Van notenkrakers tot steenhouwers: apen herschrijven het verhaal van menselijke technologie
Lange tijd gold het maken van stenen werktuigen als hét kenmerk dat de mens onderscheidde van alle andere soorten. Maar onderzoek onder bonobo’s en chimpansees in Afrika laat zien dat dat verhaal minder exclusief is dan gedacht. Onze naaste verwanten blijken niet alleen stenen te gebruiken, en dat op manieren die doen denken aan vroege menselijke technologie.
Bonobo’s die zelf stenen bewerken
In een studie gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences onderzochten wetenschappers het gedrag van twee bonobo’s, Kanzi en Pan-Banisha. Zij kregen voedsel verstopt in verlijmde boomstammen en onder een dikke laag zand en stenen.
Wat volgde was geen willekeurig gesla met keien, maar een stapsgewijze aanpak. De dieren probeerden eerst grove methoden met slaan, gooien, wrikken met stokken, en schakelden vervolgens over op zelfgemaakte stenen werktuigen. Met gerichte slagen produceerden ze scherpe schilfers en dikkere stukken vuursteen. Die gebruikten ze als boor, schraper, wig of bijl.
De slijtagepatronen op het hout bleken sterk te lijken op sporen die archeologen kennen van vroege mensachtigen uit het geslacht Homo, zo’n 2,5 miljoen jaar geleden.
Bonobo’s behoren, net als chimpansees, tot het geslacht Pan, de evolutionaire zusterlijn van de mens. Dat zij zelfstandig stenen kunnen bewerken en doelgericht inzetten, suggereert dat de cognitieve basis voor technologie ouder kan zijn dan de oudste menselijke vondsten.

Wilde chimpansees met een eigen ‘materiële cultuur’
Tegelijkertijd laat veldwerk in West-Afrika zien dat ook wilde chimpansees een blijvend technologisch spoor nalaten. Onderzoekers van het Max Planck Institute for Evolutionary Anthropology documenteerden in 2022 het gebruik van stenen hamers en aambeelden in het Taï-woud in Ivoorkust.
Met behulp van 3D-scans vergeleken ze deze werktuigen met die van chimpansees in Guinee. De verschillen waren opvallend: variaties in steensoort, grootte en slijtagepatronen wezen op groepsspecifieke voorkeuren. Sommige populaties gebruiken enorme stenen aambeelden van meer dan een meter lang; andere kiezen kleinere of andere materialen.
Volgens onderzoeksleider Tomos Proffitt vormen deze stenen een duurzaam archeologisch archief. In sommige regio’s gaat dat spoor duizenden jaren terug.
Wat betekent dit voor de menselijke evolutie?
Samen vertellen deze onderzoeken een intrigerend verhaal. Enerzijds tonen bonobo’s aan dat het actief vervaardigen van stenen werktuigen geen exclusief menselijke eigenschap is. Anderzijds laten wilde chimpansees zien dat zelfs relatief eenvoudige technologie, zoals noten kraken, regionale tradities en blijvende materiële sporen kan voortbrengen.
Wetenschappers vermoeden dat zulke eenvoudige technieken mogelijk een opstap vormden naar complexere steenbewerking in de vroege menselijke evolutie, meer dan drie miljoen jaar geleden.
De grens tussen mens en aap blijkt daarmee minder scherp dan ooit gedacht. Technologie is misschien geen plotselinge menselijke uitvinding, maar een gedeelde erfenis,diep geworteld in een gemeenschappelijke voorouder die al experimenteerde met steen.
Bron: Roffman, I., Roffman, Sue Savage-Rumbaugh, Elizabeth Rubert-Pugh, +1 , and Eviatar Nevo nevo@research.haifa.ac.ilAuthors Info & Affiliations. Contributed by Eviatar Nevo, July 30, 2012 (sent for review May 25, 2012) August 21, 2012. 109 (36) 14500-14503 https://doi.org/10.1073/pnas.1212855109
Bron: Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie, Leipzig
