Onderzoek & wetenschap - Uitgelicht

Archeologie: achter het avontuur schuilt een andere werkelijkheid


Archeologische verenigingen, musea en erfgoedorganisaties doen veel moeite om jongeren enthousiast te maken voor archeologie. Met spannende opgravingen, bijzondere vondsten en verhalen over het verleden wordt het vak gepresenteerd als een wereld vol avontuur. Maar hoe realistisch is dat beeld? Onderzoeken naar de arbeidsmarkt en onthullingen over een toxische werkcultuur laten een minder rooskleurige kant van de archeologie zien.

Deze problemen hangen mogelijk deels samen met de invoering van het Verdrag van Malta (1992) en de manier waarop Nederland dit heeft uitgevoerd. Het verdrag moest archeologisch erfgoed beter beschermen, maar de Nederlandse uitwerking ervan leidde ook tot een toenemende commercialisering van de archeologie. Archeologische bedrijven moeten sindsdien concurreren om opdrachten, waarbij lage kosten en strakke deadlines een belangrijke rol spelen. Deze marktwerking kan bijdragen aan hoge werkdruk, baanonzekerheid en verslechterende arbeidsomstandigheden. Vooral jonge archeologen, die vaak vanuit hun passie voor het verleden het vak instromen, kunnen hierdoor in een kwetsbare positie terechtkomen. Hoewel deze problemen niet uitsluitend aan het Verdrag van Malta kunnen worden toegeschreven, roept de ontwikkeling wel vragen op over de toekomst van het vak. Want wat betekent het om jongeren enthousiast te maken voor een beroep waarin passie en arbeidsomstandigheden soms op gespannen voet met elkaar staan?

Slechte kansen op de arbeidsmarkt

Voor jongeren die besluiten archeologie te gaan studeren, blijkt de werkelijkheid soms heel anders dan verwacht. Uit onderzoek van het UWV uit 2018 bleek dat archeologie tot de universitaire opleidingen met de slechtste arbeidsmarktperspectieven behoorde. Een vervolgonderzoek uit 2020 bevestigde dit beeld. Tien jaar na afstuderen stond archeologie onderaan de ranglijst van 67 onderzochte masteropleidingen.

Ook het Leidse universiteitsblad Mare besteedde in 2019 aandacht aan de beperkte carrièrekansen. Een afgestudeerde archeologiestudente beschreef hoe moeilijk het voor haar en voormalige studiegenoten was om binnen de archeologie duurzaam werk te vinden. Hoewel deze cijfers inmiddels gedateerd zijn, roepen ze vragen op over de voorlichting aan toekomstige studenten.

Onthullingen over een toxische werkcultuur

Maar er speelt meer dan alleen de arbeidsmarkt.

In 2024 berichtten NRC en het Leidse universiteitsblad Mare over ernstige misstanden binnen de Faculteit Archeologie van de Universiteit Leiden. Een onafhankelijk onderzoeksrapport beschreef jarenlang machtsmisbruik, intimidatie, grensoverschrijdend gedrag en schendingen van de wetenschappelijke integriteit rond twee prominente archeologen. De betrokkenen betwistten de beschuldigingen.

In juni 2024 publiceerde Mare bovendien een opinieartikel waarin een anonieme archeoloog stelde dat seksisme en machtsmisbruik structurele problemen binnen delen van het vakgebied zouden zijn. Ook cijfers uit de Leidse Personeelsmonitor 2022 gaven aanleiding tot zorgen. Van de medewerkers van de Faculteit Archeologie had 20 procent ongewenst gedrag ervaren, tegenover 14 procent universiteitsbreed. Daarnaast had 36 procent ongewenst gedrag tegenover collega’s waargenomen, tegenover 19 procent universiteitsbreed.

Deze cijfers hebben betrekking op de Universiteit Leiden en zijn niet zonder meer representatief voor de gehele archeologische sector.

Ook zorgen over commerciële archeologie

De problemen beperken zich niet tot universiteiten. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed signaleerde eveneens zorgen over arbeidsomstandigheden en werkplezier binnen de commerciële archeologie.

Archeologie: wie kritiek levert, riskeert zijn carrière?

De nieuwe generatie archeologen bevindt zich in een kwetsbare positie. De arbeidsmarkt is klein, vaste banen zijn niet vanzelfsprekend en jonge archeologen verdienen relatief weinig. Wie carrière wil maken, is vaak afhankelijk van tijdelijke aanstellingen, projectleiders en een beperkt netwerk van werkgevers en invloedrijke vakgenoten.

Die afhankelijkheid kan een prijs hebben: kritiek leveren op collega’s of leidinggevenden kan gevolgen hebben voor toekomstige kansen op werk.

Hoe groot die angst kan zijn, blijkt uit een opmerkelijke publicatie van het Leidse universiteitsblad Mare. De auteur beschreef een cultuur waarin machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag volgens diens ervaringen onvoldoende worden aangepakt.

Het artikel eindigde met een veelzeggende mededeling: de auteur wilde uit angst voor represailles anoniem blijven. De identiteit was wel bekend bij de redactie.

Ook in een ander onderzoek van Mare, gepubliceerd op 20 juni 2024, vertelden vrouwelijke archeologen waarom het moeilijk is om misstanden aan te kaarten. De archeologische wereld is klein, persoonlijke netwerken zijn belangrijk en wie klaagt, loopt volgens geïnterviewden het risico buitengesloten te worden.

Het onafhankelijke onderzoek naar de misstanden rond twee prominente Leidse archeologen bevestigde dat angst voor vergelding een belangrijke reden was waarom betrokkenen jarenlang zwegen.

Ook onderzoek van de Ketentafel Archeologie uit 2022 wees op de kwetsbare positie van jonge archeologen, onder meer vanwege hun relatief lage beloning en beperkte doorgroeimogelijkheden.

Deze bevindingen bewijzen niet dat iedere kritische archeoloog zijn baan of carrière verliest. Ze laten wel zien waarom jonge onderzoekers en medewerkers kunnen aarzelen om zich uit te spreken.

Dat roept een ongemakkelijke vraag op: hoe gezond is een wetenschappelijke beroepscultuur wanneer mensen die misstanden willen aankaarten, vrezen voor hun eigen toekomst?

Wie durft de gevestigde archeologie nog tegen te spreken?

In de wetenschap hoort kritiek vanzelfsprekend te zijn. Onderzoekers moeten elkaars conclusies kunnen betwisten, ongeacht hun positie of reputatie. Maar hoe vrij is die kritiek binnen de Nederlandse archeologie?

Het gaat om iets fundamentelers: durven archeologen invloedrijke vakgenoten en gevestigde opvattingen openlijk tegen te spreken?

Een kleine beroepswereld met grote afhankelijkheden

Voor jonge archeologen is de arbeidsmarkt daarom niet altijd gemakkelijk. Tijdelijke aanstellingen, beperkte doorgroeimogelijkheden en afhankelijkheid van projectleiders, werkgevers en wetenschappelijke netwerken kunnen hun positie kwetsbaar maken. Wie carrière wil maken, heeft vaak aanbevelingen, contacten en toekomstige opdrachten nodig. Openlijke kritiek op invloedrijke collega’s kan daardoor als een persoonlijk risico worden ervaren. Dat deze angst niet denkbeeldig is, bleek uit een opmerkelijk artikel in het Leidse universiteitsblad Mare van 6 juni 2024, waarin een archeoloog schreef over machtsmisbruik binnen het vakgebied.

Het artikel eindigde met de mededeling dat de archeoloog en auteur uit angst voor represailles anoniem wilde blijven.

Ook andere publicaties van Mare brachten problematische machtsverhoudingen, afhankelijkheid en sociale onveiligheid binnen de archeologie aan het licht. Hier ging het om de Leidse universiteit maar hoe zit dat bij vergelijkbare opleidingen?

Tegen deze achtergrond verdient de ontvangst van Valsheid in gesteente ook aandacht. Het boek kreeg aanzienlijke publiciteit, maar de vraag is in hoeverre de conclusies ervan binnen de beroepsgroep werkelijk onafhankelijk en kritisch zijn besproken. Er verscheen wel degelijk inhoudelijke kritiek door twee archeologen maar slechts op twee onderdelen van het onderzoek. Op sociale media lijkt de discussie vooral te bestaan uit het bevestigen van standpunten van gevestigde archeologen, terwijl afwijkende opvattingen minder nadrukkelijk naar voren komen.

Wetenschappelijke vrijheid of beroepsmatige voorzichtigheid?

De kwestie raakt aan een fundamenteel probleem. Wanneer jonge wetenschappers het gevoel hebben dat openlijke kritiek hun loopbaan kan schaden, ontstaat het risico dat bestaande opvattingen onvoldoende worden uitgedaagd. De onthullingen van Mare maken duidelijk dat machtsverhoudingen en angst voor represailles binnen delen van de archeologische wereld serieuze aandacht verdienen.

De vraag is of de Nederlandse archeologie een beroepscultuur kent waarin jonge onderzoekers zonder angst voor hun carrière de conclusies van gevestigde wetenschappers kunnen bekritiseren? Als kritische geluiden van amateurarcheologen op deze website al niet altijd in dank worden afgenomen, hoe is het dan gesteld met de ruimte voor kritiek achter de schermen van de professionele archeologie?

Zelfs amateurarcheologen krijgen te maken met scherpe persoonlijke kritiek wanneer zij gevestigde opvattingen ter discussie stellen. Een voorbeeld is de Facebookdiscussie uit 2020 tussen een beroepsarcheoloog en APAN, waarin niet alleen wetenschappelijke argumenten, maar ook persoonlijke verwijten een rol speelden. Op pagina 5 tot en met 10 van onderstaande publicatie wordt deze woordenwisseling besproken.

Als zelfs amateurarcheologen zulke reacties krijgen, hoe vrij voelen jonge beroepsarcheologen zich dan nog om gevestigde deskundigen tegen te spreken wanneer hun carrière daarvan afhankelijk kan zijn?

Bron: APAN – De APAN tot en met 2020, pagina 5–10.

In een sector waarin marktwerking, concurrentie en commerciële belangen een steeds grotere rol spelen, kunnen immers ook andere belangen meewegen dan uitsluitend wetenschappelijke waarheidsvinding. Jonge archeologen zijn voor hun werk, inkomen en toekomstige carrière vaak afhankelijk van werkgevers, opdrachtgevers en de gevestigde professionals. Durven zij onder die omstandigheden afwijkende interpretaties naar voren te brengen of bestaande conclusies openlijk ter discussie te stellen?

En wat gebeurt er wanneer hun bevindingen botsen met de belangen van een opdrachtgever of de opvattingen van invloedrijke vakgenoten? Zonder voldoende transparantie en ruimte voor onafhankelijke kritiek blijft het moeilijk vast te stellen hoe vrij het wetenschappelijke debat binnen de professionele archeologie werkelijk is.


Bronnen

  1. UWV (2020) – Arbeidsmarktpositie van academici vergeleken.
  2. Mare (7 maart 2019) – Het toekomstperspectief van jonge archeologen.
  3. Mare (13 mei 2024) – Vernietigend rapport over archeologenkoppel.
  4. Mare (6 juni 2024) – Het wangedrag bij archeologie is structureel.
  5. Mare (13 juni 2024) – Cultuuromslag bij archeologie: ‘We zijn er nog lang niet’.
  6. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed – Evaluatie Erfgoedwet, onderdeel archeologie.
  7. Mare, 6 en 20 juni 2024; Mare, 13 mei 2024; Ketentafel Archeologie/FairPACCT, 10 maart 2023.
  8. https://www.apanarcheo.nl/APANtm2020b.pdf

Artikel in het kort

28 oktober 2026

Archeologische bedrijven moeten sindsdien concurreren om opdrachten, waarbij lage kosten en strakke deadlines een belangrijke rol spelen. Durven zij onder die omstandigheden afwijkende interpretaties naar voren te brengen of bestaande conclusies openlijk ter discussie te stellen?

Gerelateerde artikelen

Deze samenvatting is automatisch samengesteld uit relevante passages van het oorspronkelijke artikel.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *