Toen ik me jaren geleden, ik was net begonnen met het schrijven van het boek 400.000 GENERATIES over de evolutie van de mens, voor het eerst serieus verdiepte in archeologie had ik het niet makkelijk. Ik wilde meer weten over de stenen werktuigen die onze voorouders in het diepe verleden hadden gemaakt en struikelde over de namen. Clactonien, Acheuléen, Micoquien, Tayacien, Mousterien, Châtelperronien, Uluzzian, Emiran, Aurignacien, u bent die namen ongetwijfeld wel eens tegengekomen. Moeilijk uit te spreken, daar begon het al mee. Maar wat betekende het nu eigenlijk? Ik bleef erover struikelen, want de namen helpen niet echt. Die staan voor de mate van complexiteit van de werktuigen en de stadia zijn genoemd naar de plaatsen waar de artefacten toevallig voor de eerste keer gevonden zijn. Die lagen voornamelijk in Frankrijk en andere delen van Europa. Zo is de Franse plaats Le Moustier de naamgever geworden voor de Mousterien-stijl van de vuistbijlen en schrapers die daar zijn gevonden. Dit is misschien wel leuk, maar de naam onthult verder niets. Dat maakt onthouden lastig. Daar komt nog bij dat de naam gepaard vaak gaat met de toevoeging “industrie”. Dat suggereert fabrieken met rokende schoorstenen. Ik was en bleef het spoor bijster.
De zon ging schijnen toen ik een artikel tegenkwam van de bekende paleoantropoloog Robert Foley. Het heet Mode 3 Technologies and the Evolution of Modern Humans, en verscheen in het Cambridge Archeological Journal in 1997. Daarin gebruikt hij een typeaanduiding die eerder was geïntroduceerd door D. L. Clark. Hoe hoger het typenummer, hoe hoger de graad van complexiteit en hoe lager de ouderdom van de techniek. Op basis van die indeling was Foley in staat de historische verspreiding van de complexiteit over de wereld in kaart te brengen. Dat was, in ieder geval voor mij, buitengewoon verhelderend. Klik op https://doi.org/10.1017/S0959774300001451 en je kunt het artikel zelf lezen.
Dit inspireerde mij om op dezelfde manier te kijken naar het hulpmiddelengebruik dat veel dieren kennen. Zoals chimpansees die met stenen op een aambeeld harde noten kraken. Over het technisch kunnen van dieren is veel literatuur te vinden, maar nergens trof ik een typeaanduiding die uitdrukking gaf aan de mate van complexiteit. Dat miste ik nogal, want ik had dat nodig om de relatieve complexiteit van menselijke hulpmiddelen te kunnen duiden. Bij gebrek aan zo’n typologie heb ik die zelf maar gemaakt. In combinatie met de aanduiding van Clark bleek het tot mijn grote verrassing mogelijk om een heel nieuw en helder beeld te krijgen over onze technische geschiedenis.
In het boek 400.000 GENERATIES kun je daar alles over lezen. Het staat bovendien bol van allerlei andere nieuwe inzichten over de evolutie van de mens. Zo veel zelfs dat ik het heb aangedurfd te stellen dat dit het eerste boek is dat onze evolutie volledig en sluitend verklaart. Dat is nogal een stelling, dat besef ik, maar ik sta er na heel veel denken nog altijd vierkant achter. Maar dat moet je natuurlijk niet zomaar van me aannemen. Lees het daarom zelf en ga het na. Als je denkt dat het niet klopt dan kun je me mailen, want voor in het boek staat mijn website vermeld en daar kun je contact met me opnemen. Doen! Ook als het wel klopt natuurlijk.
Dat boek heb ik pas geleden aangeschaft en wilde het tijdens de zomervakantie gaan lezen. Na het lezen van dit artikel ga ik er eerder aan beginnen.