Ingezonden artikel

Mijn mooiste steentijdvondst is een bewerkte rolkei

Hielke Meijer

(Assen, 3 juli 2025)

Vaak gaan we op zondag zoeken, mijn vriend Henk Geertsma en ik. Hij is een geweldig bedreven en zeer gedreven stenenzoeker. Alles wat ik weet van prehistorische stenen werktuigen zoeken en beoordelen heb ik van hem geleerd. En in zijn spoor heb ik in de loop der jaren ook steeds vaker vondsten gedaan. Vandaar dat ik hem als eerste noem in dit stuk over de meest bijzondere vondst die ik in Drenthe heb gedaan.

Het wasĀ eind oktoberĀ 2019.Ā Henk en ikĀ besloten eens te kijken op een plek die we aanvankelijkĀ uit de weg gingen. Dat was omdat het niet ver is van deĀ locatieĀ waarĀ de as vanĀ Tjerk Vermaning is uitgestrooid. Hoogersmilde dus,Ā eenĀ kanaaldorp met aan weerskanten achter de boerderijen allemaal akkers. Een dorp dat van verreĀ isĀ te vinden door te koersenĀ opĀ de hoge televisietorenĀ dieĀ in de winter als eenĀ gigantischeĀ verlichte kerstboomĀ tegen de horizon afsteekt. Op een van die akkers ligtĀ hetĀ NeanderthalerĀ kampement waar tientallen vuistbijlen en andere vuurstenen artefacten zijn opgegraven doorĀ professorĀ TjallingĀ WaterbolkĀ enĀ consorten in de jaren zestig. Hetzelfde clubje professionele archeologen dat enkele jaren laterĀ begonĀ de steentijdarcheologie in Nederland naar de verdoemenisĀ te helpenĀ met haar niet aflatende beschuldigingen overĀ deĀ vervalsingenĀ van Tjerk Vermaning, beschuldigingenĀ dieĀ overigensĀ maar niet stand willenĀ houden.

Sorry, maar dat moest er eerst ook even uit. Het is daarom namelijk dat ik nooit heb overwogen om mijn bijzondere vondst breder onder de aandacht te brengen. Wat kan mij het oordeel van een professionele Nederlandse steentijdwegwerper schelen. Maar Henk en ik sprongen een gat in de lucht toen we de steen heen en weer in onze handen lieten gaan. En hij zette mij op de foto met op de achtergrond de bomen en het boerenpad naar de akker waar we daarna nog wat mooie vuurstenen werktuigen vonden, Henk dan vooral. En die mocht ik van hem hebben om mijn collectie wat completer te maken. Een mooi mesje, een paar schrabbers en wat puntige artefacten, acht in totaal na nog een paar keer zoeken.

Op dat boerenpad was het. Henk pakte het rechterspoor, ik het linker. Van meters afstand viel mijn oog op een steen met een merkwaardig oppervlak, alsof er wat stukjes af waren gespat. Geen vuursteen, maar een rolkei waarvan er miljoenen langs de Kanaalkust in BelgiĆ« en Frankrijk liggen, niet een steen die je Drenthe veel tegenkomt. Dichterbij gekomen zie ik dat er aan ƩƩn kant inderdaad stukken afgeslagen lijken. Ik begin aan die kant te peuteren met mijn vingers. De steen is keurig in het verharde pad getikt. En die steen ligt vast. Ik wil opgeven, maar spreek mezelf toe dat het te *** zou zijn om er bij weg te lopen ook al heb ik geen klauw of ander gereedschap bij me. Ik krijg een nagel onder het deel dat eraf geslagen lijkt. En dan ineens wip ik zo de hele steen los.

Ik neem de steen in mijn hand, draai hem om en zie dan de afslagen pas goed. Van de ene kant bekeken drie heel duidelijke grote afslagen en wat kleinere die je retouche kunt noemen. En omgedraaid ook wat afslagen aan de kant die boven lag in het pad. Er zit niet eens veel modder aan. Wel een paar klompjes vette ijzeroer die ik zonder nadenken met mijn hand wegwrijf. En ik loop naar Henk die al bijna op de akker is. Ik weet het eigenlijk wel deze keer. Dit is een echte! En dat het een bijzondere is laat Henk me direct weten. Hij doet denken aan een Afrikaanse Oldowan-steen en die zijn anderhalf miljoen jaar of meer oud. Maar zo oud, zou ā€˜t? Het zal wel ā€˜gewoon’ een midden-paleolitische chopping tool zijn, wie het weet mag het zeggen.

En nu ligt hij alweer jaren in mijn vitrine. Zou ik hem ooit nog officieel melden? Nee, ze komen maar bij mij, de koffie staat klaar. Vandaar dat ik dit stuk schrijf en hier op deze site plaats. Hopelijk is het een stimulans voor andere om vondsten waar je trots op bent met een kortere of langere verklaring aan deze site toe te voegen. Ik las een paar jaar geleden het verhaal van een man in Drenthe die zomaar een mooie vuistbijl vond, dat meldde, er een krantenartikel bij kreeg geritseld, maar wat er verder mee gebeurt is een raadsel. Laten we de steentijd over aan archeologen die hun leven wijden aan zoektochten in het verre buitenland en binnenslands met de neus in de lucht alleen hun eigen vondsten voor echt verklaren, of gaan we voor ons eigen plekkie op het wereldwijde web? De steentijd is van ons allemaal.

5 1 stem
Artikel waardering
Abonneer
Laat het weten als er
guest
16 Reacties
Oudste
Nieuwste