Waarvoor zouden onze verre voorouders deze chopping tool hebben gebruikt? Is het om botten mee te versplinteren voor het voedzame merg? Is het om elkaar de ogen mee uit te steken? Of is het om de archeologen van nu tot enige bescheidenheid te dwingen? We weten nog maar zo weinig over hun tijd. Dit werktuig komt van Eemster en stelt ons voor een blije verrassing op een zomerse lentedag in een voor het overige grijze tijd. Een column.
Het is begin mei, mooi weer en een braakliggende akker voor onze voeten. Ik heb er afgesproken met Michika Takahashi en haar zoon om hier bij Eemster te zoeken, dichtbij de befaamde akker waar Vermaning één van zijn voornaamste vindplaatsen had. Dat die akker net zo verguisd is als Tjerk zelf, dat laat ik hier dan even fijntjes weten aan alle ingedutte archeologen die er op Nederlandse bodem rondlopen. Ik bedoel die baantjesjagers die hun wijze neus achterna lopen, omdat ze alles al denken te weten wat er over de steentijd in Nederland te vertellen valt. Die mensen die de oude steentijd in Nederland al jaren geleden dood hebben verklaard en er zelfs op die wereldberoemde universiteit in Leiden geen speciale aandacht meer aan besteden. Althans, die mensen die van daaruit graag met hun semi-overheidsinkomen naar het buitenland gaan om in Duitsland te onderzoeken hoe schildpadden daar hun leven niet veilig waren omdat Neanderthalers 200.000 jaar geleden die schilden goed konden gebruiken. Het levert in dit geval ene professor R. een relaxte bezigheid; voor de steentijd in Noord-Nederland heeft hij geen tijd. Of ze bestuderen in een Spaanse grot met speciale apparatuur de spectaculaire schilderkunst van die voorheen als wildemannen bekend staande sloebers. Prachtige ontdekkingen doen ze, maar hoe breed hun blik over de grens ook is, zo benauwd krijgen ze het als Noord-Nederland ter sprake komt.

En zo beginnen we daar op die akker in Drenthe. Geen schildpad te bekennen. Geen grotten ook. Het verzamelen kan beginnen. We trekken baantjes. Hoe oud is deze plek? Was die er 400.000 jaar geleden al? Zullen we vanaf heden de kennis van archeologen maar buiten beschouwing laten en afgaan op die van geologen? IJstijden zijn hier geweest, tropische tijden ook en alles wat er tussen in zit en dat allemaal in tijdvakken van duizenden zo niet tienduizenden jaren. Tsja, geconcentreerd doorzoeken dan maar. Er ligt veel vuursteen en ook kwartsiet op de akker. Verweerd, glanzend, alles door elkaar. We vinden werktuigen, de een herkenbaarder dan de ander. Michika vindt een steen waarin ze onmiddellijk de steensoort van sommige vuistbijlen van Vermaning van een andere akker vlakbij herkent. Maar dat kon toch niet volgens professor R? Dat is toch zuidelijk vuursteen, voor R. is dat het belangrijkste argument om Vermaning als een oplichter te zien. Charlatan zou mijn vader zeggen. Charlatan is een uit de Franse tijd overgeleverd woord waarmee tot niet zo lang geleden mensen in Noord-Nederland graag afgaven op mensen met dubieuze praatjes. Ik laat in het midden wie mijn vader als charlatan zag, maar Vermaning was het niet. Vermaning was toch ook vrijgesproken. En deze Leidse professor R. geniet van zijn pensioen, eh, oh ja, emeritaat, hij mag nog trots rondlopen op de uni en vriendelijk iedereen toeknikken. Druk.

Je houdt niet voor mogelijk wat de natuur allemaal kan produceren. Dat zei deze professor tegen me toen ik eind 2002 met cameraman bij hem op bezoek was en hem ook een verse vondst van Henk Geertsma toonde. U kent de documentaire natuurlijk, hij staat op tjerkvermaning.nl. De ingedutte archeologen in Nederland lieten deze documentaire links liggen, geen tijd, net als alle vondsten die de selfmade steentijddeskundige van Noord Nederland daarin toonde. Veel doctorandussen archeologie zijn er niet meer over en zij dromen vooral van eigen succes. Andere doctorandussen (wat voor titels krijgen die mensen tegenwoordig) zitten bij commerciële archeologiebedrijven en allemaal zitten ze op facebook. Ziek of niet. Tijd is geld. Promotie zal er wel nooit van komen. En ziedaar, de provincie Drenthe heeft jaarlijks 60.000 euro of daaromtrent klaarliggen voor onderzoek dat leidt tot ‘kennisvermeerdering’ over het archeologisch erfgoed. Die pot is voor … diegene die met veel aplomb beweert dat die een wetenschappelijk onderbouwde mening ten beste kan geven over de steentijd en als een wc-eend zijn eigen vondsten als uiterst uniek bewijs voor een kampement in de Drentse Volksalmanak publiceert. Ligt voor 25 euro in de boekhandel godbetert. Nou ja een paar stenen zien we in die almanak, een goeie redactie van lui met geschiedenis in het vakkenpakket ziet daar op toe. Om de rest van de vondsten te zien moeten we nog vijf subsidiejaren en vijf keer 25 euro geduld hebben, op zijn minst zeggen ze, maar ‘het zijn er honderden, artefacten bedoel ik, allemaal, echt waar, zeg ik toch, ik heb gestudeerd!’
Michika Takahashi is een vreemde eend in deze bijt. Wat doe ik tussen al deze grijze mannen, verzuchtte Michika tegen mij. Maar Michika heeft op deze site uiterst helder uiteengezet hoe deze akker bij Eemster tot een grote verscheidenheid aan vondsten kan komen. Even uit het hoofd. Ruilverkaveling leidde in de jaren zestig en later tot nieuwe indeling van het boerenland. Akkers werden gediepploegd (en goed bemest, zodat Bartje weer toekomst had). De aardlagen werden door elkaar getrokken, de culturen daarmee ook en de werktuigen uit verschillende tijdvakken idem dito. Op het oppervlak komen stenen tevoorschijn uit verschillende culturen. En dat gebeurt elk jaar opnieuw als er ook maar licht wordt geploegd.
Laat ik bijvoorbeeld deze twee eens tonen. Totaal andere steensoort en totaal andere werktuigen. Vast niet uit het hetzelfde historische tijdvak. Deze twee vond ik dezelfde dag op dezelfde akker bij Eemster niet ver van elkaar. Grijze-mannen-stenen zou je haast zeggen. Verweerd, retouche bijna verdwenen, maar herkenbare werktuigen, nou ja niet voor alle archeologen, voor Nederlandse archeologen over het algemeen niet, of ze moeten een goeie dag hebben.


Het is bekend, jager-verzamelaars joegen op beesten, verzamelden alles wat eetbaar was en renden achter mammoeten aan. Zeggen de archeologen en voegen daar inmiddels schildpadden aan toe en komen heel langzaam tot meer inzicht. Hun eigen kennis zit ze in de weg om te accepteren wat er allemaal mogelijk was. Sinaasappels schillen konden ze volgens drs. N. met sommige werktuigen wel en met andere niet. Een grapje moet kunnen. Lachen deden Neanderthalers ook vast. Als ze bij elkaar waren dan. Kwamen ze bij elkaar dan? Schijnt van wel blijkt uit nieuw onderzoek. Tienduizenden jaren achter elkaar kwamen ze met tussenpozen in dezelfde grotten op ‘wintervakantie’ in Zuid-Frankrijk en Spanje en zo. Noord-Nederland? Nou Engeland wel. Duitsland ook, ja. Eemster? Nee joh, als ze hier waren liepen ze achter mammoeten aan. Ja ze hadden een kampement bij Peest. Zijn ze een paar keer geweest. Nee, ze hadden verder geen tijd voor Noord-Nederland. Met hun kroost trokken ze snel weer verder. Wegwezen hier, over tienduizend jaar is het weer ijstijd. Het lijkt me sterk.
Vermaning zocht in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, de periode tijdens en na het diepploegen. Hij had er goed verklaarbaar succes mee. De artefacten lagen als het ware klaar op sommige akkers. Wetenschapsjournalisten stonden en staan nog steeds verbaasd als een deskundige selfmade praktijkarcheoloog al rondlopend een werktuig vindt op een akker in Hoogersmilde, Hijken, Eemster of elders. Maar Vermaning wist meer van vuistbijlen dan de in Noord-Nederland op het schild gehesen professor W. De man die op zijn beurt meer verstand had van de trechterbekercultuur en van pollenanalyse dan van de steentijd. W. werd professor van het Biologisch Archeologisch Instituut in Groningen door een dramatische carrièresprong, waarbij W. zijn concurrent B. voor die positie uitschakelde na een beschuldiging van een Duits oorlogsverleden. W. gaf zijn collega aan vanwege verboden wapenbezit en toen vond hij zichzelf ineens bovenaan de ladder terug. Ja, ja, laat dat gekonkel maar over aan archeologen. Later schakelde W. justitie in om Vermaning te tackelen, de man met de scharesliep die zich de mond niet liet snoeren door dat academische ons-kent-ons volk. De rechter gaf Vermaning helemaal gelijk.
Gut, en zij zijn onder ons. En boven ons. En op facebook. Archeologenkringetjes. En aanwezig op deze site. Gillend als magere speenvarkens als ze kritiek krijgen. Zouden ze deze chopping tool tot zich nemen, ze zullen zich er in verslikken. Zo erg, te horen krijgen dat je een wijsneus, baantjesjager en subsidieslurper bent. Dat je reputatie op slijk gebouwd is. Dat de rechtszaak tegen Vermaning verloren ging. Dat er ‘Scherpe stenen op mijn pad’ liggen. Dat journalisten van toen hun oren naar Vermaning lieten hangen. Dat ‘Valsheid in gesteente’ een niet door wetenschap onderbouwt licht biedt op een door complottheorieën aangetaste geest. De archeologische graaiers die bij elkaar afstuderen, promoveren, baantjes verdelen, subsidies aanbevelen, afscheidsbundels volschrijven, en alles al weten over de steentijd in Nederland wat er te vertellen valt. Ik beveel jullie een cursus stenen slaan aan. Moge de vuistbijlen tot u komen.



