Naar aanleiding van de recente discussie over Lukas die zijn vondsten moet afstaan, wat zijn vondsten en onze rechten en plichten binnen de Erfgoedwet, er kwam een interessant idee naar voren. Via Facebook ontving ik een bericht van Anton Cruysheer van PAN (Portable Antiquities of the Netherlands), waarin hij het volgende voorstelde:
Er leven al langer gedachten over een soort pasje voor erkende hobbyarcheologen, die de regels kennen en bij PAN melden (en daar bekend zijn). Dit zou ook een oplossing kunnen zijn voor gemeenten met een APV-verbod en voor particuliere grondeigenaren.
Dit idee raakt aan een onderwerp dat al langer speelt binnen de gemeenschap van amateurarcheologen. Vanuit mijn positie Als Ton Schadron, kan ik hier op dit moment vooral een persoonlijk standpunt over delen, mede omdat steentijdvondsten.nl zich richt op amateurarcheologen die actief in het veld zoeken en ieder een eigen mening mag, kan, hebben en behouden.
Minder versnippering, meer duidelijkheid
In de basis sta ik niet negatief tegenover dit voorstel. Integendeel: het biedt kansen. Een belangrijk voordeel zou zijn dat de huidige versnippering in meldpunten wordt teruggebracht. Op dit moment is het voor veel zoekers onduidelijk waar vondsten gemeld moeten worden. Door PAN als centraal meldpunt aan te wijzen, ontstaat er meer overzicht en uniformiteit.
Daarnaast kan PAN, als onafhankelijke organisatie, een verbindende rol spelen tussen verschillende partijen. Dit maakt het mogelijk om belangen van zowel hobbyarcheologen als instanties beter op elkaar af te stemmen.
Vertrouwen en herkenbaarheid
Een pasje voor erkende hobbyarcheologen kan ook bijdragen aan vertrouwen. Wanneer zoekers aantoonbaar op de hoogte zijn van de regels en hun vondsten netjes melden, ontstaat er meer begrip vanuit bijvoorbeeld gemeenten en handhavers (BOA’s).
Zo’n pasje kan helpen om het onderscheid duidelijker te maken tussen mensen die verantwoord omgaan met erfgoed en degenen die zich daar minder van aantrekken. Dit zou spanningen in het veld kunnen verminderen en bijdragen aan een professionelere uitstraling van de hobby.
Blijf kritisch en waakzaam
Tegelijkertijd is het belangrijk om niet alleen naar de voordelen te kijken. Zodra dit soort plannen concreter worden, zullen meerdere partijen zich ermee gaan bemoeien. Dat is op zich logisch, maar brengt ook risico’s met zich mee.
Een belangrijk aandachtspunt is de positie van de zelfstandige amateurarcheoloog. Niet iedereen wil of kan zich aansluiten bij een vereniging zoals de AWN. Het is essentieel dat ook deze groep gehoord blijft en niet buitenspel komt te staan in de verdere uitwerking van dit soort initiatieven.
Tot slot
Het idee van een pasje voor hobbyarcheologen is zeker het overwegen waard en kan bijdragen aan meer duidelijkheid, vertrouwen en samenwerking. Tegelijkertijd vraagt het om een zorgvuldige uitwerking, waarbij ruimte blijft voor de diversiteit binnen de gemeenschap.
Alleen dan kan het uitgroeien tot een systeem dat breed gedragen wordt en daadwerkelijk een positieve bijdrage levert aan het behoud van ons erfgoed.

