heb mail(s) van Huisman, die heb ik al keer geciteerd. Wel beter lezen.
Je kunt mijn opmerkingen wel afdoen als niet overtuigend, maar ik zou je aanraden om de literatuur eens in te duiken. Dat dit jou niet overtuigt boeit mij in het geheel niet. Blijkbaar houd je liever vast aan je eigen onkunde dan moeite te doen om wat onderzoek te doen.
Het feit dat zuidelijk vuursteen alleen op Vermaning-sites voorkomt is geen vooringenomenheid, dat is een simpele constatering. Vuursteensoorten van Michika heb ik bekeken, er zit niets zuidelijks tussen.
Heeft niets met onderbuik te maken, is gewoon een waarneming. Als we het dan toch over onderbuik hebben, dan kun je beter naar jezelf wijzen. Nauwelijks kennis van archeologie, vuurstenen artefacten, vuursteentypes enz, maar wel ‘weten’ dat de Vermaning-stenen echt zijn en dat ‘wij’ de slechterikken zijn..
Dus Marcel Niekus, je hebt één mail van een geoloog ter ondersteuning van stellige beweringen over zuidelijk vuursteen in Noord-Nederland. Die mail deel je daarbij niet. Dan doe je er nog wat slag om de arm uitspraken bij over oostelijk kwarts en amper oostelijk vuursteen en denkt een goed verhaal te hebben? Dat overtuigt niet. En als je alles wat je niet past afdoet als Vermaning-vindplaatsen, dan illustreert dat mooi je vooringenomen blik. Vergelijk de vuursteensoorten van Michika wat serieuzer graag. Voor een archeoloog reageer je teveel vanuit de onderbuik.
En dan nog even dit. Huisman wordt door een aantal van jullie gezien als de kenner van noordelijke gesteenten bij uitstek. Maar in het geval van de persoonlijke mededeling is zijn woord niet genoeg? Nu hadden we opeens allerlei geologen moeten raadplegen? Overigens suggereert Hielke dat wij iets bewerken, terwijl ik de mail van Huisman op mijn computer heb staan. Beetje de suggestie wekken dat wij de boel belazeren …
Ik weet het, paarlen voor de zwijnen maar toch een poging.
De vuurstenen in de bijdrage van Michika zijn geen zuidelijke vuurstenen; dit zijn typisch noordelijke vuurstenen die we op keizandakkers in Drenthe veelvuldig tegenkomen. Niets zuidelijks.
Wat betreft voorkomen van zuidelijk vuursteen in Noord-Nederland, deze vraag hebben we destijds bij H. Huisman neergelegd (volgens mij zelfs meerdere keren) en hij wist te vertellen dat kleine fragmenten kunnen voorkomen in zandzuigerijen op grote diepte. Geen groot materiaal (en daar gat het om!). Het gaat dan onder meer om de Formatie van Urk die op grote diepte voorkomt, daar zitten kleine stukjes zuidelijk vuursteen in. Oostelijke grinden bevatten vrijwel geen vuursteen, maar vooral kwarts. Als er vuurstenen in voorkomen, zijn ze van noordelijke (!) herkomst. NB deze discussie heb ik ook al eens gevoerd met geologen die betrokken zijn bij ons onderzoek in Peest, dat ging o.a. over de Formatie van Peelo.
Overigens hebben we zuidelijke vuurstenen van Vermaning ook laten onderzoek op mineraalinhoud en dat blijkt prima aan te sluiten bij de groep zuidelijke vuurstenen.
Ergo, zuidelijk vuursteen komt in kleine stukjes voor, niet in grotere brokken die nodig zijn om vuistbijlen e.d. te maken. Ten tweede, de afzettingen die als ‘bron’ van zuidelijk vuursteen zouden moeten fungeren liggen op dieptes van 10-30 meter. Onbereikbaar, waarschijnlijk zelfs tijdens het Midden-Paleolithicum. Ten derde, oostelijk grind bevat vuursteen van noordelijke herkomst.
Dodelijk? Nou nee, in tegendeel. Juist weer een bevestiging. En neem dan ook in ogenschouw dat geen enkel MP-artefact van het Drents-Fries Plateau (nu ruim 100 vindplaatsen, met in totaal rond de 1000 artefacten) ook maar enig stuk zuidelijk vuursteen laat zien. Die komen (gek he) alleen maar voor op Vermaning-vindplaatsen …
Een eye-opener dit artikel. De link naar de educatieve site van Geologie van Nederland van Naturalis, TNO en de VU over zuidelijke zwerfstenen vind ik daarbij het aanklikken waard. Wat lees ik daar wel niet allemaal over wat voor geologen blijkbaar gesneden koek is, over hoe bijzondere stenen in Noord Nederland terecht komen. Mijn rolkei bijvoorbeeld, gevonden bij Hoogersmilde (zie op deze site het artikel Mijn mooiste steentijdvondst is een bewerkte rolkei, 23 februari 2026) aangevoerd door een riviersysteem uit het oosten vermoed ik nu. De zogenaamde formaties van Peize en Appelscha hebben van doen met afzetting van niet de eerste de beste rivierstromen uit het oosten, we hebben het niet over beekjes. Geen zuidelijk vuursteen, maar oostelijk vuursteen gaat het dus om! Bij Eemster, Hoogersmilde en verder. Dat zet een belangrijk argument tegen Vermaning in het boek van Niekus en De Vries buitenspel. Dodelijk dit. Mijn geologische kennis is niet zo groot, maar hoe groot is de kennis van dit tweetal. En dan halen zij in hun boek Valsheid in Gesteente op pagina 201 geoloog Huisman aan en beweren dat hij hen in een ‘persoonlijke mededeling’ zou hebben verteld dat hij vindplaatsen van zuidelijk vuursteen in Noord-Nederland niet kent. Tsja dan is een wetenschappelijke onderbouwing niet meer nodig. Is er gewoon niet zelfs. Wat waarnemingen en vermoedens over zuidelijk vuursteen breeduit meten, maar geen serieuze consultatie van geologen. Vandaar Michika, chapeau.
Ik geniet hier van. Ja in boeken staat vaak dat dat zuidelijke spul van nature hier niet kan komen. Dat is een conclusie die mij ook erg opviel.
Ik deel wel de conclusie dat zulke stukken hier cultureel zijn gekomen, ik heb daarbij niet een criminele gedachte in het hoofd.
Wat voor transportmiddelen had de steentijdmens? Of hulpmiddelen. Stel je bent een homo sapiens of neanderthaler of mix der rassen en je hebt iets van een draagmand op rug, of leren zak om middel en daar stop je mooie vuursteenknollen in uit zuiden. Op vakantie naar Frankrijk neem je in caravan ook je zakken aardappels mee, of producten die daar niet goed zijn te krijgen. Had de steentijdmens ook rendieren waar een slee achteraan werd getrokken. ( ik zie dan wel eens van die Westerns met gewonde indianen op stuk hout achter een paard , of een Clint Eastwood met op die slede een verrukkelijke jonge dame of gereedschap of buskruit) zou het niet zo kunnen zijn dat de steentijdmens transportdierenn had of honden met slede ( eskimos) Stel een steentijdmens deed dit met steengrondstof vuursteen van goede kwaliteit..je kunt zeggen, ja dat verklaart niet de hoeveelheid, het is te zwaar te veel..echter we praten over 130000 jaar , er waren jaarlijks 70000 neanderthalers in Europa , die kunnen heel wat van dat exotisch materiaal vanuit Zuiden hiernaartoe hebben gebracht ( 12 mensen, 100 stenen, 130000 jaren, 50 groepen per jaar, dat zijn wat stenen! Doe het sommetje eens op je zak japanner) ..met meerdere sledes enkele reisjes per groep..ze kieperen het neer op 1 plek, vanaf die plek start hun kamp..kortom die culturele oorzaak van exotisch vuursteen snap ik, maar dan gewoon legaal door diezelfde steentijdmens zelf..
Ik zou nog meer schrijven, ik krijg melding url mag niet, echter ik heb geen enkele url in mijn reactie
Meer dan 300 pagina’s om Vermaning en Ad Wouters als vervalsers weg te zetten vanwege het gebruik van zuidelijke vuursteen. Een afbeelding van een doos vol vuurstenen, overtuigt mij nog meer van wat ik al langer vermoedde.
De ijskappen hebben oude rivierafzettingen vermengd, waardoor noordelijke en zuidelijke vuursteen door elkaar zijn geraakt. Veel amateurarcheologen zijn het daar al geruime tijd over eens.
Dit artikel maakt dat voor mij opnieuw duidelijk en versterkt mijn eerdere vermoedens.